Vakantie

Hoewel ik ooit heb beloofd regelmatig iets op Rimpelingen te posten, komt daar de laatste tijd weinig van in huis. Tot mijn grote vreugde tonen mijn statistieken dat mijn site toch vrijwel elke dag wordt bezocht. Hartverwarmend vind ik dat, en ik dank jullie daarvoor.

Dat ik weinig post heeft met verschillende dingen te maken. Hieronder volgt een beetje uitleg.
Ten eerste: ik ben lid van een schrijfclub. Elke maand komen we bij elkaar. We krijgen een opdracht van de docent die onze groep leidt, schrijven thuis een tekst en lezen die de volgende keer voor. We geven en krijgen dan feedback. Sommigen zijn bezig met een boek of een blog rond een bepaald thema en schrijven daarover iets. Anderen houden zich mooi aan de opdracht. De teksten die ik daarvoor schrijf, vind ik niet altijd geschikt voor publicatie op Rimpelingen. Omdat het zulke delicate onderwerpen zijn of omdat ik denk dat niemand er iets aan heeft. Wat dus betekent dat ik wel blijf schrijven maar jullie niet alles laat lezen.
Ten tweede: ik ben echtgenote, moeder, schoonmoeder en grootmoeder. Ook vriendin, zus, schoonzus en schoondochter. Er doen zich dus genoeg grappige, verdrietige, onrustwekkende of deugddoende situaties voor. Mijn man heeft er niets op tegen dat ik hem af en toe ‘gebruik’ maar niet iedereen vindt het leuk in een blogpost te verschijnen en ik probeer daarin een gulden middenweg te bewandelen. Er valt zo wel een en ander weg waarover ik zou willen of kunnen schrijven.
Ten derde: het lijkt wel of er in het Kaufhof niks meer gebeurt. Toch niet meer sinds het werd omgebouwd. Het is ook mogelijk dat mijn gedachten zo mijlenver weg zijn dat ik gewoon niet meer opmerk wat er rondom mij te horen of te zien is. Want ondertussen schrijf ik ook aan een boek en dat vraagt best veel hersenwerk. Of het ooit iets wordt, weet ik niet, maar ondertussen heb ik wel een project. (Een goede vriendin vindt dat alleen al geweldig: Ingrid stelt haar man niet meer verantwoordelijk voor het hebben van het project; ze heeft er zelf één!)

Dit alles wil niet zeggen dat ik van plan ben Rimpelingen op te geven. Bij lange na niet. Maar nu ga ik eerst wat vakantie houden. Wie weet zie ik Claudio terug, eet ik onderweg daar naartoe boterhammen met ei en snoep ik een hele zak Napoleonbollen leeg.

Ik wens jullie allemaal fijne, zomerse weken en tot binnenkort!

Advertenties

World Poetry Day 2018

Voor wie dit leest

Gedrukte letters laat ik U hier kijken,
maar met mijn warme mond kan ik niet spreken,
mijn hete hand uit dit papier niet steken;
wat kan ik doen? Ik kan U niet bereiken.

O, als ik troosten kon, dan kon ik wenen.
Kom, leg Uw hand op dit papier; mijn huid;
verzacht het vreemde door de druk verstenen
van het geschreven woord, of spreek het uit.

Menige verzen heb ik al geschreven,
ben menigen een vreemdeling gebleven
en wien ik griefde weet ik niets te geven:
liefde is het enige.

Liefde is het meestal ook geweest
die mij het potlood in de hand bewoog
tot ik mij slapende vooroverboog
over de woorden die Gij wakker leest.

Ik zou wel onder deze bladzij willen zijn
en door de letters heen van dit gedicht
kijken in uw lezende gezicht
en hunkeren naar het smelten van Uw pijn.

Doe deze woorden niet vergeefs ontwaken,
zij kunnen zich hun naaktheid niet vergeven;
en laat Uw blik hun innigste niet raken
tenzij Gij door de liefde zijt gedreven.

Lees dit dan als een lang verwachte brief,
en wees gerust, en vrees niet de gedachte
dat U door deze woorden werd gekust:
Ik heb je zo lief.

Leo Vroman

Gedichtendag 2017

De lezer

De lezer is een vreemde soort.
Men hoort hem niet
en denkt dat men hem ziet,

maar waar hij zit is hij niet
en ongehoord
is het leven in zijn hoofd.

Stoor hem dus niet,
hij is er bezig met bestaan.
Komt hij zo terug, weer

het gerucht in waar hij hoort,
luister dan: het lezen
heeft hem anders verwoord.

Bernard Dewulf

Bernard Dewulf (Vlaams columnist, essayist, dichter, kunstkenner, enz., geboren in 1960) was in  2012-2013 stadsdichter van Antwerpen en schreef toen dit gedicht voor de opening van de nieuwe openbare bibliotheek in Wilrijk. Het werd aangebracht op een muur van de benedenverdieping van de bibliotheek.

Liefde en actie

Zojuist heb ik mijn jaarhoroscoop gelezen. Op http://www.libelle.nl. Niet dat ik daar in geloof maar stel! Er staat dat ik dit jaar veel contacten zal leggen, zowel professioneel als privé. En na de zomer gaat mijn leven in een echte stroomversnelling komen. Op het einde van het jaar moet ik zelfs een belangrijke beslissing nemen. Hoe spannend is dat!

De voorspellingen voor mijn liefdesleven:
Tussen 18/2 en 12/3 is er een onverwachte ontmoeting. Ha, ik heb voldoende reden om aan te nemen dat het op de 18de zelf al gaat gebeuren. Dan moet ik namelijk ´s morgens naar Heerlen, ´s middags naar Aken en ´s avonds naar Maastricht. Ik ben benieuwd!
Van 25/5 tot 17/6 doet de tijd zijn werk. Dat geloof ik best. Alleen te hopen dat niet álles dan gaat hangen.
Van 13/7 tot 5/8 laat je je hart spreken. Alsof ik dat niet altijd doe. Maar goed. Het zal wel willen zeggen dat ik mijn verstand even uitschakel. God weet wat daarvan nog gaat komen – dat zeggen ze er wel weer niet bij.
Van 31/8 tot 23/9 is het een toptijd voor de liefde. Zo, de vakantieperiode ligt blijkbaar ook al vast. En ik weet nog van niks.
Vanaf 8/12 staan je enkele verrassingen te wachten. Oei oei, ze zullen toch wel prettige verrassingen bedoelen?

De voorspellingen in verband met actie:
Tot 3/1 ga je recht op je doel af. 3/1 is al voorbij. En als ik al een doel had, ben ik er vast niet recht op afgegaan. Ik maak nogal eens omtrekkende bewegingen.
Van 7/3 tot 27/5 moet je oppassen dat je je niet vergaloppeert. Tja, die kans zit er dik in. Het wordt nog druk. Alhoewel, ik kan ook heel goed rusten.
Van 3/8 tot 27/9 is het belangrijk om goed te luisteren. Ja zeg, dat is toch altijd belangrijk! Maar inderdaad, augustus en september zijn belangrijke maanden. Veel herdenkingen. Van levenden en van doden.
Van 10/11 tot 19/12 maak je kennis met een andere cultuur. Oh jeetje, zullen we dan toch een vluchteling opnemen? Of ga ik weer verhuizen? Is dat misschien die belangrijke beslissing die ik tegen het einde van het jaar moet nemen?
Hierin blink je uit: je bent een kei in het onderhouden van boeiende vriendschappen, met mensen van diverse pluimage en verschillende achtergronden. Het zou maar saai zijn als iedereen hetzelfde was. En ik ben bang voor verlies. Dus, ja, ik doe mijn best om al mijn boeiende vriendschappen te onderhouden. En daar hoort regelmatig schrijven bij.

Tot binnenkort!

Tornado

of de gedachten van een klein meisje

Sinterklaas_114332

Stomme Sinterklaas! Nu heeft hij wéér een pop gebracht. Ik wil geen pop. Een pijl en boog heb ik gevraagd. En heel veel boeken. Natuurlijk heb ik in mijn brief geschreven dat ik graag een pop zou hebben. Ik ben tenslotte een meisje, zegt mama, en meisjes wensen altijd een pop. Maar ik dacht dat Sinterklaas alles wist. Heeft hij dan niet gezien dat ik nooit met poppen speel?

Hij heeft niet goed naar mijn tekening gekeken. Anders had hij het wel begrepen. Voor de zekerheid had ik ze nochtans vorige week al in mijn schoen gelegd. Er staat een indiaan op, naast een wigwam vol met boeken. Hij heeft een pijl en boog in zijn hand en die wigwam staat bij de boom in de Vijverstraat waar Rita en ik altijd in klimmen. Nee, ik geloof niet meer dat Sinterklaas mijn vriend is en al mijn geheimste wensen kent.

Bovendien, het is een lelijke pop. Veel te groot en met koude ogen. En die haren! Grijze haren! Met zo´n pop kan je toch geen moedertje spelen, zoals mijn zusjes altijd doen. Ik denk dat ik haar Claudia zal noemen.

Als ik dan al een pop moet krijgen, waarom dan geen Emmy? Mijn zusje heeft een Emmy gekregen toen ze in het ziekenhuis lag. Dat was pas een mooie pop. Met een lief gezichtje en blauwe ogen die open en toe gaan en met blond haar in twee staartjes. Ik heb altijd al staartjes willen hebben, maar mama zegt, als ze bij drie kindertjes iedere morgen de haren moet gaan vlechten, dat is toch wel heel veel werk.

Maar ja, wat kan je eigenlijk verwachten van iemand die altijd op een witte schimmel zit? Het woord alleen al. Schimmel. Die zal nogal over de daken rijden, bij weer en wind. Waarom geen mooi, zwart paard, zoals Tornado van Zorro? Sinterklaas heeft toch ook een Zwarte Piet? Staat die rode mantel beter bij wit misschien? Weet je wat ik denk? Dat Sinterklaas helemaal niet bestaat…

Twijfelgeval

boekenbeurs

Mijn liefde voor het lezen ontstond ergens halverwege de eerste klas. In een hoekje van de woonkamer draaide ik op een vrijdagavond dromerig rond in onze zwarte zetel, een soort Berend Boudewijn televisiestoel. Eerst naar links, dan naar rechts. Opeens kwam mijn vader binnen. Hij had iets voor me meegebracht. Een boek! Een boek, voor mij alleen! Het was groot, A4-formaat, en op de laatste bladzijde stond het begin van een stripverhaal. Moeizaam begon ik te lezen en ontdekte iets nieuws. Deel uitmaken van de wereld betekende niet dat je eropuit moest. Leven kon je ook in je hoofd, in een hoekje met een boekje.
De eerste jaren van de lagere school ging ik iedere zondag, na de mis, naar de dorpsbibliotheek waar meester Gerits de scepter zwaaide. Hij en hij alleen besliste welk kind wat mocht lezen. Pietje Puk, Pinkeltje of Wipneus en Pim. De Vijf, Pim Pandoer of Arendsoog. Ik leende steevast het maximum aantal boeken en had in recordtempo alle boeken gelezen. Met zijn persoonlijke en uitdrukkelijke toestemming mocht ik naar de bibliotheek van het centrum. Ik was nogal verlegen en mijn tante ging mee om me daar in te schrijven.
Rond mijn zeventiende kreeg ik mijn eerste, echte liefdesbrief. Hoopvol scheurde ik de enveloppe open. Hij had met vulpen geschreven! Dit was iemand met de juiste gevoelens voor het geschreven woord! Maar bij het lezen van de eerste regels kwam ook de eerste ontgoocheling: een dt-fout! Het deed pijn aan mijn ogen. En even later las ik au waar ou had moeten staan! Ik begon te twijfelen en heb hem in het weekend ondervraagd. Mijn hele toekomst stond op het spel. Hoe hij me ervan heeft kunnen overtuigen dat het snelheidsfoutjes waren, het blijft mij een raadsel.

Ik lees nog altijd graag en ieder jaar, wanneer de boekenbeurs in Antwerpen opent, sta ik in dubio. Wat een zaligheid, zoveel boeken bij elkaar! En al die bekende schrijvers die daar signeren! Maar zo´n massa volk! En moeten kiezen tussen honderden boeken! Ach nee, denk ik dan, ik blijf liever thuis. In een hoekje met een boekje.

Het doet er niet toe

“En heb je “Dat kan mijn kleine zusje ook” al uit? Dat boek over moderne kunst dat we allebei zouden lezen?” vraagt mijn lotgenote. We kennen elkaar nog niet zo lang. Ze is iets ouder dan ik en heeft vier kinderen, alle vier in het buitenland. Ik heb er drie, waarvan eentje in het buitenland. Het kan dus altijd nog erger.

“Ik ben nog niet ver geraakt, om eerlijk te zijn. Ik moest ook nog iets voor de leesclub lezen, vandaar.”
“Ooh, ben je bij een leesclub? En wat lezen jullie zoal?”
“Ken je “Alsof het voorbij is” van Julian Barnes? De Nederlandse vertaling van “The sense of an Ending.”
Voorzichtig nipt ze aan haar koffie. “Dat klinkt naar fictie. Zoiets lees ik nooit.”
Mijn mond zakt bijna open. Bedachtzaam schuif ik een stukje abrikozenvlaai op mijn vork.
“Nooit fictie gelezen? Ook niet toen je jonger was?”
“Ik denk dan meteen: dit is niet echt. En dan kan ik daar niks mee aanvangen.”
“Maar allez, hoe is dat nu mogelijk! Misschien was dat wat je hebt gelezen gewoon niet goed genoeg geschreven.”
“Dat doet er niet toe, ik weet toch dat het niet echt is. En dan begin ik er niet aan. Geef mij maar wat kunst- of geschiedenisboeken. En biografieën, daar houd ik wel van.”

Dat ik met iemand op stap ben die nog nooit een roman gelezen heeft, ik kan er niet over uit. En leer meteen iets over mezelf. Blijkbaar neem ik klakkeloos aan dat mensen die ik sympathiek vind van literatuur houden.

“Goh, zo opgaan in een compleet andere wereld, andere gezichtspunten leren kennen, meegezogen worden in een goed verhaal en genieten van mooi taalgebruik, als ik dat niet zou hebben…”
“Misschien moet ik het toch nog maar eens proberen. Mijn oudste zoon zei het ook al.”
“Begin dan met een dun boek. “Alsof het voorbij is” bijvoorbeeld. Dat is zó mooi geschreven – over de geschiedenis en de ouderdom, en of wat we ons herinneren wel echt zo was.”
“Hm” klinkt het weifelend.

En toch mag ik haar.
2014-09-23 12.29.16