Ronaldo

We hadden afgesproken dat ik de aalbessen zou plukken. Dat is ook niet meer dan normaal. Een goede ploeg werkt samen en mijn man had de struiken al geplant en ze alles gegeven wat ze nodig hadden. Ik zou de bessen op zondagochtend oogsten en op zondagavond tijdens het voetbal tot gelei verwerken. Ik had me ook in het hoofd gezet op die dag mijn computer te upgraden naar Windows 10. Een zondag is ideaal voor zoiets. Meestal kruipt er toch meer tijd in dan ik dacht en wanneer ik door de week uren aan mijn pc zit te prutsen heb ik veel meer het gevoel van tijdverlies.

Na het ontbijt toog ik direct naar mijn bureau. De bessen vergat ik totaal en in de vroege avond maakte mijn man me daar fijntjes op opmerkzaam. Maar toen liep die upgrade nog maar pas en daar moest ik vooral bij blijven had een kenner me gezegd. Er zat echt niks anders op dan dat mijn man de aalbessen ging plukken en schoonmaken. Iets voor negen was Windows 10 geïnstalleerd en kon ik met een gerust hart aan de gelei beginnen. Eerst heb ik de bessen in een beetje water gekookt om ze te doen openspringen. Dat is niet moeilijk, daar moet je gewoon tien minuten op staan kijken. Ik begrijp dan ook niet dat die rode brij toch is overgekookt. Daarna moest ik het bessensap opvangen. Daarvoor gebruik je een zeef en een gesteriliseerd neteldoek. Ondertussen geraakte Ronaldo geblesseerd. Dat wilde ik ook wel eens zien en ik liet mijn neteldoek in de steek. Toen ik terugkwam liep het sap naast de pot in plaats van erin. Ik was bijkans radeloos. Zoveel werk en dan zou dit er maar van over schieten? Terwijl Ronaldo op de bank zat heb ik de boel opgekuist en het neteldoek met een werkelijk ingenieuze constructie zodanig opgehangen dat de overgebleven vruchtenmoes tot op de laatste druppel in mijn kookpot kon uitlekken.

De volgende dag had ik welgeteld één liter sap. Juist genoeg voor vier glazen aalbessengelei. Toen mijn man ´s avonds thuis kwam heb ik hem trots het resultaat van ons goede samenspel laten zien. Gij lijkt Ronaldo wel, was alles wat hij zei.

samenspel aalbessengelei

aalbessengelei

Feest in de tent

Al meer dan een uur zit ik hier aan mijn bureau te prullen. Op de achtergrond klinkt muziek van Mark Knöpfler. Maar het helpt niet, ik geraak maar niet in schwung. Mijn papieren heb ik al drie keer van links naar rechts en weer terug geschoven. In een halfslachtige poging wat te werken heb ik mijn laptop tien centimeter meer naar voren getrokken. Alle reclame balpennen die hier rondslingeren heb ik uitvoerig getest en mijn potlood is geslepen.
Ik verstuur nog een bericht naar de kinderen en ondertussen luister ik met een half oor naar wat er buiten aan de gang is. Want het is druk bij onze buren en ik wil op tijd weten of er vanavond gaat gefeest worden of niet. Ze hebben in hun tuin namelijk twee partytenten opgezet. Twee! En ik weet van niets! Inwendig borrelt het als een vulkaan. Ze kunnen ons toch op zijn minst eens komen vertellen wanneer het lawaai hier gaat losbarsten, denk ik verontwaardigd. Dat jong volk heeft ook geen manieren meer. Snappen die dan niet dat je, als je weet waar je aan toe bent, je daar ook op kunt voorbereiden. Door weg te gaan bijvoorbeeld. Of zelf lawaai te maken, zoals Simon Vestdijk. Ik heb ooit eens gelezen dat die alleen maar kon schrijven wanneer de stofzuiger langs hem stond te loeien. Zie, daar kan ik me nu eens perfect in vinden. Ik zet de radio vaak oerend hard, gewoon om de geluiden buiten niet te horen.

De bel gaat. Er staat een jong koppel aan de deur. De buren. Of ik al gezien heb dat ze twee partytenten hebben opgesteld? Ja? Dan zal ik al wel gedacht hebben dat ze iets te vieren hebben, zeker?
“Ja,” vertelt de jongeman me fier, “we trouwen morgen. En we willen ons nu al verontschuldigen voor al het lawaai dat op jullie af gaat komen.” Onder de welwillende blik van zijn toekomstige overhandigt hij me een fles rode wijn. “Ach,” roep ik verheugd, “van harte geluk gewenst! Dat was toch helemaal niet nodig geweest! Bovendien, morgen zijn we niet thuis!” Ik straal en grijp de fles al vast.