Mariëlle of de herinnering aan een warme zomer

De zon brandt en er is veel volk in en rond het zwembad. De geur van chloor vermengt zich met die van zonnecrème. In het ondiepe gedeelte dobberen kleine kinderen in hun zwemband of spelen met een strandbal. Baantjes trekken gaat niet meer. Bovendien heeft de breedgeschouderde badmeester zijn oceaanblauwe ogen vandaag wéér niet op mij laten vallen. Ontgoocheld besluit ik op het grasveld naast het bad even in de zon te gaan liggen. Ik zwem naar de kant en begin mezelf aan de rand omhoog te hijsen. Halverwege richt ik mijn hoofd op en zie hoe een slank, melkwit meisje in een lichtblauwe bikini voorzichtig door het water van het voetbad waadt. Ze komt me bekend voor, maar ik weet niet van waar. Met een vloeiend gebaar drapeert ze haar lange, blonde haren met één hand in een staart over haar schouder. In de andere hand draagt ze een grote, roze tas. Ze loopt langs het zwembad op en ter hoogte van de plek waar ik nu met mijn buik op de stenen rand hang, zet ze haar tas tegen de omheining rond het zwembad. Het is Mariëlle. Mariëlle met de groene snottebellen. Het bleke, ziekelijke meisje van op de lagere school. Vijftien is ze, net als ik. Ze is mooi geworden, registreer ik jaloers.

Mariëlle kijkt onderzoekend rond. Ze ziet me, doet alsof ze me niet kent en loopt heupwiegend naar het trapje aan de ondiepe kant. Aarzelend steekt ze haar voet in het water, slaakt een gemaakte gil en doet een stap terug. Het water is te koud. Zwemmen is ook niet echt de bedoeling. Met een denkbeeldige kras op haar dij loopt ze naar de badmeester en vraagt met verleidelijk knipperende oogleden om een pleister. Hoe aanstellerig, denk ik minachtend en zet me klaar om me met mijn armen verder omhoog te duwen. Maar dan zie ik hoe hij reageert. Hoe hij haar aanraakt en in haar ogen kijkt. Opeens voelt mijn lijf als een natte zandzak. Ik laat me terugvallen in het water en moedeloos zwem ik naar het trapje. Zo gaat het dus. Kinderachtig doen en jezelf opdringen. Niets voor mij, weet ik. En hoe belachelijk en onnozel van de redder.

Ik sjok naar mijn handdoek. En terwijl Let´s just kiss and say goodbye van de Manhattans door de luidsprekers rond het zwembad klinkt, droog ik me langzaam af – overlopend van heimwee naar iets wat niet eens begonnen was.

 

 

 

Advertenties

Wist ik veel

“Er komt een hittegolf.” Zo´n bericht doet me altijd denken aan de zomer van 1976. Toen was er ook een hittegolf. Ik weet het nog goed want ik was vijftien en smoorverliefd. Ik leed aan een onuitgesproken en onbeantwoorde verliefdheid – aan het heftige soort dat je nooit meer vergeet. Dag en nacht werd ik overspoeld door romantische gevoelens en bitterzoete gedachten. ´s Avonds zat ik uren op mijn kamer naar muziek te luisteren. Iedere noot deed me aan hem denken. Van het ene liedje begon ik ongeremd te huilen en van het andere gelukzalig te lachen.

Die zomervakantie fietste ik dag na dag naar het openluchtzwembad. Thuis kon ik naar waarheid vertellen dat ik samen met mijn vriendin ging zwemmen. We vertrokken al in de voormiddag en iedere dag dook ik sierlijk in het water. Iedere keer weer hoopte ik dat die knappe, blonde badmeester me eindelijk eens zou zien staan. Of beter gezegd, me zou zien zwemmen. Want ik dacht dat jongens op sportieve meisjes vielen. Wist ik veel. Zo elegant mogelijk zwom ik de lange banen van het vijftig meter-bad op en neer. Alle vier de stijlen, kilometers aan een stuk, terwijl hij aan de rand van het diepe heen en weer liep. Hoeveel keerpunten ik heb gemaakt! Behalve als ik rugslag zwom; dan kon en durfde ik niet zo goed. Telkens wanneer ik boven water kwam, probeerde ik zijn blik te vangen. Oh die ogen, die mooie, grijsblauwe ogen! Ik begon te zwijmelen als ik ze zag. Maar ik moest verder zwemmen, laten zien hoe sportief ik was.

Het heeft niet geholpen. Ook dat donkerblauwe badpak van Arena had niet het beoogde effect. Pas toen hij zich voor een blond meisje interesseerde, begreep ik hoe het werkte. Een bikini moest je dragen, en gillen wanneer je je voet in het water stak. Om hulp schreeuwen en bij een kras op je been een pleister vragen. Mijn liefde bekoelde.

De zomer liep op zijn eind. En zie, daar verscheen een jongeman met een fototoestel. Een student fotografie, dacht ik oprecht verheugd. Ach, wist ik toen veel.

Zin in een smartlap uit de zomer van 1976? Zo eentje waarvan je ook gaat zwijmelen?