Janneke

Voor alle mensen die het wél hebben gedaan: ik hoop dat het de moeite waard was. En ik geef het hier meteen toe: ik ben er niet voor opgestaan. Mijn lekker warme bed verlaten voor de superbloedmaan, ik heb het niet eens overwógen. Dat het nog tot 2029 gaat duren vooraleer we dit natuurverschijnsel weer eens kunnen aanschouwen, heeft me er niet van kunnen overtuigen mijn slaap er ook maar een seconde voor te laten. Allez zeg, in het holst van de nacht opstaan en een beetje naar een rode maan gaan zitten kijken. Of ze nu verduisterd is, wit of rood, het is toch gewoon de natuur. Ik zou mezelf voor gek hebben verklaard als ik daarvoor mijn wekker had gezet. Die zou gegarandeerd zijn afgelopen net wanneer ik voor de vierde keer was ingeslapen. Nee, bedankt hoor.

In vroeger tijden, toen de maan nog Janneke heette en ik als klein meisje op de achterbank van onze auto vanuit het raampje naar buiten keek terwijl we ´s avonds na een bezoek naar huis reden, ja, toen deed de maan me nog wat. Ze was er ook altijd. Of we nu een bocht naar rechts namen of naar links, vroeg of laat dook ze weer op. En later, toen ik ouder was en vanop mijn bed door de open gordijnen naar de donkere hemel lag te staren – nog lang nadat ik onder de lantaarnpaal smachtend afscheid had genomen van mijn lief – lachte ze soms heel begripvol naar mij. Bleekjes, maar toch. Ach, toen bracht ze nog soelaas.

Sinds onze kinderen het huis uit zijn, zie ik nog weinig reden om ´s nachts op te staan. Alleen een dringende plas of het gerinkel van de telefoon kan me nog het bed uit jagen. Want aanhoudend gerinkel in het midden van de nacht kan maar twee dingen betekenen: er is iemand geboren of er is iemand dood. En dan vlíeg ik de slaapkamer uit. Ook al is het gewoon de natuur.

Advertenties

Februari 2015

Zijn komst was al lang van te voren geregeld en op het afgesproken tijdstip, woensdagmorgen negen uur, belde hij aan. Toen ik de deur opendeed, schrok ik een beetje. Hij zag er niet uit als een echte. Tuinmannen zijn in mijn ogen zongebruinde, gespierde types met een verweerd gezicht. Mannen met een pet en zand onder hun nagels. Deze had een ronde, kaalgeschoren kop, een oorbel in zijn linkeroor en een glad en bleek gezicht. Een heel bleek gezicht. Ik wierp een snelle blik op zijn vrachtwagen en zag dat er een hoop oranje buizen keurig netjes naast elkaar op de achterbak stonden. Oei, dacht ik, rioolbuizen. Dit is toch wel die man die komt snoeien? Ik was pas gerust gesteld toen hij zijn tuingereedschap uit die buizen tevoorschijn toverde.

Toen hij klaar was met de struiken aan de voorkant, begon hij met de bomen. Onder elke exemplaar stond hij minutenlang bedachtzaam naar boven te kijken. Daarna nam hij zijn langarm telescoopschaar in de hand en sneed voorzichtig hier en daar iets weg. Alleen de boom bij de groentebak en de appelboom werden wat krachtdadiger aangepakt. “Aan die moeraseiken kan ik echt niks meer doen”, zei hij. “Daar waren ze indertijd beter vanaf gebleven. Zo jammer, die kruinen komen nooit meer in orde.” Twee nieuwe bomen heeft hij van een steun voorzien zodat ze goed kunnen wortelen en mooi rechtop omhoog zullen groeien.

Vrijdagavond ging de telefoon. Slecht nieuws, waarschuwden ze. Zomaar, zonder afspraak deze keer, was de dood, die geniepigaard, bij mijn familie langs gekomen. Weer heeft hij iemand weggesnoeid, weer is er een tak weg uit mijn kruin.

Een paar uur later houd ik een zwart-wit afbeelding in mijn handen en kijk vol verwondering naar een nieuw wezentje in wording. Naar het kind van mijn kind. Leven en dood liggen dicht bij elkaar.

Het ene wezen zal het andere niet vervangen. Er werd gesnoeid en met mijn kruin zal het nooit meer in orde komen. Maar onderaan voelt het alsof ik nieuwe wortels krijg – en meer en meer raak ik verankerd in dit leven.

Op Vlaamse wegen

Vorige week heb ik veel tijd in de auto doorgebracht en daarbij heel wat radiospotjes mogen aanhoren. Vroeger maakten ze reclame voor voeding, persoonlijke hygiëne en wasmiddelen. De basisproducten, zeg maar. Tegenwoordig gaat het over reizen, banken en verzekeringen. Ik werd er niet geruster op, daar alleen op Vlaamse wegen. Alsof ik nog niet bang genoeg ben. Zo ben ik bijvoorbeeld doodsbenauwd voor brand. Het is gebeterd sinds we weer in een vrijstaand huis wonen, maar toch. In mijn auto verstijf ik van schrik wanneer bestuurders van Duitse wagens zomaar, schijnbaar uit het niets, voor of achter, links of rechts van mij gaan rijden. In een vliegtuig sterf ik duizend doden, zo zonder grond onder mijn voeten. En het koude zweet breekt me uit alleen al bij de gedachte dat mijn man besmet geraakt door een of ander akelig virus. Ik ben ook bang dat ik kanker krijg, of dat mijn zussen het krijgen. Ik ben bang voor alleen oud worden en huiver voor afhankelijk zijn van anderen.

Ik ben niet bang voor stroomuitval. Het lijkt me zelfs gezellig. Ik ben ook niet bang voor mijn dood, en al helemaal niet voor mijn begrafenis. Daar heb ik dus ook geen verzekering voor. Fout dus. Dat ik daar nog nooit aan heb gedacht! En mijn geld! Hoe onverantwoord ik daarmee omga! Al rijdend hoorde ik welke bank mij eerlijk advies kan geven en mijn geld goed zal beleggen. Of nee, ik moest een krediet aangaan. Maar goed oppassen, want lenen kost ook geld. Die slimme reclamejongens raadden me dringend aan met behulp van de bank of een verzekeringsmaatschappij mijn pensioen aan te vullen, want ik ga nog heel lang leven en absoluut niet toekomen. Lang leven, ik, met mijn voorouders? Vervolgens zal mijn begrafenis stukken van mensen kosten. Mijn familie zal dat nooit kunnen betalen, dus heb ik een uitvaartverzekering nodig. Wie zegt er eigenlijk dat ik een dure begrafenis wil? Misschien wil ik wel een sobere. Of moet ik nu ook nog bang worden dat mijn familie, net als bij koningin Fabiola, mijn laatste wensen niet zal eerbiedigen?

Boven ons hoofd

We zullen blij zijn wanneer ons gezin weer verenigd is. Onze middelste zoon, die in Thailand woont en werkt, laat weten dat hij in september verlof mag nemen om hier het huwelijk van zijn oudste broer bij te wonen. We verheugen ons, hebben wij gezegd. Maar boek alsjeblieft een vlucht die niet over Oekraïne gaat.

Want stel je toch eens voor. Je stapt als toerist op het vliegtuig, vlucht MH17. Iedereen passeert alle controles, zelfs die verdachte individuen die je voor je in de rij zag staan. Nadat je opgestegen bent, leun je enigszins relaxed achterover. Je doet je ogen dicht en begint alvast te dromen over je vakantiebestemming. Als de persoon naast je wat te luid wordt, zet je je koptelefoon op en bekijkt de ene film na de andere. Je denkt dat er niks meer kan gebeuren. De wereld is in orde.

Of je vertrekt voor je werk, mijmerend over je huidige leven. Alle luchthavens van de wereld heb je al gezien en je hebt mensen van alle soorten culturen ontmoet. Je bent dankbaar dat je in West-Europa leeft, een deel van de wereld waar er nu toch al meer dan vijftig jaar geen oorlog meer is. Dankbaar dat je zuiver water hebt en genoeg te eten, een dak boven je hoofd en geld voor nog meer dan dat.

En dan wordt het vliegtuig neergehaald. Een raket doorboort de machine. Razendsnel verandert heel het mens- en wereldbeeld van alle passagiers en plotseling zijn ze dood.

Het had onze zoon kunnen zijn, die daar in dat vliegtuig zat. Wij hadden het zelf kunnen zijn. Terreur komt nu wel heel dichtbij. Hoe is het mogelijk dat onschuldige burgers slachtoffer worden van zo´n daden? In deze tijd van wereldwijde afluisterpraktijken? Eigenlijk ken ik het antwoord wel. Het is mogelijk wanneer alles draait om gas en olie. Terreur is mogelijk omdat er altijd landen en handelaars zullen zijn die de technologie en de middelen leveren. Het is mogelijk omdat we op zo´n momenten even in shock zijn en dan gewoon weer overgaan tot de orde van de dag.