Fill fuel!

Als kind prevelde ik ´s avonds in bed een gedicht van Alice Nahon: Het is goed in ´t eigen hert te kijken, nog even voor het slapengaan, of ik van dageraad tot avond geen enkel hert heb zeer gedaan. Of ik geen ogen heb doen schreien, geen weemoed op een wezen lei, ... Omdat ik dan meteen begon te denken aan alles wat die dag verkeerd was gelopen, aan alle mensen die ik tekort had gedaan, geraakte ik nooit veel verder dan die laatste zin. Want vaak waren de rampen niet te overzien. Ik werd daar heel verdrietig van en ben er   ergens tijdens mijn pubertijd mee opgehouden.

Een tijdje geleden las ik iets interessants over positiever in het leven staan. Sinds een dikke week oefen ik nu de dankbaarheid. Vlak voordat ik ga slapen of wanneer ik al in bed lig, overloop ik de dag en probeer drie dingen te vinden waarvoor ik dankbaar ben. Het is wonderlijk hoe goed dat werkt en hoeveel positiever je daarvan wordt. Zo word ik de laatste dagen al blij van dingen die niet gebeurd zijn. Vorige week bijvoorbeeld heb ik de benzinetank van mijn auto niet volledig leeg gereden. Het was op het nippertje, maar mijn autootje heeft het gehaald. Een week geleden zou ik bij thuiskomst nog geraasd hebben over hoe immens groot de spanning was, hoe hard ik gezweet heb, liters, kijk maar naar mijn okselvijvers, gewoonweg niet te doen, en dat het allemaal aan hém ligt dat ik een auto heb met een veel te kleine benzinetank, om over die kofferruimte nog maar te zwijgen. En dat ik tot overmaat van ramp geen cd kon inleggen om wat te kalmeren omdat er, zoals hij heel goed weet, geen cd-speler voorhanden is, alleen zo´n stomme aux-ingang. En rijd daar maar eens op de autosnelweg met zo´n flikkerend Fill fuel op uw dashboard, ook nog met reuzegroot uitroepteken, zou ik gezegd hebben, tussen twee kanjers van vrachtwagens van Essers, ziet ge het al voor u? Kortom, er zou veel ellende uit mijn verhaal naar voren zijn gekomen. Nu niets meer van dit alles. Ik was gewoon dankbaar. ´s Avonds in bed heb ik het hem dan ook verteld. Hoe dankbaar ik was dat ik met mijn autootje tot aan dat dure tankstation bij de Nederlandse grens ben geraakt.

Advertenties

Ronaldo

We hadden afgesproken dat ik de aalbessen zou plukken. Dat is ook niet meer dan normaal. Een goede ploeg werkt samen en mijn man had de struiken al geplant en ze alles gegeven wat ze nodig hadden. Ik zou de bessen op zondagochtend oogsten en op zondagavond tijdens het voetbal tot gelei verwerken. Ik had me ook in het hoofd gezet op die dag mijn computer te upgraden naar Windows 10. Een zondag is ideaal voor zoiets. Meestal kruipt er toch meer tijd in dan ik dacht en wanneer ik door de week uren aan mijn pc zit te prutsen heb ik veel meer het gevoel van tijdverlies.

Na het ontbijt toog ik direct naar mijn bureau. De bessen vergat ik totaal en in de vroege avond maakte mijn man me daar fijntjes op opmerkzaam. Maar toen liep die upgrade nog maar pas en daar moest ik vooral bij blijven had een kenner me gezegd. Er zat echt niks anders op dan dat mijn man de aalbessen ging plukken en schoonmaken. Iets voor negen was Windows 10 geïnstalleerd en kon ik met een gerust hart aan de gelei beginnen. Eerst heb ik de bessen in een beetje water gekookt om ze te doen openspringen. Dat is niet moeilijk, daar moet je gewoon tien minuten op staan kijken. Ik begrijp dan ook niet dat die rode brij toch is overgekookt. Daarna moest ik het bessensap opvangen. Daarvoor gebruik je een zeef en een gesteriliseerd neteldoek. Ondertussen geraakte Ronaldo geblesseerd. Dat wilde ik ook wel eens zien en ik liet mijn neteldoek in de steek. Toen ik terugkwam liep het sap naast de pot in plaats van erin. Ik was bijkans radeloos. Zoveel werk en dan zou dit er maar van over schieten? Terwijl Ronaldo op de bank zat heb ik de boel opgekuist en het neteldoek met een werkelijk ingenieuze constructie zodanig opgehangen dat de overgebleven vruchtenmoes tot op de laatste druppel in mijn kookpot kon uitlekken.

De volgende dag had ik welgeteld één liter sap. Juist genoeg voor vier glazen aalbessengelei. Toen mijn man ´s avonds thuis kwam heb ik hem trots het resultaat van ons goede samenspel laten zien. Gij lijkt Ronaldo wel, was alles wat hij zei.

samenspel aalbessengelei

aalbessengelei

Sjiek

In een heel gewoon hotelletje aan zee zitten we genoeglijk te ontbijten. Een jong gezin neemt plaats aan een tafeltje bij het raam. Mevrouw is groot en slank, heeft lange blonde haren en is gekleed in die sportieve sjiek die daar bij hoort. Je weet wel, dure jeans, lichtblauwe bloes en beige vestje. Meneer oogt ook heel verzorgd – waarschijnlijk zoekt zijn vrouw zijn kleren uit. Een hinderlijke bles hangt voor zijn ogen en moet steeds weer met een snok achterover worden gegooid. Ze hebben – hoe kan het ook anders – twee kinderen, een jongen en een meisje. Aan het tandenspectrum te zien, is het meisje een jaar of zes, haar broertje zal zo´n twee jaar jonger zijn. Ze zitten nog niet goed en wel aan tafel of de kinderen openen hun iPad en swipen geroutineerd over het scherm. Papa en mama buigen zich geconcentreerd over hun iPhone. Mijn man en ik kijken elkaar eens aan. Dat zou bij ons ondenkbaar zijn geweest. Kinderen moeten aandacht krijgen en creatief zijn. Ze moeten met elkáar praten en spelen – verdorie, straks moeten ze nog in therapie!

De volgende dag zit ik, diep zuchtend van louter vertwijfeling en met een neiging tot vluchtgedrag, voor mijn computer. Ik moet de beveiligde ruimte op het studienet van de Open Universiteit openen en mijn eerder gemaakte opdrachten uploaden en posten. Volg die instructies nu maar stap voor stap, zo spreek ik mezelf moed in, denk goed na en blijf kalm. Kálm. Je bent niet meer van de jongste maar ook nog niet te oud om dit te leren. Mijn hart klopt in mijn keel als ik eindelijk met ingehouden adem op verzenden klik. Het is gelukt! Opeens vind ik de gedachte dat mijn opdrachten nu in de ruimte rondzweven en door iemand anders zullen worden opgepikt, behoorlijk fascinerend. En ik voel een steek – weliswaar een kleine – van jaloezie. Niet te geloven hoe vanzelfsprekend de volgende generaties met dat hele computer- en internetgedoe omgaan. Zou het aangeleerd zijn of zit het al in de genen?

En daarmee basta

“Burn-out, waar komt ge nu toch weer mee af? Omdat de halve wereld een burn-out heeft, meent gij dat ge er ook een moet hebben, of wat? Hoe komt ge daar eigenlijk bij?”

De tafeltjes op dit terras staan nogal dicht naast elkaar en ik spits mijn oren.

“Euh, ik heb vanmorgen een test gedaan op mijn computer, en het is zo duidelijk als wat. Op al die vragen …”

“Ja zeg, als ik zo’n test doe, heb ik ook een burn-out. Dan heeft iedereen er een! Hoe is het mogelijk! Een opgebrande huisvrouw! Hoe denkt ge dat vrouwen dat vroeger deden? Toen bestonden er geen wasmachines, zalle. Toen moesten ze hun kleren nog op een plank wassen! Eerst water koken in van die grote ketels, en dan maar wrijven, hun knokkels wreven ze er op kapot! Nu moet ge alleen nog op een knopke drukken en dat is blijkbaar al teveel gevraagd – ons madam krijgt een burn-out!”

“Ja maar nee, toen hadden ze ook niet zo veel kleren, hooguit iets voor door de week en nog iets voor zondags. Nu heb ik alle dagen minstens een machine vol. En het gaat toch niet over die was alleen! Ik kan niet meer slapen, ik heb niks geen fut, en ik zie op tegen sociale contacten! Allemaal tekenen van! Ik wou dat ze me allemaal gerust lieten, en gij vooral. Begrijp dat nu toch eens, ik zie het gewoon niet meer zitten, dat huis, die kelder, die zolder, de tuin, nooit is het werk af!”

“Hou toch eens op met uw gezaag, hoort ge niet wat ik zeg? Hoe denkt ge dat dat vroeger ging? Denkt ge dat het toen beter was? Ze deden wat ze moesten doen en daarmee basta. En pas op hé, toen hadden ze geen kredietkaarten om eens therapeutisch te gaan winkelen. Niks hadden ze. Van de vroege morgen tot de late avond moesten ze werken. Die hadden geen tijd om ’s morgens van die computertestjes te maken. Laat staan dat ze gezellig met z’n tweeën op een terras ging zitten genieten, gelijk als wij nu.”