Weg van de clan

‘Ons Lena, ons Maria, onze Jos, ons Wies, onze Geert, ons Marleen en ons Liesbeth.’ Iedereen denkt dat ze uit een groot gezin komt. Of ze echt zoveel broers en zussen heeft? Nee, dus. Ze heeft twee zussen, en de anderen zijn tantes en nonkels langs moederszijde. Omdat haar moeder de oudste was van zes, al vroeg trouwde en haar eigen ouders nog vaak ging helpen, bleven haar broers en zussen “ons”. Ze hadden een hechte band en waren er fier op. Haar werd ingehamerd dat het nergens beter was dan in deze familie en hun geboortedorp. Op vakantie gaan, daar had je geen behoefte aan. Ergens anders is het gras heus niet groener.

Ze trouwde met een man uit eigen streek. Hij werd door de familie goedgekeurd en er in opgenomen. Maar toen maakten zij een fout. Ze gingen verhuizen. Weg uit het dorp, weg van de clan. En zoiets doe je niet. Alle broers en zussen van haar moeder woonden in een straal van één kilometer en bezochten elkaar elke dag. Hoe kon ze haar afkomst zo verloochenen. Gelukkig worden zou ze nooit en heel subtiel werd ze buitengesloten.

In die nieuwe stad moest ze leren op haar eigen oordeel af te gaan. Niemand die haar zei: dat is die of die, of: pas op, die zijn zus en zo. Hier was ze niet meer Hannelore van Katrien van Jef de Pauw. God, wat miste ze de geborgenheid van de clan, het fietsen door vertrouwde straten, de spontane bezoekjes van vrienden en familie.

Nu, na al die jaren van op zichzelf aangewezen zijn, kijkt ze met heel andere ogen naar haar familie. En vraagt zich af: is dat wel gezond? Elkaar elke dag bezoeken, alles van elkaar weten? Zo zeker zijn van jezelf en je plaats onder de zon? Dat ze zich daar ooit zo goed heeft gevoeld – in die voor haar nu zo vreemde wereld.

Advertenties

Rimpel(d)ingen

Ieder jaar opnieuw koop ik een adventskalender, of iets wat daar op lijkt, en ieder jaar opnieuw neem ik me voor me tijdens de advent dagelijks wat te bezinnen. Over God en de wereld, over wat ik nodig heb en wat niet, en over hoe het anders moet of kan. Over geloof, hoop en liefde. Soms lukt het, soms niet.

Dit jaar is het me bijzonder slecht gelukt. De eerste adventszondag lijkt nog maar twee dagen geleden en nu staat Kerstmis al weer voor de deur. Met al die boodschappen die ik nog moet doen, al dat eten dat nog moet worden gekookt, en al die feesten waar onze aanwezigheid wordt verwacht, zal er ook niet meer veel tijd overschieten voor inspirerende of terugblikkende gedachten. Maar een klein overzicht van wat er op Rimpelingen gebeurde, kan er nog wel vanaf.

In 2015 heb ik 43 berichten gepubliceerd. Dat is niet elke week, maar het scheelt toch niet veel. Die berichten worden door steeds meer mensen in steeds meer binnen- en buitenland gelezen en alle mondelinge en schriftelijke reacties daarop doen me  geweldig veel deugd. Jullie zijn een trouw publiek en daarvoor dank ik jullie uit het diepste van mijn hart.

Het bericht Februari 2015 was dit jaar de nummer één. Ook de volgende columns behoren tot de vijf meest gelezen berichten: Kervelsoep van gisteren, Très sympa , Wist ik veel en Nieuwe potten. Als ik de statistieken zo bekijk – jullie geloven nooit hoe plezant dat is – kom ik tot de conclusie dat jullie het liefst iets lezen over mijn persoonlijke ervaringen. Dat stemt tot nadenken. Zijn jullie echt zo nieuwsgierig? Of vinden jullie het leuk, gewoon omdat het allemaal zo herkenbaar is? En meer nog, wat ga ik met deze informatie doen?

Het is een goed rimpeljaar geweest. Ik beleef zelf veel plezier aan het schrijven en ben van plan daar nog even mee door te gaan. Maar voorlopig gaat de pauzeknop even in. Toch wat column schrijven betreft. Ik ga volop genieten van mijn gezin, familie en vrienden. Eventueel sámen wat bezinnen – misschien lukt dat zelfs nog beter dan alleen. Bij leven en welzijn duik ik dan ergens in januari weer op. Tot dan!


 kerstmis

Ik wens jullie gezellige kerstdagen en een heel gelukkig Nieuwjaar!

Ich wünsche Euch frohe Weihnachten und ein glückliches neues Jahr!

I wish you a Merry Christmas and a Happy New Year!

Joyeux Noël et une bonne Année!

“Return to sender”

Soms is het leven een en al ontgoocheling. Dan lijkt het alsof er alleen verlies is. Verlies van familie en van zielsverwanten. Verlies van kennen en van kunnen.

Gelukkig gebeurt er soms ook iets positiefs. Zoals afgelopen zondag. Nee, eigenlijk moet ik bij zaterdag beginnen. We hadden de verjaardag van mijn schoonvader prettig gevierd en kwamen ´s avonds na een lange rit weer thuis. Ik opende mijn iPad om te kijken of er nieuwe berichten waren. Natuurlijk was het ook, en vooral, omdat ik snel nog Candy Crush wou spelen – maar zeggen dat je nog even je mailbox checkt, stuit hier precies toch op iets meer begrip. Tot level 165 ben ik al geraakt maar tot mijn grote ergernis lukt het me niet daar aan voorbij te komen. Voor de kenners: omdat ik consequent weiger die 89 cent te betalen die me meer levens en dus meer kans op winst beloven, probeer ik nu al weken steeds diezelfde stomme, blauwe ballen weg te spelen. Maar dit terzijde.
Zaterdag vond ik dus een bericht van mevrouw E. in mijn mailbox. Ze nodigde ons uit voor een feest op een, zo te lezen, erg leuke locatie. Een trouwfeest was het, met vooruitzicht op een lekker menu, met aperitief en hapjes en al. Het was zó spijtig dat noch ik, noch mijn man, de mevrouw die de uitnodiging had verstuurd ook maar een beetje kende. En even later vond ik het zó sneu dat die uitnodiging niet bij de juiste mensen was beland. Ik dacht, God weet hoe gepasseerd voelt die andere Ingrid zich als zij denkt dat ze niet mag komen. Zoiets kan tot levenslange vetes leiden en dat wil ik echt niet op mijn geweten hebben. De volgende morgen heb ik mevrouw E. dan maar laten weten dat die mail vermoedelijk voor iemand anders was bestemd. Het was leuk geformuleerd, al zeg ik het zelf. En prompt kreeg ik een lieve mail terug. Iets over humor en een vrouw naar haar hart. Ik werd er blij van. Soms is er niet alleen maar verlies. Zelfs niet op het internet.