Asperges op Vlaamse wijze

Sinds een paar weken hebben wij een nieuwe regeling. Op vrijdag stellen mijn man en ik samen een weekmenu op en mijn man gaat daarna winkelen. Ik vind dat een hele opluchting. Niet alleen omdat hij de boodschappen doet, maar ook omdat ik nu niet meer iedere dag hoef na te denken over wat we in hemelsnaam gaan eten. Het is misschien vreemd dat ik daar nu nog mee begin. Vroeger, met drie kinderen in huis, had ik veel meer werk met het huishouden en de maaltijden. Met regelmatige tussenpozen heb ik ook wel een poging gedaan me beter te organiseren, maar dat liep altijd op niets uit. Ik hield mij daar nooit aan. Ik kon dat niet. Omdat ik echt geen zin had om te koken wat bijvoorbeeld op dag drie gepland stond of moest vaststellen dat ik de juiste ingrediënten niet in huis had. Ik was eerder iemand van de improvisatie dan van de organisatie.

Het werkt heel goed. Al drie weken houd ik me er keurig aan. Ik kijk op mijn papier, weet meteen wat ik moet koken en begin. Koken heb ik nooit erg gevonden, maar dat nádenken was er teveel aan. Dat is nu opgelost. Ik voel me veel rustiger zo. Ook mijn man is heel tevreden. ´s Ochtends verheugt hij zich al op het avondeten. Hij weet nu tenminste wat het wordt. Bovendien hebben we nooit meer te veel in huis, iets waar hij zich wel eens aan kon ergeren. Want hij brengt nooit iets mee wat niet op het lijstje staat, terwijl ik ertoe neigde dat wel te doen. Nee, het is hier tegenwoordig één en al peis en vree.

Tot afgelopen vrijdag. We hadden asperges op Vlaamse wijze gegeten. Ik krijg er nog het water van in de mond. Maar tegen negen uur kreeg mijn man weer trek. Heel het huis heeft hij afgezocht, grommend op zoek naar iets lekkers. Niks te vinden. Geen chips, geen koekje, geen chocola, niks. Het stond niet op zijn lijstje.

Advertenties

Zuignappen

Sinterklaas is voorbij, ik weet het, maar ik wil toch nog iets over hem vertellen. Vorige week hebben een paar lieve dames mijn geloof in die goedheilige man dubbel en dik hersteld. Ja hoor, ik heb een boog gekregen, eentje met drie pijlen. Er zat ook nog een gedicht bij. Van de Sint himself. Daarin vertelt hij dat hij al oud is en wat vergeetachtig en dat het daarom zo lang heeft geduurd vooraleer hij mijn meisjeshart kon verblijden. En zijn paard is wit omdat hij het op het dak en midden in de nacht toch moet kunnen terugvinden. Heel plausibel allemaal. Bij deze aanvaard ik dan ook zijn excuses. Dank u, Sinterklaasje!

Ik ben ontzettend blij met mijn pijl en boog en heb thuis al wat geoefend. Wij hebben een rond raam en dat leent zich daar uitstekend toe. Over een paar dagen wil ik het dan eens proberen met een appel op het hoofd van mijn man. Ik weet wel nog niet of ik die zuignappen dan op die pijlen zal laten zitten. Op een appel houden die waarschijnlijk niet. Anderzijds, als ik, tegen alle verwachtingen in, onder die appel door schiet met een pijl zonder zuignappen en ik raak per ongeluk zijn ogen – dan ben ik gezien. En die dames ook. Ik zal nog eens nadenken, over hoe en wanneer. Misschien dat ik toch maar beter wacht tot ná de kerstdagen. Want ik weet niet hoe het bij jullie zit, maar gewoonlijk hebben we in dit huishouden van te voren al suspense genoeg.

pijl