Buitengewoon schoon gedacht

Het plan was dat ik als laatste bericht voor dit jaar nog eens iets plezierigs zou plaatsen. Iets humoristisch. Over mijn man bijvoorbeeld, want dat lezen jullie blijkbaar graag.

Op dinsdagmorgen was ik om zeven uur opgestaan. Ik had goed geslapen en mijn humeur was navenant. (Dat verdient enige aandacht want dat gebeurt niet alle dagen.) In mijn hoofd had ik al een planning opgemaakt. Na het ontbijt eerst opruimen, bedacht ik terwijl ik mijn haar föhnde, want gisteravond zag het huis eruit uit alsof hier nog altijd vijf mensen wonen in plaats van twee. Nog wat kerstversiering aanbrengen. Daarna een column schrijven. Boodschappen doen. Pompoensoep koken – die met venkel. In de namiddag boek terugbrengen naar de bib in Vaals en op de terugweg bloemen kopen. Een paar dringende telefoongesprekken voeren. Granola maken. Zelfs een uurtje strijken had ik ingepland. Terwijl ik op andere dagen was en strijk met alle plezier uit mijn gedachten ban. Vol energie ging ik naar beneden.

Ik zette de radio aan en begon aan mijn kommetje met fruit. Pardoes verslikte ik me in een stukje mandarijn. Aanslag in Berlijn – op de kerstmarkt. Europa in zijn kern geraakt. Ik werd bang. Voor de zoveelste keer dit jaar werd ik bang en mijn gedachten gingen uit naar al die mensen die dit jaar door geweld zijn gestorven, of door geweld iemand hebben verloren.
Daarna dacht ik: de maatschappij wíl dat we bang zijn. Voor Rusland, Turkije, Azië, Afrika en Amerika. Voor de islam, de klimaatverandering, voor armoede en voor al te grote rijkdom. En als we maar bang genoeg zijn, zijn we bereid heel wat van onze vrijheden op te offeren. Eigenlijk wil ik daar niet aan meedoen.
Meteen heb ik de radio uitgezet. De krant heb ik opgevouwen op tafel laten liggen en ik heb die dag ook niet naar de televisie gekeken. Omdat ik niet wéér elke minuut van de dag wou geconfronteerd worden met vragen en vermoedens, met oud nieuws en nieuw nieuws en met nog meer variaties op het nieuws. Ik heb gewoon mijn programma afgewerkt. Behalve die leuke column dan, die heb ik niet geschreven. Dat ging niet meer.

Zondag is het Kerstmis. Herdenking van een geboorte als teken van vernieuwing. Ik vind dat een buitengewoon schoon gedacht: ieder jaar opnieuw de kans krijgen me te vernieuwen of te verbeteren. Daar ga ik me dus nog eens over bezinnen. Daarna hoop ik het leven, fris en opgewekt en zonder bang te zijn, tegemoet te treden. Uiteraard hoop ik voor jullie hetzelfde.

ZALIG KERSTFEEST EN GELUKKIG NIEUWJAAR!

FROHE WEINHACHTEN UND EIN SCHÖNES NEUES JAHR!

JOYEUY NOËL ET BONNE ANNÉE!

MERYY CHRISTMAS AND A HEPPY NEW YEAR!

engel

Rimpel(d)ingen

Ieder jaar opnieuw koop ik een adventskalender, of iets wat daar op lijkt, en ieder jaar opnieuw neem ik me voor me tijdens de advent dagelijks wat te bezinnen. Over God en de wereld, over wat ik nodig heb en wat niet, en over hoe het anders moet of kan. Over geloof, hoop en liefde. Soms lukt het, soms niet.

Dit jaar is het me bijzonder slecht gelukt. De eerste adventszondag lijkt nog maar twee dagen geleden en nu staat Kerstmis al weer voor de deur. Met al die boodschappen die ik nog moet doen, al dat eten dat nog moet worden gekookt, en al die feesten waar onze aanwezigheid wordt verwacht, zal er ook niet meer veel tijd overschieten voor inspirerende of terugblikkende gedachten. Maar een klein overzicht van wat er op Rimpelingen gebeurde, kan er nog wel vanaf.

In 2015 heb ik 43 berichten gepubliceerd. Dat is niet elke week, maar het scheelt toch niet veel. Die berichten worden door steeds meer mensen in steeds meer binnen- en buitenland gelezen en alle mondelinge en schriftelijke reacties daarop doen me  geweldig veel deugd. Jullie zijn een trouw publiek en daarvoor dank ik jullie uit het diepste van mijn hart.

Het bericht Februari 2015 was dit jaar de nummer één. Ook de volgende columns behoren tot de vijf meest gelezen berichten: Kervelsoep van gisteren, Très sympa , Wist ik veel en Nieuwe potten. Als ik de statistieken zo bekijk – jullie geloven nooit hoe plezant dat is – kom ik tot de conclusie dat jullie het liefst iets lezen over mijn persoonlijke ervaringen. Dat stemt tot nadenken. Zijn jullie echt zo nieuwsgierig? Of vinden jullie het leuk, gewoon omdat het allemaal zo herkenbaar is? En meer nog, wat ga ik met deze informatie doen?

Het is een goed rimpeljaar geweest. Ik beleef zelf veel plezier aan het schrijven en ben van plan daar nog even mee door te gaan. Maar voorlopig gaat de pauzeknop even in. Toch wat column schrijven betreft. Ik ga volop genieten van mijn gezin, familie en vrienden. Eventueel sámen wat bezinnen – misschien lukt dat zelfs nog beter dan alleen. Bij leven en welzijn duik ik dan ergens in januari weer op. Tot dan!


 kerstmis

Ik wens jullie gezellige kerstdagen en een heel gelukkig Nieuwjaar!

Ich wünsche Euch frohe Weihnachten und ein glückliches neues Jahr!

I wish you a Merry Christmas and a Happy New Year!

Joyeux Noël et une bonne Année!

Niet handig

We zijn te vroeg voor het concert in het Sportpaleis. Tijd genoeg dus om alles eens goed te observeren. Na de gebeurtenissen in Parijs zijn de veiligheidsmaatregelen bij grote samenkomsten verhoogd en de politie is hier dan ook prominent aanwezig. Niet dat ik me daardoor veiliger voel. Sommigen kijken echt niet slim uit hun ogen. Of die ons gaan kunnen redden? En dan die lichaamsbouw… Mijn vertrouwen zakt met de minuut. Van de politie gaan mijn gedachten naar de rechtbank. Onlangs heb ik in Nederland twee openbare zittingen bijgewoond en ook daar kreeg mijn vertrouwen een flinke deuk.

In de eerste zaak verschijnt een man die ervan beschuldigd wordt illegaal hennep te hebben gekweekt. De beklaagde geeft de feiten toe. Hij heeft al een boete betaald en zijn planten heeft hij vernietigd. Tijdens de zitting mag hij uitleg geven over zijn persoonlijke en financiële situatie. De officier van justitie toont hiervoor veel begrip en mildert haar strafeis. Omdat er ook nog onregelmatigheden in het onderzoek werden vastgesteld, zet de rechter de straf om in een voorwaardelijke straf. De beklaagde verklaart dat hij echt veel heeft geleerd en het nooit meer zal doen. Gezien zijn persoonlijke en financiële situatie waag ik dat te betwijfelen, maar mijn psychologische talenten vallen dan ook in het niet bij die van de politierechter .

In de tweede zaak verschijnt een man met een goed getraind bovenlichaam en een stoere gang. Hij zou een andere man hebben mishandeld. Ook hier geven de politierechter en de officier van justitie blijk van een groot psychologisch inzicht. De rechter vindt wat er is gebeurd “niet handig”. Maar de benadeelde partij kan niet aannemelijk bewijzen dat de geclaimde schade heeft plaats gevonden en daarom zal de straf geheel voorwaardelijk zijn. Dankbaar stapt de beklaagde naar voren om de politierechter, de officier van justitie en de griffier een hand te geven. Ik wil niet weten hoe vast die handdruk was.

Een heel justitieel apparaat in werking zetten om mensen te vertellen dat ze iets verkeerds hebben gedaan en dat ze straf hebben verdiend. Daarna de straf niet uitvoeren. Werkt de rechtspraak zo? Of was ik getuige van een sterk staaltje psychologie?

(Voor de Belgen: De officier van justitie is de openbare aanklager. De politierechter is een alleensprekende rechter die mondeling uitspraak doet in minder ernstige strafzaken of misdrijven. De maximumstraf is 1 jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf.)

Zeer vereerd

liebsteraward

Ik viel bijna van mijn stoel toen ik het las. De schrijfster van “Denkgedachten” heeft mij genomineerd voor de Liebster award. Ergens was ik al eens een blogpost over deze award tegen gekomen maar dat ikzelf daar ooit voor in aanmerking zou komen, wel, daar had ik in de verste verte geen rekening mee gehouden. Bij deze: mijn hartelijke dank daarvoor. Wie had dat ooit gedacht: mijn Rimpelingen op de lijst der genomineerden. Hoe sjiek is dat!

Dat was dus mijn eerste reactie. En zoals het meestal gaat: allengs volgde daar een tweede op.

Bij prijsuitreikingen hebben de genomineerden zo hun verplichtingen. Meestal zitten ze met hun hele entourage en in hun beste kleren breed lachend in de zaal. Ze applaudisseren voor iedereen mee, kijken blij verrast en gunnen werkelijk iedereen de prijs. Kortom, ze doen alsof. In blogland ligt dat anders. Ik zit hier heel alleen te grijnzen van contentement en het kan niemand schelen of ik mijn kamerjas, een jurk of een broek aanheb. Denk ik toch. Wij, bloggers en columnisten, hebben met z´n allen lak aan schone schijn. De buitenkant doet er voor ons niet toe. Maar die binnenkant! Het echte leven! Dáár zijn we naar op zoek. Dat is wat ons interesseert. Wat gaat er allemaal om in die kopjes van alle anderen?

Ik ben echt heel blij met mijn nominatie. Zeer vereerd. Maar die verplichtingen… Dat ik nu op al die intieme vragen moet antwoorden en er zelf moet gaan bedenken. Het was nooit mijn bedoeling mezelf helemaal bloot te geven. Ik wil toch alleen maar dat iedereen nieuwsgierig blijft naar wat ik schrijf, geschreven heb of ooit nog ga schrijven. Mezelf typeren kan ik niet en mijn dromen en verlangens wil ik niet expliciet meedelen. Ik weet niet op welk dier ik lijk. Ik wil het zelfs niet weten. Op mijn toverkunsten zit ook niemand te wachten, geloof me vrij. Alles wat ik kwijt wil, staat in mijn columns. Daar kun je lezen hoe ongestructureerd, verstrooid, nieuwsgierig en verwonderd ik soms ben. Hoe en wat ik denk. En bovenal, dat ik heel graag schrijf.

Wordt vervolgd.

Dan ben je gezien

Strijken is niet mijn favoriete bezigheid. Van strijken slaan mijn gedachten op hol. En meestal naar de verkeerde kant. Hoe dat komt, weet ik niet goed. Het is waarschijnlijk iets wat van moeder op dochter overgaat, want mijn zussen staan er ook niet om te springen.

In lakens heb ik me nooit druk gemaakt. Die worden gewassen, gedroogd en meteen terug op het bed gelegd. Maar alles wat terug de kast in moet, wordt zorgvuldig gestreken. Ik kan echt heel slecht tegen slordige en onopgeruimde kasten.
De zorg voor handdoeken en zakdoeken heb ik vroeger regelmatig gedelegeerd. Jongens moeten het huishouden ook leren, vind ik. Stoffen zakdoeken gebruikten we trouwens op een bepaald moment bijna niet meer, vanwege onhygiënisch. Maar al die andere dingen… Soms werd ik er wanhopig van en dat voortdurend malen in mijn hoofd maakte het er niet beter op. Er bleef ook steevast iets in de wasmand liggen. Dat ene, laatste stuk was er altijd te veel aan.

Toen de kinderen nog klein waren, streek ik nogal eens op vrijdagavond. Ze mochten dan wat langer opblijven en zaten in de woonkamer aan de televisie gekluisterd terwijl ik stond te strijken en met een half oog meekeek. Heen en weer ging het strijkijzer en heen en weer gingen mijn gedachten. Onze jongste heeft toen eens met een bang gezichtje gevraagd waarom ik zo streng keek. Of ik héél boos was? “Maar nee”, heb ik vlug gezegd, “dat is toch mijn gewone gezicht, voor als ik wat moet nadenken.”

Sinds ik van Emma Crebolder, een Nederlandse dichteres, hoorde dat ze een of andere routineklus gaat opknappen wanneer ze vast zit met het schrijven, strijken bijvoorbeeld, kijk ik er wat positiever tegenaan. En warempel, de gedachten blijven stromen, maar anders. Creatiever. De mand raakt de laatste tijd ook altijd leeg. Wat me wel nog dwarszit, zijn die papieren zakdoekjes. Want als je vergeet ze vóór het wassen uit de broekzakken te halen, dan ben je gezien. Die resten plakken geweldig aan alle andere kleren. Gisteren nog meegemaakt. Ik kreeg acuut heimwee naar stoffen zakdoeken. Als dat geen goed idee is…

Altijd kiezen voor de mooie

Sommige schoenenwinkels in Aken zijn zo saai dat je daar gemakkelijk door kunt lopen zonder in de verleiding te komen die schoenen daar ook werkelijk te willen hebben. En saaie winkels zijn goed om deprimerende gedachten te verdrijven. Ik word daar soms zelfs blij van: ergens buiten stappen zonder iets te hebben gekocht. Weer niets wat mijn kinderen na mijn dood moeten opruimen, denk ik dan.

In diep gepeins verzonken loop ik door zo´n schoenenwinkel. De luide stem van een jonge vrouw ergens in het midden van de winkel doet me opkijken. ‘Ja, welke neem ik nu?’ hoor ik haar bijkans radeloos vragen. ‘De mooie of de gemakkelijke?’ Ze werpt een gekwelde blik op haar vriendin, die naast haar op een bankje zit. De vriendin haalt haar schouders op. ‘Ja zeg,’ antwoordt ze ongeduldig. ‘Welke vrouw vraagt zich nu zoiets af. Dat doe ik nooit, hoor. Je moet altijd kiezen voor de mooie. Altijd. Je moet het natuurlijk zelf weten, maar als je het me dan toch vraagt… Wie mooi wil zijn, moet pijn lijden. Die spreuk ken je toch. Dat houd ik mezelf ook altijd voor en dan is de keus snel gemaakt, niet?’ De verkoopster knikt instemmend en legt de gemakkelijke ijverig terug in de doos.

Allez, meiske toch, denk ik. Dat is je beste idee ook niet geweest, deze vriendin meenemen op schoenenjacht. Je vriendin aanraden pijn te lijden, wie doet dat nu. Die heeft echt niet het beste met jou voor. Die wil toch alleen maar dat je boertig rond strompelt, eksterogen krijgt en van ellende je schoenen moet uitdoen wanneer jullie samen uitgaan. Die wil alles, behalve dat jij met mooie schoenen de show zou kunnen stelen.

Voor wie maken wij, vrouwen, ons eigenlijk mooi? Voor de mannen? Waarom volgen we dan de mode, zelfs wanneer die mode echt niet sexy is? Of vinden mannen bijvoorbeeld sneakers en kapotte jeans aantrekkelijk, en weet ik dat weer niet? Willen we misschien alleen maar concurreren met andere vrouwen? Als het al niet gaat met ons figuur, dan maar met de kleren en de schoenen?