Vreemde talen

Is het niet verschrikkelijk, zucht een Duitse kennis terwijl we aan de rand hangen van het zwembad in het Preuswald, een woongebied in Aken. Rijd ik met de bus naar het centrum van Aken en, je gelóóft het niet, voor me zitten twee vrouwen in het Roemeens met elkaar te babbelen. Waarom spreken die geen Duits? Die vreemde talen overal! Hoe kan ik nu weten waar ze het over hebben? Misschien lachen ze mij wel uit. Het is ronduit onbeleefd, ergert ze zich. Als iemand in een Duitse bus wil zitten, dan moet ie maar Duits spreken.
Blijkbaar is ze vergeten dat ik een buitenlandse ben. Of zijn Belgen in Duitsland geen buitenlanders en Bulgaren en Roemenen wel?
Ach zo, geef ik haar mee, dus als ik met mijn Vlaamse buurvrouw in de bus naar Aken zit, dan moeten wij Duits spreken met elkaar? Zodat jij kunt verstaan wat wij zeggen? Wij zijn gewoon blij als we onze moedertaal kunnen gebruiken, soms spreekt dat net iets makkelijker. Als jij met een Duitse vriendin op de trein zit naar Maastricht, spreek je dan ook Nederlands? Ze haalt eens diep adem en zwemt met op elkaar geklemde kaken weg.

Als je een land goed genoeg vindt om er te wonen en te werken, dan is het eerste wat je moet doen je de voertaal eigen maken. En dit zo goed mogelijk. Maar kinderen het verbod opleggen hun moedertaal te spreken wanneer ze op de speelplaats een landgenootje zien, dat gaat te ver. Het zegt meer iets over het wantrouwen van degenen die dat zo willen dan over de niet-bereidheid van buitenlanders een andere taal te leren.
Taal heeft met gevoel te maken en vaak kan je jezelf beter uitdrukken in je moedertaal. Zeker wanneer je tijdens de pauze als Bulgaars jongetje dat wat je hebt geleerd op je Vlaamse school nog eens wil uitleggen aan je Bulgaars vriendje. Je moedertaal leg je niet af alsof het een jas is. Dat Zuhal Demir en Peter De Roover, beiden van de N-VA en kandidaat voor de Kamer, in dit verband spreken over “kiezen voor apartheid” (DS 11 april) vind ik dan ook totaal misplaatst.

Advertenties