Boude beweringen

Iedere ochtend bij het ontbijt bestudeer ik de digitale krant De Standaard terwijl mijn man tegenover me de papieren Aachener Nachrichten leest. De radio blijft daarbij meestal uit - je kan ook een te grote hoeveelheid nieuws te verwerken krijgen, vinden wij. Die vredige stilte aan tafel bevalt ons wel. Ik heb altijd wat tijd nodig om op gang te komen en mijn man vindt het prettig als ik eens níet wens te communiceren. Vanaf het moment dat hij wakker wordt is hij fris en monter maar dat wil niet zeggen dat hij meteen wil overvallen worden door mijn boude beweringen, grootse ideeën of nachtelijke zorgen.
     Nochtans zijn er ook dagen dat ik de stilte niet kan volhouden, dagen waarop ik begin iets voor te lezen waarvan ik denk dat mijn man het moet weten. Omdat ik het zo treffend geformuleerd vind, of juist ontzettend stom, of zo humoristisch. Mijn man houdt dan zijn vinger op de regel die hij net aan het lezen is, kijkt geïnteresseerd en luistert ondertussen intens naar mij. Of doet op zijn minst alsof - iets wat je heus niet van iedere man kan zeggen. 
     Laatst las ik hem een artikel van I.L. Pfeijffer voor. Het ging over de Italiaanse politiek, over Renzi en Conte, over Draghi en de familie Agnelli en eindigde ermee dat je op je hoede moet zijn voor Florentijnen. Mijn man had goed geluisterd, ik merkte het achteraf toen hij nog eens over de macht van het geld begon. Hij zei zelfs dat ik mooi kon voorlezen, dat ik een aangename stem heb om zoiets te brengen. Iets minder aangenaam vond hij - en dat zei hij drie dagen na datum, drie dágen - dat ik toen niet genoeg had gehad aan mijn eigen krant, dat ik met mijn vinger op de kop van een bericht in zíjn krant gewezen had, en hem gesommeerd had mij te vertellen waarover dat precies ging. Blijkbaar vond hij dat van het goede iets teveel. Daarom zeg ik u: hoed u voor mannen die papieren kranten lezen. 

Land is verplicht!

Dat mijn straat wel degelijk bestaat! En dat ze mogen komen kijken, als ze het niet geloven! Dat er zelfs telefoon ligt en ze altijd mogen bellen! Zo heb ik het geschreven.

Een tijdje geleden wilde ik een proefabonnement nemen op een krant. Op de digitale morgeneditie – de weekendbijlage zouden ze aan huis leveren. Want daar maakten ze reclame voor en wat vond ik dat een goed idee: op weekdagen het nieuws op mijn iPad lezen en in het weekend ouderwets door de krant bladeren.
Om te kunnen genieten van hun voordelen moest ik wel mijn naam, geslacht, adres en geboortedatum ingeven. Naam, geslacht en geboortedatum waren geen probleem. Maar de computer kende onze straat niet. En dus kon ik geen abonnement afsluiten. Ik heb toen een mail geschreven en de redactie er beleefd op attent gemaakt dat sommige straten niet in hun bestand zijn opgenomen. Dat ik in de Oostkantons woon en of de krant daar überhaupt bezorgd kan worden? Geen reactie. Of toch. Dat ze mijn mail goed hebben ontvangen en me zo vlug mogelijk zullen helpen, met vriendelijke groeten.
Een dikke week heb ik gewacht en toen dacht ik, weet ge wat, ik neem gewoon een digitaal abonnement. Dan hebben ze vast al die gegevens niet nodig. Dat ik mijn naam, geslacht en geboortedatum tóch moest meedelen, vond ik nog oké. De computer sputterde ook niet tegen. Maar toen verscheen de melding: land is verplicht. Mét uitroepteken. Ik begreep het niet, mijn land stond er al en ik zag geen reden om het te veranderen. Maar goed, ik heb het toch maar geprobeerd. En denkt ge dat dat ging? Nee, vijfentwintig keer België getypt en niks, het bleef maar knipperen van: Land is verplicht! Uiteindelijk bleek dat onze straat niet bekend is (!) en daarom sloeg de computer tilt. Ik kreeg de bescheiden hint – want zo slim is die computer dan weer wel – contact op te nemen met de klantendienst. Wat ik vandaag voor de tweede keer heb gedaan, met de woorden van hierboven. Met geachte bovenaan en zónder vriendelijke groeten.