Ik denk er altijd aan

‘Waar zullen we gaan zitten’, vraagt hij, ‘wil je hier blijven of wil je iets meer afgezonderd met me praten?’
We staan in de huiskamer van de ouders van Jan Geboers. Zijn moeder kijkt me gespannen aan. Ik vermoed dat ze graag wil horen wat haar zoon te zeggen heeft, maar zich ook niet durft opdringen. Ik begrijp haar, mijn kinderen horen praten over hun werk of roeping, vervult me ook met verwondering, nieuwsgierigheid en trots. Jan, een jongeman van achtentwintig uit Neerpelt, met halflang, blond haar in een staartje, lijkt niets tegen haar aanwezigheid te hebben en ik vraag of hij me eerst wil vertellen waarmee hij nu bezig is en of we daarna naar zijn atelier kunnen gaan.

In de tuinkamer schenkt zijn moeder ons een kopje koffie in. ‘Hij is altijd al een creatief kind geweest, dat heeft hij van zijn grootvader’, zegt ze. Jan haalt zijn schouders op: ‘Ieder kind draagt toch een dosis creativiteit in zich, ik niet meer dan anderen. Ik denk, het is gewoon een kwestie van interesse en onderhouden.’
Om uit te leggen hoe hij te werk gaat, laat hij me een meubel zien waarvan de dragende constructie eruitziet als een ingewikkeld samenspel van zwarte blokjes en staven staal. Het is een console, een wandtafel, die hij heeft afgewerkt met houten details en een glazen tafelblad. De blokjes zijn een door hem ontworpen element waarmee hij verschillende onderdelen uit hout en staal verbindt. Hierdoor verkrijgt hij een modulair systeem dat iedereen moet toelaten zelf objecten te gaan ontwerpen en maken, in alle mogelijke materialen en afmetingen. Hij heeft interieurvormgeving gestudeerd aan de LUCA School of Arts in Brussel, volgde de opleiding meubelontwerp aan de Thomas More hogeschool in Mechelen en op een heel eigen manier vermengt hij design, technologie en kunst. Bedenken valt voor hem nagenoeg samen met maken: hij ontwerpt door proefondervindelijk te experimenteren met schaal, materiaal en techniek.
Zelf beschrijft hij zijn werk als functionele sculpturen. Van het woord mooi in verband met zijn ontwerpen houdt hij niet. Het is zijn uitdrukkelijke bedoeling te laten zien hoe de objecten die hij maakt in elkaar zitten. ‘Want dat zie je ook in de natuur’, zegt hij. ‘Kijk eens naar die boom daar. Je ziet waar de stam een tak kreeg, en waar die tak zich vertakte, en dat gaat maar door en door, tot daar die geweldige boom staat. Prachtig, toch, hoe dat in elkaar zit?’ Een lamp die alleen uit een gebogen staaf bestaat vindt hij daarom maar niks. ‘De appreciatie voor hóe iets gemaakt is, voor de gebruikte materialen, gaat helemaal verloren.’

In zijn atelier, het hok, zoals hij het noemt, vraag ik hem hoe belangrijk zijn kunst voor hem is. ‘Ik denkt er altijd aan’, zegt hij, ‘maar ik moet ook geld verdienen en als designer zit dat er nog niet in. Daarom heb ik een halftijdse job bij de onderzoeks- en ontwikkelingsafdeling van een bedrijf dat maatwerkapparatuur voor elektronische componenten ontwikkelt en vervaardigt; het past wel bij waarmee ik bezig ben.’ Hij beseft dat hij, om als ontwerper bekender te worden, zichzelf moet gaan promoten: vaker aan tentoonstellingen meedoen, zijn website wat beter onderhouden. Hij zou actiever kunnen worden op de sociale media, maar daar heeft hij ook een beetje een aversie tegen. ‘Mensen spreken te weinig écht met elkaar’, zegt hij.
Hij zou graag een vrouw vinden die hem en zijn werk begrijpt en hem daarin ondersteunt. Het liefst iemand die ook met hem samenwerkt. ‘Ik klink misschien wat ouderwets; soms denk ik dat ik niet pas in deze tijd. Veel hebben interesseert me niet. Auto´s en fietsen bijvoorbeeld – ik ga liever op zoek naar een oude dan naar een nieuwe. Ik houd ook niet van smartphones. Ik heb nog altijd mijn gsm van tien jaar geleden. Maar de meeste meisjes begrijpen dat niet. Ze willen mij niet als ik geen smartphone heb. Ze willen dat ik altijd bereikbaar ben en fotootjes deel. Maar dat wil ík dan weer niet.’

We praten verder over de verenigbaarheid van het kunstenaarschap met een burgerlijk leven, over open source, auteursrechten en patenten. Wanneer ik vertrek, vraagt hij of ik alles zal kunnen onthouden. Ik heb immers niets opgenomen en heb geen notities gemaakt. Maar ik heb naar zijn werk en in zijn hoofd mogen kijken. Voor mij is dat genoeg.

klik hier voor de website van Jan Geboers