Très sympa

image

Het is lang geleden, maar de laatste weken heb ik nog eens echt het gevoel dat ik urlaubsreif ben. Wat wil zeggen dat ik aan vakantie toe ben. Met alles wat er de laatste tijd gebeurt, of, wat soms nog erger is, niet gebeurt, is het maar goed dat we een vakantie hebben geboekt.

Ik verheug me ontzettend op de verandering van décor. Toch heb ik weer aanpassingsproblemen. Wanneer we naar onze reisbestemming onderweg zijn, vraag ik me, net als anders, de hele tijd af waarom we toch met z’n allen altijd weer willen vluchten. Waarom zo veel mensen zo’ n behoefte hebben aan weg-zijn. Waarom ik niet rustig thuis gebleven ben.

We logeren in een chambres d’hôtes in Frankrijk en ik heb me aardig aangepast. Vanuit onze kamer kijken we op het zwembad en genieten van het weidse uitzicht. We zijn hier met ons gat in de boter gevallen. Of beter nog, in de hele Franse keuken. ’s Avonds tovert onze gastvrouw namelijk een menu op tafel, olala. Ik denk wel enigszins verontrust aan mijn weegschaal, wat die gaat aangeven wanneer ik terug thuis ben, maar kan toch niet nee zeggen wanneer Brigitte ’s ochtends vraagt of we weer mee dineren. En zo zitten we vrijwel iedere avond met tien mensen aan één grote tafel en converseren, zo goed en kwaad als het gaat, in het Frans over vakanties, koken en eten. Iedereen vindt hier alles très sympa.

’s Ochtends zitten we met diezelfde mensen aan het ontbijt. Iedere dag bakt onze gastvrouw iets bijzonders. Verloren brood, brioche of pannekoeken. We kregen zelfs al een Brusselse wafel. Gelukkig zitten we aan aparte tafeltjes en zowat iedere ochtend denk ik dan aan onze zoon. Aan hoe hij met zijn klas op uitwisseling ging naar Bretagne en thuis nog braakneigingen kreeg toen hij vertelde hoe zijn gastfamilie ontbeet. Ze besmeerden hun baguette en sopten die dan in een grote tas koffie. Dat doen ze hier ook. Het enige goede eraan is dat ik nu begrijp waarom Franse tassen zo groot zijn. Die Brusselse wafel, die moet daar ook in passen.

Het zijn de darmen

Regelmatig kom ik samen met mijn Duitse vriendinnen. Vroeger ontbeten we nogal eens bij elkaar en noemden dat heel serieus ons Managerfrühstück. We bespraken dan de schoolse vorderingen of niet-vorderingen van onze kinderen en namen en passant het hele onderwijssysteem in Duitsland onder de loep. We leverden gefundeerde maatschappijkritiek en vonden troost in het feit dat niemand van ons een bevredigend concept had voor het managen van een groot gezin met schoolgaande kinderen. Tegen alle verwachtingen in spraken we zelden of nooit over onze mannen, die allemaal even achterdochtig waren. Wie weet wat wij durfden vertellen! Daar staan de boekskes toch vol van, van wat vriendinnen met elkaar delen! Wijselijk streelden wij hun ijdelheid en ontkenden niets.

De laatste jaren ontbijten we niet meer samen maar gaan we wel nog af en toe bij elkaar op de koffie. We hebben ons een tijdje intensief bezig gehouden met wat we lezen en discuteerden over het al dan niet bestaan van de vrije wil. Tegenwoordig gaat het over onze kwaaltjes. En nu verschillen we pas echt van mening. Zíj zijn er van overtuigd dat je de meeste kwalen kunt tegenhouden en zelfs vermijden. Alles is een kwestie van psychologie, en slijtage be-staat niet. Je armen niet meer hoog in de lucht kunnen steken heeft een andere oorzaak, móet een andere oorzaak hebben. Het ligt aan de darmen! Verzuring is het en je moet gewoon je voeding aanpassen. Geen kleermakerszit meer kunnen maken? Een blokkade! Van de darmen! Ík denk dan dat er gewoon sleet op zit. Dat kan toch, op onze leeftijd?

Ze zullen vermoedelijk wel nooit met hulpmiddelen in bed gaan liggen. En ik vrees dat er dan toch een hoop plezier aan hen voorbij gaat. Gisteravond gingen mijn man en ik slapen; hij met een brace rond zijn linker- en ik met een brace rond mijn rechterpols. Na het tandenpoetsen heb ik mijn opbeetplaatje nog ingezet en slissend gevraagd hoe sexy ik er zo uit zag. Proestend van het lachen kroop mijn man onder de dekens en heeft daarna het licht uitgedaan.