Liefde en actie

Zojuist heb ik mijn jaarhoroscoop gelezen. Op http://www.libelle.nl. Niet dat ik daar in geloof maar stel! Er staat dat ik dit jaar veel contacten zal leggen, zowel professioneel als privé. En na de zomer gaat mijn leven in een echte stroomversnelling komen. Op het einde van het jaar moet ik zelfs een belangrijke beslissing nemen. Hoe spannend is dat!

De voorspellingen voor mijn liefdesleven:
Tussen 18/2 en 12/3 is er een onverwachte ontmoeting. Ha, ik heb voldoende reden om aan te nemen dat het op de 18de zelf al gaat gebeuren. Dan moet ik namelijk ´s morgens naar Heerlen, ´s middags naar Aken en ´s avonds naar Maastricht. Ik ben benieuwd!
Van 25/5 tot 17/6 doet de tijd zijn werk. Dat geloof ik best. Alleen te hopen dat niet álles dan gaat hangen.
Van 13/7 tot 5/8 laat je je hart spreken. Alsof ik dat niet altijd doe. Maar goed. Het zal wel willen zeggen dat ik mijn verstand even uitschakel. God weet wat daarvan nog gaat komen – dat zeggen ze er wel weer niet bij.
Van 31/8 tot 23/9 is het een toptijd voor de liefde. Zo, de vakantieperiode ligt blijkbaar ook al vast. En ik weet nog van niks.
Vanaf 8/12 staan je enkele verrassingen te wachten. Oei oei, ze zullen toch wel prettige verrassingen bedoelen?

De voorspellingen in verband met actie:
Tot 3/1 ga je recht op je doel af. 3/1 is al voorbij. En als ik al een doel had, ben ik er vast niet recht op afgegaan. Ik maak nogal eens omtrekkende bewegingen.
Van 7/3 tot 27/5 moet je oppassen dat je je niet vergaloppeert. Tja, die kans zit er dik in. Het wordt nog druk. Alhoewel, ik kan ook heel goed rusten.
Van 3/8 tot 27/9 is het belangrijk om goed te luisteren. Ja zeg, dat is toch altijd belangrijk! Maar inderdaad, augustus en september zijn belangrijke maanden. Veel herdenkingen. Van levenden en van doden.
Van 10/11 tot 19/12 maak je kennis met een andere cultuur. Oh jeetje, zullen we dan toch een vluchteling opnemen? Of ga ik weer verhuizen? Is dat misschien die belangrijke beslissing die ik tegen het einde van het jaar moet nemen?
Hierin blink je uit: je bent een kei in het onderhouden van boeiende vriendschappen, met mensen van diverse pluimage en verschillende achtergronden. Het zou maar saai zijn als iedereen hetzelfde was. En ik ben bang voor verlies. Dus, ja, ik doe mijn best om al mijn boeiende vriendschappen te onderhouden. En daar hoort regelmatig schrijven bij.

Tot binnenkort!

Advertenties

Gefluister

Het was hoog tijd dat ik er een kocht. Want vanaf begin februari heb je, wanneer je Aken met de auto wil binnen rijden, een groen vignet nodig. Een paar dagen geleden ging ik dan ook naar een tankstation hier in de buurt. Daar belandde ik in een lange wachtrij. En ik moet zeggen, dat schept een band. Buiten, midden in de winter, staan aanschuiven zorgt ervoor dat je je onwaarschijnlijk snel verbonden voelt met alle wachtenden voor en achter je. Het weer alleen al is een dankbaar thema. Als je dan ook nog eens allemaal hetzelfde doel hebt, het bemachtigen van een groen vignet, kan de sfeer niet meer stuk.

De man voor me spreekt Duits. Hij zegt dat hij van Eupen komt en dat hij blij is dat het niet sneeuwt. En of ik weet hoeveel zo´n vignet kost? En hoe lang dat ding geldig is? Terwijl we verder naar voren schuiven, mengt de vrouw achter me zich in het gesprek. In het Frans. Ze woont in Verviers, vertelt ze. Zij spreekt over haar dochters, de man over zijn zonen en ik over mijn taal. Het wordt steeds leuker, daar met ons drietjes. Opeens, we zijn nog volop bezig onze vriendschapsband te verstevigen, gaat er gefluister door de rij. Alle ogen richten zich op een vrouw die na het tanken haar auto gewoon aan de tankzuil heeft laten staan en nu ook mee aanschuift. Haar wagen verspert de toegang tot twee andere zuilen maar ze lijkt zich van geen kwaad bewust. Na tien minuten, het gemor bereikt stilaan zijn hoogtepunt, komt de eigenaar van het tankstation naar buiten gevlogen. Wild zwaaiend vraagt hij van wie die Range Rover daar is. De vrouw kijkt voor zich uit, alsof ze met dit alles niets te maken heeft. Wanneer de omstaanders haar als de schuldige aanwijzen, kan ze niet anders dan de rij verlaten en haar auto verplaatsen. Met haar lange haren voor haar ogen sluit ze even later lijdzaam de rij. Weer begint het gefluister. Psst, och, misschien … ook niks aan doen, want kijk, blond …

IMG_0334

Geen houden meer aan

Het geld brandde in mijn zak. Niet letterlijk natuurlijk. Het lag alleen al veel te lang te wachten. Ik had er de juiste bestemming nog niet voor gevonden en daar werd ik vreselijk ongedurig van. Het mocht van mezelf niet aan iets frivools opgaan, zoals ermee naar een casino gaan bijvoorbeeld. De verleiding om bijvoorbeeld eens te dobbelen, was nochtans groot. Toegeven aan een andere kortstondige bevrediging van behoeftes kwam ook niet in vraag. Geen nieuwe kleren dus en ook geen midweek in een klooster. Voor een echt kunstwerk was het niet genoeg en een nieuwe keukenmachine had ik pas gekocht. Ik heb wat afgepeinsd, hoor. Want het moest iets moois zijn, iets van mij alleen en iets waar ik lang plezier van zou kunnen hebben. En ineens wist ik het. Een vulpen zou het worden. Ik houd van schrijven met een vulpen. Een vulpen is het verlengstuk van je geest en je hand. Ze doet je nadenken over wat en hoe je schrijft, en deelt al je emoties. Een vulpen toont karakter.

Eens het besluit genomen was er geen houden meer aan. Ik vertrok naar een winkel in Aken en vergaapte me aan de pennen in de etalage. Maar zo´n pen koop je niet op het zicht. Ze moet niet alleen mooi zijn, ze moet ook goed in de hand liggen en aangepast zijn aan de druk waarmee je schrijft. Ik stapte dus naar binnen en sprak een verkoopster aan. Ze wist wel niet meteen wat ik bedoelde toen ik probeerde uit te leggen dat ik een vulpen zocht voor mezelf en dat ik er geen wilde met zo´n brutale overgang. Na wat gefrons van haar kant en wat gebarentaal van mijn kant toonde ze me verschillende modellen die ik allemaal op witte blaadjes mocht uitproberen. Ik heb er wel drie volgeschreven, geloof ik, vooraleer ik de juiste gevonden had.

Bij de kassa stond een jongeman. Of ik wilde dobbelen? Door drie dobbelstenen te werpen kon ik tot 18 procent korting krijgen! Oei, dacht ik, wat nu, vond ik dobbelen niet te frivool? Meteen daarna heb ik gegooid.

vulpen

Altijd kiezen voor de mooie

Sommige schoenenwinkels in Aken zijn zo saai dat je daar gemakkelijk door kunt lopen zonder in de verleiding te komen die schoenen daar ook werkelijk te willen hebben. En saaie winkels zijn goed om deprimerende gedachten te verdrijven. Ik word daar soms zelfs blij van: ergens buiten stappen zonder iets te hebben gekocht. Weer niets wat mijn kinderen na mijn dood moeten opruimen, denk ik dan.

In diep gepeins verzonken loop ik door zo´n schoenenwinkel. De luide stem van een jonge vrouw ergens in het midden van de winkel doet me opkijken. ‘Ja, welke neem ik nu?’ hoor ik haar bijkans radeloos vragen. ‘De mooie of de gemakkelijke?’ Ze werpt een gekwelde blik op haar vriendin, die naast haar op een bankje zit. De vriendin haalt haar schouders op. ‘Ja zeg,’ antwoordt ze ongeduldig. ‘Welke vrouw vraagt zich nu zoiets af. Dat doe ik nooit, hoor. Je moet altijd kiezen voor de mooie. Altijd. Je moet het natuurlijk zelf weten, maar als je het me dan toch vraagt… Wie mooi wil zijn, moet pijn lijden. Die spreuk ken je toch. Dat houd ik mezelf ook altijd voor en dan is de keus snel gemaakt, niet?’ De verkoopster knikt instemmend en legt de gemakkelijke ijverig terug in de doos.

Allez, meiske toch, denk ik. Dat is je beste idee ook niet geweest, deze vriendin meenemen op schoenenjacht. Je vriendin aanraden pijn te lijden, wie doet dat nu. Die heeft echt niet het beste met jou voor. Die wil toch alleen maar dat je boertig rond strompelt, eksterogen krijgt en van ellende je schoenen moet uitdoen wanneer jullie samen uitgaan. Die wil alles, behalve dat jij met mooie schoenen de show zou kunnen stelen.

Voor wie maken wij, vrouwen, ons eigenlijk mooi? Voor de mannen? Waarom volgen we dan de mode, zelfs wanneer die mode echt niet sexy is? Of vinden mannen bijvoorbeeld sneakers en kapotte jeans aantrekkelijk, en weet ik dat weer niet? Willen we misschien alleen maar concurreren met andere vrouwen? Als het al niet gaat met ons figuur, dan maar met de kleren en de schoenen?

Concert

Overdrijven ligt me niet. Echt, ik kan dat niet. Geen haar op mijn hoofd dat er aan denkt om de dingen aan te dikken. Zo hadden we zaterdagavond een optreden met het koor. Ieder ander zou vertellen hoe geweldig het was, maar zoiets doe ik niet. Ik vind dat dat niet hoort, jezelf in de bloemetjes zetten. Dat moeten anderen maar doen. Nochtans, het was een mooi concert. Meer nog, het was een wonderbaarlijk concert. Met meer dan 200 mannen en vrouwen hebben we zaterdagavond in de Benediktinerabtei van Kornelimunster het Deutsche Requiem van Brahms gezongen. Begeleid door het Symfonieorkest van Aken en twee solisten! En hoe indrukwekkend dat was, staat vandaag in ons gazet!

Afbeelding (16)

Port voor de Sint

sinterklaas
De kinderen zijn nog klein. We zijn pas van België naar Duitsland verhuisd en we wonen in de stad in een appartement. Ze zijn ijverig bezig met een tekening voor Sinterklaas.
Onze zes-jarige zoon maakt zich zorgen. “Sinterklaas zal toch wel weten dat wij nu in Aken wonen?”
“Sinterklaas weet toch alles.” Zijn broertje klinkt vol vertouwen.
“En hoe gaat hij hier binnen geraken? Dat dak is toch veel te hoog voor zijn paard? ”

Ik weet zelf nog niet goed hoe we hier met Sinterklaas zullen omgaan. Of we de mythische betovering rond die Heilige Man die alles weet, alles kan en zoveel geeft, kunnen bewaren. Heimwee duikt in alle hevigheid op.
Met z´n allen aan het televisiescherm gekluisterd zitten voor de aankomst van Sinterklaas in Antwerpen, het is voorbij. We kunnen de juiste zender hier niet krijgen en nergens in Duitsland komt er een stoomboot met waaiende wimpels uit Spanje aan. Voorbij is het om ter hardst zingen met neefjes en nichtjes van Sinterklaas kapoentje. De hoopvolle spanning of Sinterklaas en Zwarte Piet in levende lijve langs zullen komen, het is allemaal verleden tijd. Hier verkleedt zich niemand en klopt er niemand op de deur. In de hele stad valt geen Sint of Piet te bespeuren. Zelfs geen hulp-Sint. In de Kindergarten wordt Sinterklaas compleet verwaarloosd; fluisteren de vriendjes zelfs dat de ouders … Hier brengt het Christkind de cadeautjes. Hoe komen ze erbij, denk ik, uitgerekend het Kindje Jezus, dat daar maar in zijn kribbe ligt en geen vin verroert.

Het was lastig Sinterklaas in ere te houden. Maar het is ons gelukt. Ondanks de tegenberichten bleven onze kinderen nog lang in hem geloven. Op 5 december zetten ze met glanzende ogen en plechtige gebaren hun bord. Ze legden er een wortel en een klontje suiker in, zeulden met een emmer water voor het paard en schonken Port in voor de Sint. De volgende ochtend bewees steeds opnieuw dat Sinterklaas wel degelijk bestond. Want wat daar op de tafel lag, dat zouden papa en mama nooit of nooit voor hen kopen.

Herman

Zijn lippen zijn toch wel heel smal. Ik kan er nu over mee praten want ik heb hem van nabij gezien. Ik heb hem zelfs een hand gegeven, of beter, hij mij.

We leunden tussen de markt en de Katschhof op een heel strategische plaats tegen de dranghekken. Proficiat met uwe prijs, mijnheer Van Rompuy, riep de man naast mij. Prompt draaide Herman Van Rompuy zich om en kwam met uitgestoken hand op ons toe. En toen zag ik het. Die lippen zijn nog smaller dan ik al dacht. Het is een hele klus vriendelijk te zijn met zo’n mond, maar het lukte hem wonderwel. Waar we vandaan kwamen, vroeg hij. Fier als een pauw heeft de man naast mij uitgelegd dat wij van Lommel komen en ondertussen echte Euregianen zijn.

Herman Van Rompuy heeft de Internationale Karel de Grote-prijs gekregen, een prijs die in Aken jaarlijks wordt uitgereikt aan iemand die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor Europa. Omdat het dit jaar een Belg is, zijn we persoonlijk naar de stad getrokken en hebben ons in de massa gestort. Enfin, in wat wij dachten dat een massa ging zijn. We stonden dus op de markt tussen het weinige volk en konden op een groot scherm alles zien. “Zien” is het juiste woord; door al het gejoel van demonstranten hebben we niks kunnen horen. Rond één uur verscheen de laureaat op de Katschhof voor een interview, vergezeld van zijn familie. Hij kreeg een grote doos Aachener Printen en een mand met streekproducten. Zijn vrouw ontving de bloemen. Ze hebben Herman, ik noem hem maar bij zijn voornaam want ik behoor nu tot de intimi, gevraagd of hij thuis ook zo opgewassen is tegen crisissen en of hij daar ook zo diplomatisch en verzoenend optreedt. Ach, zei hij guitig, thuis vormt dat geen probleem. Wij gehoorzamen allemaal mijn vrouw.
Op vraag van de moderator heeft hij daarna zijn hele familie aan het publiek voorgesteld: zijn kinderen, schoonkinderen en kleinkinderen. En hij heeft géén haiku voorgelezen. Dat doet hij volgend jaar.

Ik had iets meer verwacht dan die smalltalk. Maar ja, met zo’ n lippen…

Vreemde talen

Is het niet verschrikkelijk, zucht een Duitse kennis terwijl we aan de rand hangen van het zwembad in het Preuswald, een woongebied in Aken. Rijd ik met de bus naar het centrum van Aken en, je gelóóft het niet, voor me zitten twee vrouwen in het Roemeens met elkaar te babbelen. Waarom spreken die geen Duits? Die vreemde talen overal! Hoe kan ik nu weten waar ze het over hebben? Misschien lachen ze mij wel uit. Het is ronduit onbeleefd, ergert ze zich. Als iemand in een Duitse bus wil zitten, dan moet ie maar Duits spreken.
Blijkbaar is ze vergeten dat ik een buitenlandse ben. Of zijn Belgen in Duitsland geen buitenlanders en Bulgaren en Roemenen wel?
Ach zo, geef ik haar mee, dus als ik met mijn Vlaamse buurvrouw in de bus naar Aken zit, dan moeten wij Duits spreken met elkaar? Zodat jij kunt verstaan wat wij zeggen? Wij zijn gewoon blij als we onze moedertaal kunnen gebruiken, soms spreekt dat net iets makkelijker. Als jij met een Duitse vriendin op de trein zit naar Maastricht, spreek je dan ook Nederlands? Ze haalt eens diep adem en zwemt met op elkaar geklemde kaken weg.

Als je een land goed genoeg vindt om er te wonen en te werken, dan is het eerste wat je moet doen je de voertaal eigen maken. En dit zo goed mogelijk. Maar kinderen het verbod opleggen hun moedertaal te spreken wanneer ze op de speelplaats een landgenootje zien, dat gaat te ver. Het zegt meer iets over het wantrouwen van degenen die dat zo willen dan over de niet-bereidheid van buitenlanders een andere taal te leren.
Taal heeft met gevoel te maken en vaak kan je jezelf beter uitdrukken in je moedertaal. Zeker wanneer je tijdens de pauze als Bulgaars jongetje dat wat je hebt geleerd op je Vlaamse school nog eens wil uitleggen aan je Bulgaars vriendje. Je moedertaal leg je niet af alsof het een jas is. Dat Zuhal Demir en Peter De Roover, beiden van de N-VA en kandidaat voor de Kamer, in dit verband spreken over “kiezen voor apartheid” (DS 11 april) vind ik dan ook totaal misplaatst.

Sexy hemdjes

Op jacht naar kerstcadeautjes loop ik met de moed der wanhoop het Kaufhof binnen. Ik heb nog maar een uur tot sluitingstijd en het lijkt wel of gans Aken hier aan het winkelen is.

“Kevin wartet auf seine Eltern in der Damenwäscheabteilung”, roept een damesstem om als ik op de roltrap sta. Och arme, hoe komt zo´n jongen in hemelsnaam op de afdeling damesondergoed terecht? Ik zie het al voor me, hoe Kevin verdwaalt tussen de bh´s, de slips en sexy hemdjes. Je zou van minder in de war geraken. Want wat daar allemaal hangt op ooghoogte van zo´n kind – soms zie ik zelf ook door de bomen het bos niet meer. Hopelijk wordt hij nog op tijd gered.

Eltern – dan zijn papa én mama niet goed aan het opletten. Misschien heeft mama papa naar de boekenafdeling gestuurd, terwijl ze zelf op speurtocht gaat naar iets geschikts voor de kerstdagen. Wie weet staat de relatie op springen en wil ze er extra mooi uitzien, ook ónder haar kleren. Maar neem je dan je zoontje mee? Of het is zo´n moeder die op zoek is naar degelijk, draagbaar ondergoed; iemand die hoopt dat ze nog iets vindt waarmee alles netjes wordt ingepakt en ze er toch aantrekkelijk uitziet. Een onmogelijke opdracht, beseft ze, en ijlings verlaat ze de paskamer. Met tranen in haar ogen van pure ellende strompelt ze haar zoon voorbij en dobbert nu in de huishoudafdeling op de benedenverdieping rond. Op zoek naar een bakblik om thuis therapeutisch te gaan bakken.

“Kevin wartet auf seine Eltern in der Damenwäscheabteilung”, klinkt het voor de tweede keer. Of misschien moest hij met papa mee? Papa, die zijn vrouw een mooi setje lingerie wil schenken. Een cadeautje voor hem en haar, zeg maar. Wie weet is die man euforisch geworden van alles wat hem voor ogen zweeft en doolt hij nu met een wazige blik door de parfumerieafdeling. En daar staat Kevin dan, te huilen aan de kassa.

Een dik half uur later is mijn zoektocht succesvol afgerond. Terwijl ik opgelucht naar buiten stap, hoor ik dat Kevin nog altijd op zijn ouders wacht.

Onbetaalbare stilte

Zie mij hier nu liggen. De hele zaal ruikt naar opgedroogd zweet en niet-gelucht-zijn. Naar bokken en paarden en Zweedse banken. Niet bepaald een oord van ontspanning. En daar lig ik dan: op een vieze, blauwe mat in Aken, op zoek naar mezelf. Nog een geluk dat ik mijn eigen badhanddoek heb meegebracht.

Na drie kwartier power-yoga maken we ons klaar voor een fantasiereis. We drukken onze rug plat tegen de mat, sluiten gewillig onze ogen en laten onze voeten lichtjes uit elkaar vallen. Onze handen rusten discreet op de buik, want de buik is de bron van alle energie. In de verte klinkt muziek van klankschalen en met een kunstmatig lome stem verlangt de yogaleraar dat we onze ledematen één voor één ontspannen. Zo jong nog, moet die deze hoop vrouwen hun innerlijke rust teruggeven? Als dat maar lukt. Beetje buitenlands type, donkere huid en donkere ogen. Een getraind lichaam in een nauwaansluitende, witte joggingbroek. Niet onaantrekkelijk, alhoewel, die heupen zijn misschien íetsje te breed naar mijn smaak.
Van onder naar boven, of was het nu van buiten naar binnen? Ik kan niet meer volgen, zijn we al bij de schouders of nog bij de benen? Wordt dit een groepsgebeuren en moet ik in het Duits meereizen of is het individueel en mag het in het Nederlands? Ik piep eens naar links en naar rechts. Niemand beweegt. Ik knijp mijn ogen weer dicht en besluit in mijn moedertaal te gaan relaxen. Water vind ik goed passen bij het Nederlands, bergen verbind ik meer met het Duits. De Atlantische oceaan dan maar.
Elegant spring ik over en door de golven en krachtig crawl ik in mijn mooiste badpak door het blauwgroene water. Niets heerlijker dan dit. Boven me zie ik een eindeloze, stralend blauwe hemel. Gedragen door het zoute water zwem ik even rustig schoolslag, ik kijk wat om me heen en geniet van de vrijheid. Niemand anders in de buurt en vooral: geen geluid. Onbetaalbaar, zo´n stilte.

Een luide snurk laat me opschrikken uit mijn mooie droom. Ik wil naar huis. Groepsreizen liggen me uiteindelijk toch niet zo.