Winter – Elfje

Winter

alles wit

grachten dicht gevroren

langzaam glijden over ijs

gebroken

 

Een elfje is een eenvoudige, compacte dichtvorm, die bestaat uit elf woorden. De vorm wordt vooral gebruikt om kinderen, maar ook volwassenen, kennis te laten maken met het schrijven van poëzie. En nu het nog altijd poëzieweek is en het eindelijk sneeuwt… 

IMG_1260

Twee kippen en een haan

Na een uiterst succesvolle strooptocht strijken we neer in een ijssalon. Met een gerust geweten kunnen mijn buurvrouw en ik het geld dat we op de markt hebben uitgespaard, uitgeven aan een lekker kopje koffie. Buiten is er alleen dicht bij de straat iets vrij en na enig overleg gaan we dan maar binnen zitten. Genietend nippen we van onze koffie en kijken tersluiks eens rond om onze eventuele volgende bestelling voor te bereiden. Die ijskoffie even verderop ziet er alvast heerlijk uit.

Schuin vóór me zit een oudere man op een bank, geflankeerd door twee vrouwen van zijn leeftijd. Hij heeft zich beslist afgevraagd hoe hij dat hier in godsnaam moet regelen en heeft wijselijk besloten de kerk in het midden houden. Want als een man met twee vrouwen ergens iets wil drinken, naast wie moet hij dan zitten?
Wie zou zijn echtgenote zijn? En is die andere dan haar zus, zijn schoonzus dus? Ach nee, ze lijken in geen enkel opzicht op elkaar. Waarschijnlijk zijn het twee vriendinnen. Hm, ze zitten alle drie wel heel dicht bij elkaar, als kippen op een stok. Die linkse, die raakt hem af en toe aan. Dat moet zijn vrouw zijn. Ho maar, zie, die rechtse, die wordt jaloers! Met steeds roder wordende koontjes schuift ze langzaam nog wat dichterbij, legt haar hand op zijn arm en kijkt hem daarbij smachtend aan. Voor onze ogen is een ware concurrentiestrijd losgebarsten. Straks belandt ze op zijn schoot! Ze probeert zijn aandacht te vangen maar het wil niet lukken. Hij is het blijkbaar gewoon, met twee vrouwen op stap, en heel verstandig kiest hij geen partij. Allebei smeken ze woordeloos om zijn aandacht maar hij verdomt het hen die te geven. Stoer blijft hij voor zich uit kijken. Je moet het maar kunnen, door twee vrouwen tegelijkertijd belaagd worden en daar zo stoïcijns onder blijven. Dit verraadt een jarenlange ervaring. Opeens valt zijn triomfantelijke blik me op en ik heb het meteen door: dit is niet alleen háár vriendin, het is ook de zijne! De snoeper! Daar wil ik meer van weten.

Juffrouw! Nog twee ijskoffies graag!

Vieze broeken

Al zo lang zorg ik voor het huishouden en toch blijf ik maar fouten maken. Twee maanden geleden heb ik een Levi´s jeans gekocht en sindsdien heb ik die al minstens vijf keer gewassen. Ze ligt in de wasmand te wachten tot er nog wat donkere was bijkomt, wat tegenwoordig wel iets langer duurt dan toen we nog met z´n vijven waren. Maar vandaag lees ik dat je ze best zo weinig mogelijk wast. Liever helemaal niet. Toen modeontwerper Tommy Hilfiger dat zei, heb ik het niet serieus genomen. Nu Chip Bergh, de CEO van Levi´s, met dezelfde boodschap komt, moet ik er toch eens over nadenken. Hij gaat er prat op dat hij zijn broek al een jaar heeft en dat ze nog altijd niet in de wasmachine is beland. Echte fans van Levi´s laten hun broek liever niet in de buurt van water en zeep komen, beweert hij. Hardnekkige vlekken verwijderen ze met een droge tandenborstel en verse vlekjes deppen ze met een spons. Als ze vies begint te ruiken, leggen ze hun broek in een plastieken zak in de diepvriezer. 24 uur en alle bacteriën zijn kapot. Èkes. In welk vak komt ze dan? In het vleesvak? Of in het groentevak? In het onderste misschien, naast die doos met speculaasijs? En wat als je zo´n grote diepvrieskist hebt? Dan is het maar te hopen dat er geen prei in ligt. Een jeans die naar prei ruikt… Als lichamelijke aantrekkingskracht geen rol meer speelt, is het misschien geen slecht idee. Het zal wel een reden hebben dat er in kloostertuinen zo veel prei wordt gekweekt.

Op mijn eerste jeans heb ik lang moeten wachten. Ieder meisje, ja echt, of toch in mijn gedachten, ieder meisje uit mijn klas op de middelbare school had een jeans voordat ik er een kreeg. Mijn ouders vonden broeken niet passen voor hun dochters. Zeker niet met brede pijpen. Zij waren voor rokjes. Gesoebat dat ik heb! Uiteindelijk is ze er gekomen, op mijn veertiende. Ze had brede pijpen, maar schuin over mijn buik zaten twéé ritssluitingen en dan die scherpe vouwen…

Anders dan anders

Tulpen vind ik maar niks. Nog nooit iets aan gevonden. Ze doen me te veel aan prei denken en ik houd niet van prei. Prei heeft het nietsontziende vermogen alles naar prei te doen ruiken. Zeker in de diepvries. Ik eet heel graag ijs, maar ijs uit een diepvriezer waar ook prei in ligt, nee, dat is aan mij niet besteed.
Tulpen zijn alleen in groep te verdragen. In bosjes in de tuin gaat het nog, maar soms zie je ze apart op een afstand van zo´n tien centimeter van elkaar in de houding staan. Aan de boord van een paadje in de tuin bijvoorbeeld, stram als soldaten en braaf in het gelid. Zo onnatuurlijk! Bloemen moeten iets wilds hebben en lekker ruiken. En dat kan je van tulpen echt niet beweren. Stijve bloemen zijn het. Te kunstmatig ook en te simpel van vorm. Gemakkelijk te tekenen, dat wel. Een paar potloodstrepen en hups, je bent klaar. Voor de rest doen ze me maar weinig.

Bij dit grijze weer kan onze woonkamer wel wat opfleuring gebruiken en zo belandde ik vandaag in het bloemenhoekje van de winkel waar ik gewoonlijk mijn boodschappen doe. Jammer genoeg was er niet veel keus – alleen wat tulpen en rode rozen. Die rozen, zo kort voor Valentijnsdag… die leken me niet zo´n goed idee. Je weet maar nooit. Alhoewel, mijn mansvolk doet niet aan zo´n dagen. Pure commercie, zeggen ze. Ik hoop dat onze zonen ooit nog van gedacht veranderen; er zijn al genoeg relaties aan te weinig attentie ten onder gegaan. Hun vader blijkt alvast in staat nog wat bij te leren. Gisteren heeft hij gezegd dat ik morgen om zes uur klaar moet staan om naar de stad te gaan. Hij heeft een tafeltje gereserveerd! Nu, na zoveel jaren!

Het zijn dus tulpen geworden. Ze staan hier met z´n allen in een kristallen vaas te pronken. Ik hoop dat P. het ziet als hij straks thuiskomt. En dat hij het vooral niet in zijn hoofd krijgt morgen rozen te gaan kopen. Want dat gereserveerde tafeltje maakt me al ongerust genoeg.