Wat het is

Tot voor kort klonk het zinnetje “Het is wat het is” me hoogst filosofisch in de oren en noopte het me tot niet-aflatende nachtelijke reflectie. Maar tegenwoordig begint het me danig te irriteren. Ik hoor het als antwoord bij de confrontatie met moeilijke onderwerpen of als antwoord op lastige vragen; discussies worden ermee afgesloten nog voordat ze goed en wel begonnen zijn. Kortom, met deze uitspraak snoeren we onze gesprekspartner gewoon de mond. Wat ik als filosofische stelling beschouwde, blijkt een cliché. Maar goed, het is wat het is, en ik zal er verder niet over zeuren.

Toch wel nieuwsgierig naar de herkomst van deze uitdrukking, kwam ik uit bij een liefdes(!)gedicht van Erich Fried (1921-1988), een Oostenrijks schrijver, dichter en essayist. Ter ere van Gedichtendag vind je het hieronder, met daarnaast de Nederlandse vertaling van Remco Campert, Nederlands dichter, columnist en schrijver.

 

Was es ist

Es ist Unsinn
sagt die Vernunft
Es ist was es ist
sagt die Liebe
Es ist Unglück
sagt die Berechnung
Es ist nichts als Schmerz
sagt die Angst
Es ist aussichtslos
sagt die Einsicht
Es ist was es ist
sagt die Liebe
Es ist lächerlich
sagt der Stolz
Es ist leichtsinnig
sagt die Vorsicht
Es ist unmöglich
sagt die Erfahrung
Es ist was es ist
sagt die Liebe

Erich Fried

Wat het is

Het is onzin
zegt het verstand
Het is wat het is
zegt de liefde
Het is ongeluk
zegt de berekening
Het is alleen maar verdriet
zegt de angst
Het is uitzichtloos
zegt het inzicht
Het is wat het is

zegt de liefde
Het is belachelijk
zegt de trots
Het is lichtzinnig
zegt de voorzichtigheid
Het is onmogelijk
zegt de ervaring
Het is wat het is
zegt de liefde

Remco Campert

World Poetry Day 2018

Voor wie dit leest

Gedrukte letters laat ik U hier kijken,
maar met mijn warme mond kan ik niet spreken,
mijn hete hand uit dit papier niet steken;
wat kan ik doen? Ik kan U niet bereiken.

O, als ik troosten kon, dan kon ik wenen.
Kom, leg Uw hand op dit papier; mijn huid;
verzacht het vreemde door de druk verstenen
van het geschreven woord, of spreek het uit.

Menige verzen heb ik al geschreven,
ben menigen een vreemdeling gebleven
en wien ik griefde weet ik niets te geven:
liefde is het enige.

Liefde is het meestal ook geweest
die mij het potlood in de hand bewoog
tot ik mij slapende vooroverboog
over de woorden die Gij wakker leest.

Ik zou wel onder deze bladzij willen zijn
en door de letters heen van dit gedicht
kijken in uw lezende gezicht
en hunkeren naar het smelten van Uw pijn.

Doe deze woorden niet vergeefs ontwaken,
zij kunnen zich hun naaktheid niet vergeven;
en laat Uw blik hun innigste niet raken
tenzij Gij door de liefde zijt gedreven.

Lees dit dan als een lang verwachte brief,
en wees gerust, en vrees niet de gedachte
dat U door deze woorden werd gekust:
Ik heb je zo lief.

Leo Vroman

De saaiheid van het bestaan

In de filmzaal kijk ik naar acht opeenvolgende dagen uit het leven van Paterson. We zijn op ongeveer drie vierde van de bijna twee uur durende film. Hoe saai kan het leven zijn, denk ik. Moet er niet nog iets ergs gebeuren? Hoort hier geen omwenteling te komen?

   Het leven van Paterson, een jonge, sympathieke buschauffeur in de gelijknamige stad, bestaat uit een aaneenschakeling van routines. Iedere morgen wordt hij op hetzelfde uur wakker. Hij staat op, eet, wandelt naar zijn werk, rijdt met zijn bus elke dag hetzelfde parcours en loopt ´s avonds weer naar huis. Tussendoor schrijft hij dichtregels in zijn notitieboekje. Iedere avond eet hij wat zijn vrouw heeft klaargemaakt. Daarna laat hij Marvin, hun buldog, nog even uit en drinkt in de plaatselijke kroeg een biertje. In tegenstelling tot zijn baasje heeft Marvin een levendig karakter en de daarbij passende gelaatsuitdrukkingen.

   Laura, de kwieke, bloedmooie vrouw van Paterson, koestert grote, artistieke ambities. Voor zichzelf en voor haar man. Zelf zou ze graag een beroemde countryzangeres worden, of een gevierde kunstenares. Hoewel Paterson keer op keer aangeeft dat hij alleen schrijft voor zijn plezier, stimuleert Laura hem iedere dag opnieuw zijn gedichten te publiceren. Haar lijzige stemgeluid strookt absoluut niet met de energie die ze tentoonspreidt en begint me na verloop van tijd te irriteren. Samen met het flegmatieke karakter van Paterson maakt dit wel geloofwaardig dat er, ondanks de zichtbare liefde tussen die twee, gedurende die acht dagen geen enkele keer sprake is van seks.

     Paterson is gelukkig met zijn leven en zijn gedichten worden steeds beter. Ondertussen zit ik te wachten op de grote ommekeer. Ik kijk nu eenmaal naar een film. Maar die komt er niet. De gebeurtenissen die de dagelijkse routine af en toe onderbreken, hebben geen grote consequenties. Paterson is een dichtende buschauffeur en blijft een dichtende buschauffeur. Toch verveel ik me geen moment. De herhalingen hebben iets grappigs en ik word geraakt door de mooie, subtiele verfilming van het alledaagse leven. En ná de film begin ik het te begrijpen: deze film is een gedicht – een ode aan de banaliteit van het bestaan. Om kunst te kunnen maken móet het leven saai zijn.

Jim Jarmusch, Paterson, 2016

Gedichtendag 2017

De lezer

De lezer is een vreemde soort.
Men hoort hem niet
en denkt dat men hem ziet,

maar waar hij zit is hij niet
en ongehoord
is het leven in zijn hoofd.

Stoor hem dus niet,
hij is er bezig met bestaan.
Komt hij zo terug, weer

het gerucht in waar hij hoort,
luister dan: het lezen
heeft hem anders verwoord.

Bernard Dewulf

Bernard Dewulf (Vlaams columnist, essayist, dichter, kunstkenner, enz., geboren in 1960) was in  2012-2013 stadsdichter van Antwerpen en schreef toen dit gedicht voor de opening van de nieuwe openbare bibliotheek in Wilrijk. Het werd aangebracht op een muur van de benedenverdieping van de bibliotheek.