Boude beweringen

Iedere ochtend bij het ontbijt bestudeer ik de digitale krant De Standaard terwijl mijn man tegenover me de papieren Aachener Nachrichten leest. De radio blijft daarbij meestal uit - je kan ook een te grote hoeveelheid nieuws te verwerken krijgen, vinden wij. Die vredige stilte aan tafel bevalt ons wel. Ik heb altijd wat tijd nodig om op gang te komen en mijn man vindt het prettig als ik eens níet wens te communiceren. Vanaf het moment dat hij wakker wordt is hij fris en monter maar dat wil niet zeggen dat hij meteen wil overvallen worden door mijn boude beweringen, grootse ideeën of nachtelijke zorgen.
     Nochtans zijn er ook dagen dat ik de stilte niet kan volhouden, dagen waarop ik begin iets voor te lezen waarvan ik denk dat mijn man het moet weten. Omdat ik het zo treffend geformuleerd vind, of juist ontzettend stom, of zo humoristisch. Mijn man houdt dan zijn vinger op de regel die hij net aan het lezen is, kijkt geïnteresseerd en luistert ondertussen intens naar mij. Of doet op zijn minst alsof - iets wat je heus niet van iedere man kan zeggen. 
     Laatst las ik hem een artikel van I.L. Pfeijffer voor. Het ging over de Italiaanse politiek, over Renzi en Conte, over Draghi en de familie Agnelli en eindigde ermee dat je op je hoede moet zijn voor Florentijnen. Mijn man had goed geluisterd, ik merkte het achteraf toen hij nog eens over de macht van het geld begon. Hij zei zelfs dat ik mooi kon voorlezen, dat ik een aangename stem heb om zoiets te brengen. Iets minder aangenaam vond hij - en dat zei hij drie dagen na datum, drie dágen - dat ik toen niet genoeg had gehad aan mijn eigen krant, dat ik met mijn vinger op de kop van een bericht in zíjn krant gewezen had, en hem gesommeerd had mij te vertellen waarover dat precies ging. Blijkbaar vond hij dat van het goede iets teveel. Daarom zeg ik u: hoed u voor mannen die papieren kranten lezen. 

Wintervest en lentemodus

3EE9B8F5-C901-496A-A01F-8EE97AAB163E

Al sinds meer dan een week gaat het grootste gedeelte van mijn vrijgekomen tijd naar het afschuimen van Duitse, Belgische en Nederlandse nieuwssites. Wij wonen in België, dichtbij het Drielandenpunt in Vaals, en werken in Duitsland, vandaar. De stapel ongelezen boeken daarentegen blijft onaangeroerd. In de gegeven omstandigheden kan ik me niet concentreren op het lezen van literatuur.
Omdat ik wel inzag dat het constant volgen van het nieuws mezelf niet bepaald vooruithelpt, nam ik het breiwerk dat ik een paar maanden geleden opzette, weer ter hand. Ik moet toegeven, de opmerking die mijn man maakte, speelde ook mee. Vorige woensdagavond stond hij aan het raam naar buiten te kijken en zei dat hij zich verheugde op zijn wintervestje. Met de nadruk op winter. Vrijwel meteen daarna vroeg hij of ik al had gezien dat de tuin langzaam in lentemodus kwam.
Gezwind breide ik de rug verder af. De voorste delen, met minderingen voor de V-hals, de armsgaten en de schouders, en ja, ook twee binnenzakjes, waren iets moeilijker. Maar ik breide met naald nummer vijf en de drie delen raakten toch snel klaar. Wonder boven wonder stemden de maten van het vestje overeen met die van het patroon, en nog wonderbaarlijker, ook met die van mijn man. En daar werd ik ontzettend blij van. Iets creëren is zó fijn.
Bij het in elkaar zetten van het vest voorzag ik geen moeilijkheden. Ik moest immers al geen mouwen innaaien. Want mijn man, die onder mijn deskundige leiding het patroon zelf heeft mogen kiezen, liet zijn oog vallen op een mouwloos vest. Toch heeft het me nog twee halve dagen gekost om mijn breisel in elkaar te zetten. Twee lange namiddagen voor twee zijnaden, een halsboord en twee schoudernaden. Ik durf het tegen niemand te vertellen.
Nu ontbreken alleen de knopen nog. Vijf grijsbruine knopen met een doorsnede van twee centimeter, zegt het patroon. Ik zal ze bij een webshop moeten bestellen…

Mysterie

De statistieken op WordPress bekijken is een interessante bezigheid. Van elk bericht dat ik plaats, kan ik nagaan hoe vaak en in welk land het wordt bekeken. Ik weet nooit wíe er leest, maar weet wel dat er in Nederland evenveel gelezen wordt als in België. Ik kan ook zien dat mijn blog elke dag wordt aangeklikt. Dat verblijdt me zeer en voor iemand die dit jaar nog maar vier berichten heeft geplaatst, vind ik dat een hele eer.
Een paar jaar geleden schreef ik elke week iets. Ik had mezelf die discipline opgelegd, wat soms moeite kostte maar vaak ook niet. En toch ben ik nu al een hele tijd aan het slabakken. Zo schrik ik ervan dat het alweer van oktober geleden is dat ik nog iets publiceerde.
Ik moet wel toegeven, het is soms moeilijk. Veel onderwerpen zijn de revue al gepasseerd en ik merk dat ik met het ouder worden niet meer zo de behoefte voel mijn mening over bijvoorbeeld de actualiteit in het openbaar te ventileren. Of het misschien niet meer durf. Nochtans, ik kan me nog altijd hevig opwinden over wat er zoal gaande is in de wereld. Dat begint vaak al ´s morgens vroeg bij het ontbijt, wanneer ik de krant nog maar opensla. Wanneer het gaat over een nieuwe wetgeving rond abortus en euthanasie in ons land, bijvoorbeeld, krijg ik hartkloppingen en moet ik oppassen niet te beginnen roepen. Mijn man heeft dat niet graag, dus mompel ik maar wat. Zulke belangrijke ethische kwesties eens rap door een regering in lopende zaken laten behandelen, dat zouden ze moeten boycotten. Zo normaal als het wordt leven en dood als een medische act te zien. De zelfbeschikking ten top gevoerd. Waarom mogen geboorte en dood niet moeilijk zijn? Waar blijft het mysterie? Straks hoeven we over niets nog te filosoferen – leven en dood worden per vingerknip voor ons geregeld.
Eigenlijk wou ik er hier niets over zeggen. Het zijn maar gemompelde gevoelens, bedenkingen. De bedenkingen van een ouder worden vrouw, een moeder en een oma, die soms versteld staat van wat er rond haar gebeurt en daar niet altijd raad mee weet. Vergeet ze dus maar.

P.S.: Om over mysteries te spreken: afgelopen zaterdag hebben we Sinterklaas gevierd. Het was een mooie dag, een dag om nooit te vergeten. Soms ben ik heel dankbaar om wat ik allemaal mag meemaken.

Finale

Mijn man wil naar het Wereldkampioenschap atletiek kijken, dat plaatsvindt in het Olympisch Stadion van Londen. Het is even na tienen en nog net op tijd voor de finale van de honderd meter mannen zien we hoe alle acht de deelnemers als filmsterren uit de coulissen komen. Als laatsten verschijnen de verguisde Justin Gatlin, het nieuwe talent, Christian Coleman, en de gedoodverfde winnaar, Usain Bolt.
‘Och arme’, verzucht ik, huiselijk naast mijn man op de bank gezeten, ‘moeten ze nu echt zichzelf zo opvoeren? Is dit wel de juiste voorbereiding – kunnen ze zich zo wel focussen?’
‘Hèhè’, zegt mijn man, iets minder huiselijk,’ meent ge weer dat gíj de commentaar moet leveren? Ik wil niet alleen kijken, ik wil ook horen wat ze zeggen. Ge lijkt Lieven van Gils wel, die komt ook altijd overal tussen.’

Bolt, die hier zijn laatste solowedstrijd loopt, wordt derde. Christian Coleman wordt tweede en Justin Gatlin wint de wedstrijd. Eensgezind in onze verbazing zien we hoe de camera daarna de hele tijd op Bolt gericht blijft en de winnaar na de wedstrijd nauwelijks nog in beeld komt.
‘Ik vraag me af of overal hetzelfde wordt uitgezonden’, zegt mijn man, ‘of krijgt iedereen de beelden van de Britten?’
‘Misschien blijft Gatlin ook uit zichzelf uit de schijnwerpers en wíl hij helemaal geen ereronde lopen’, zegt hij even later. ‘Terwijl. Ge moet het toch maar doen, op uw vijfendertigste de honderd meter winnen.’ Hij ziet er bijzonder verstoord uit.
‘Ja, ge hebt helemaal gelijk’, knik ik, in een poging de huiselijkheid weer te herstellen. ‘Misschien is hij bang voor nog een keer boe-geroep. Die Britse toeschouwers hebben hem er bij het binnenkomen in het stadion ook al op getrakteerd.’
Een paar minuten later staat mijn man op en steekt een beschuldigende vinger uit naar de televisie. ‘Nu zijn de sportverslagen ook al miserabel’, zegt hij kwaad ‘waar moet het met de berichtgeving toch naartoe. Het mag dan het afscheid zijn van Bolt, maar hem nu zó fêteren en Gatlin zó negeren vind ik echt misplaatst. Weet ge wat, ik ga slapen.’
En zittend op de bank hoor ik hoe hij nijdig bonkend de trap opgaat.

Oververzadiging

Het nieuws heeft me altijd oprecht geïnteresseerd. Ook als jonge moeder vond ik het belangrijk op de hoogte te blijven van wat er in de wereld gebeurde. Ik had zelfs het idee dat dat ook redelijk lukte; dat ik via kranten, radio en televisie goed werd geïnformeerd en een goed beeld had van de realiteit.

De laatste tijd reageer ik bijna allergisch op de krant. Neem nu onze lokale krant, de Aachener Nachrichten. De woorden Terror, Horror, Angst en Unsicherheit komen me net iets te vaak voor. Toen ik laatst ook nog eens een recensie las over Tommy Wieringa´s Dit zijn de namen, heb ik de krant demonstratief dicht geplooid. Het werd me teveel. Dit prachtige boek over naar zin en bestemming zoekende mensen, over migratie en het ontstaan van een geloof, kan ik iedereen aanbevelen. Het werd kort geleden in het Duits vertaald en de vrouw van een bekend Akens politicus had de recensie geschreven. Ze had een halve(!) bladzijde ruimte gekregen en vertelde begot de hele plot. Niemand gaat dat boek nog kopen!

Sinds een paar jaar heb ik ook een abonnement op De Standaard. Een digitaal abonnement. Eerst dacht ik dat het aan het lezen op een scherm lag dat de dingen niet zo beklijfden. Daarna weet ik het aan mijn leeftijd. Vandaag denk ik dat het aan oververzadiging ligt. Er is gewoon te veel nieuws. Nieuws dat er alleen lijkt te zijn om ons vreselijke dingen te vertellen en ook nog eens eindeloos wordt herhaald. Dagelijks wordt er nieuws over ons uitgestort waar we eigenlijk niets mee kunnen doen. Het verrijkt ons leven niet. Integendeel. Het doet een beroep op onze angst. Net als reclame. Zodat we ons in naam van onze veiligheid en ons welbevinden vrijwillig laten controleren en manipuleren.

Afgelopen vrijdag publiceerde de Standaard der Letteren de toespraak die de Duits-Roemeense schrijfster Herta Müller in december gaf op de internationale conferentie European Angst. Ik ergerde me kapot. In plaats van in de bijlage had de toespraak op de eerste bladzijde moeten staan.

Ik heb veel zin mijn abonnementen op te zeggen. De tijd die dan gaat vrijkomen kan ik beter besteden aan het lezen van een goed boek. Zelfs fictieve verhalen geven vaak een beter beeld van de realiteit dan het nieuws.