Not amused

Soms ben ik het beu, zo beu. Moet je je eens voorstellen, ik doe dit nu al meer dan tweeënzestig jaar. Ik ken niemand die zo lang werkt. Nu de koning van Saoedie-Arabië dood is, ben ik de oudste monarch ter wereld. Wie wil dat nu zijn. Alhoewel, als ik het nog even volhoud, tot in september, dan ben ik langer koningin geweest dan Queen Victoria…

Soms wordt het me echt te veel. Dag na dag ´s ochtends mijn post nakijken, altijd die dossiers bestuderen. Eens in mijn kamerjas rondhangen is er hier niet bij, oh no. En dat eindeloze thee drinken met de groten der aarde, zo leuk is dat ook niet, hoor. By the way, waarom denkt iedereen dat ik zo graag thee drink? Hoe komen ze daar toch bij? Wie zegt dat ik in de namiddag niet graag eens in alle rust een glaasje port drink, met een heerlijk stukje Royal Blue Stilton erbij? Op mijn leeftijd mag dat toch? Hoe blijf ik anders op de been?
Want altijd staat mijn familie in de belangstelling. Die paparazzi laten ons geen ogenblik met rust. Nu schrijven ze weer over Harry – dat Charles zijn vader niet zou zijn. Die arme jongen toch. En moet nu echt heel de wereld weten dat Andrew beschuldigd wordt van verkrachting? Of dat Kate haar baby al voelt schoppen? I am not amused, not at all. Waar een mens van mijn leeftijd toch mee geconfronteerd wordt. Dat zal je in België zo niet meemaken. Die zedige Mathilde heeft toch ook vier kinderen gekregen? Hebben ze daar ooit ook maar één woord aan schoppende baby’s besteed?

Soms denk ik, kon ik maar altijd in mijn Range Rover rondrijden, een regenjas met kap dragen en door de modder stappen. Zal ik toch maar troonsafstand doen? Die arme Charles had het zich vast ook anders voorgesteld. Maar dan moet ik weer kleren en hoeden laten maken, een vlootparade en een paardenparade bekijken, die koets weer in en uit. Ik word al moe als ik er aan denk. Misschien dat ik dan toch maar liever in het harnas sterf.

Advertenties

Op Vlaamse wegen

Vorige week heb ik veel tijd in de auto doorgebracht en daarbij heel wat radiospotjes mogen aanhoren. Vroeger maakten ze reclame voor voeding, persoonlijke hygiëne en wasmiddelen. De basisproducten, zeg maar. Tegenwoordig gaat het over reizen, banken en verzekeringen. Ik werd er niet geruster op, daar alleen op Vlaamse wegen. Alsof ik nog niet bang genoeg ben. Zo ben ik bijvoorbeeld doodsbenauwd voor brand. Het is gebeterd sinds we weer in een vrijstaand huis wonen, maar toch. In mijn auto verstijf ik van schrik wanneer bestuurders van Duitse wagens zomaar, schijnbaar uit het niets, voor of achter, links of rechts van mij gaan rijden. In een vliegtuig sterf ik duizend doden, zo zonder grond onder mijn voeten. En het koude zweet breekt me uit alleen al bij de gedachte dat mijn man besmet geraakt door een of ander akelig virus. Ik ben ook bang dat ik kanker krijg, of dat mijn zussen het krijgen. Ik ben bang voor alleen oud worden en huiver voor afhankelijk zijn van anderen.

Ik ben niet bang voor stroomuitval. Het lijkt me zelfs gezellig. Ik ben ook niet bang voor mijn dood, en al helemaal niet voor mijn begrafenis. Daar heb ik dus ook geen verzekering voor. Fout dus. Dat ik daar nog nooit aan heb gedacht! En mijn geld! Hoe onverantwoord ik daarmee omga! Al rijdend hoorde ik welke bank mij eerlijk advies kan geven en mijn geld goed zal beleggen. Of nee, ik moest een krediet aangaan. Maar goed oppassen, want lenen kost ook geld. Die slimme reclamejongens raadden me dringend aan met behulp van de bank of een verzekeringsmaatschappij mijn pensioen aan te vullen, want ik ga nog heel lang leven en absoluut niet toekomen. Lang leven, ik, met mijn voorouders? Vervolgens zal mijn begrafenis stukken van mensen kosten. Mijn familie zal dat nooit kunnen betalen, dus heb ik een uitvaartverzekering nodig. Wie zegt er eigenlijk dat ik een dure begrafenis wil? Misschien wil ik wel een sobere. Of moet ik nu ook nog bang worden dat mijn familie, net als bij koningin Fabiola, mijn laatste wensen niet zal eerbiedigen?

Hoofdrekenen en talen en al

2014-12-02 09.35.15
Afgelopen zondag had ik het zaag. Tot in de namiddag ging alles goed maar zo rond vier uur kreeg ik het.

Traditiegetrouw versier ik op de eerste zondag van de advent het hele huis. Ik had gouden sterren op de ramen geplakt en de houten engel buiten op de vensterbank gezet. Toen begon het. Die sterren keken mij ineens zo treurig aan.
“Voor wie of voor wat zou ik het huis nog versieren?”, vroeg ik beschuldigend aan mijn man, die nietsvermoedend voor een kopje koffie naar beneden kwam. “Het is te veel huis, hier wonen geen kinderen meer, die komen alleen nog op bezoek. Ik voel me op pensioen! Bovendien woont er een in Thailand!” En bwèèè – ik was vertrokken.
Mijn man ging in de verdediging. Onze ene zoon was toch langs gekomen, met de andere hadden we geskyped en nummer drie was de dag tevoren hier geweest! Ik moest mijn zegeningen eens leren tellen! En ik was toch goed bezig, met die schrijversacademie en mijn blog en mijn sociale contacten en de praktijk en al!
“Ja,” jammerde ik, “gij vindt ook alles goed wat ik doe, áls ik maar iets doe en vooral niet zaag, maar wie zegt dat ik dat allemaal kan? Ik wil schrijven maar weet niet of ik goed genoeg ben en ik ga nooit aan de bak komen en ik ben al veel te oud en vastgeroest en het leven is te moeilijk en hoe lang ga ik nog leven, en misschien ben ik morgen al dood, denkt maar aan Luc De Vos, en wat weet gij daar nu van?”
Hij keek me aan en zei: “Da´s waar, daar ken ik niks van. Maar als dit niet lukt dan probeert ge toch weer iets anders.” Hij kwam echt goed op dreef. “Wat gij allemaal in uw mars hebt! Hoofdrekenen en talen en al!” Toen aarzelde hij een beetje. “Behalve rijschoolinstructrice misschien. Als ge daarmee afkomt dan denk ik toch dat ik u ga tegenhouden. Want dat kunt ge de mensheid echt niet aandoen, gelijk gij u niet kunt concentreren in de auto.”
Wijselijk heb ik gezwegen en het eerste kaarsje aangemaakt.

Bruisende toekomst

Roland Vanden Abeele, zo heet de eerste watersommelier van België. Is dat nu niet raar? Vroeger heb ik geleerd dat water kleurloos, geurloos en smaakloos is. En nu ineens een waterproever? Ik had nooit gedacht dat er iemand is die meer weet van water dan dat je er anderhalf liter per dag van moet drinken. Maar als je het zo leest, drink je tegenwoordig bij ieder gerecht, naast de aangepaste wijn, het aangepaste water. Exotisch water genoeg, zo blijkt, met en zonder bruis.
Zou het niks voor mijn man zijn? Want dat zou ik nu toch eens graag zeggen: mijn man is watersommelier. Natuurlijk kan ik het ook zelf nog worden. Watersommelière. Ach nee, klinkt toch heel anders. Laat mijn man het maar doen. Over een paar jaar gaat hij met pensioen en ik vind dat een mooie invulling van zijn tijd. Hij zal veel moeten reizen, misschien zelfs een secretaresse nodig hebben (mij) en veel moeten proeven. Dat kan alvast geen kwaad en hij zou ten minste iets te vertellen hebben.

Ooit heeft mijn man gezworen geen wijnkelder aan te leggen. Zo iets dikkenekkerigs, nee, daar deed hij niet aan mee. Hij vond het veel leuker om wijn in de wijnhandel te gaan halen en uitgebreid met de eigenaar te bespreken welke wijn het best zou passen bij het gerecht dat ik ging koken. Hij heeft het jaren volgehouden maar sinds we geabonneerd zijn op de Knack, krijgen wij ook post van de Wijnbeurs. En niks zo verleidelijk als die bijna wekelijkse reclame voor wijn. Aanbiedingen dat ze daar hebben! Ge moet wel zot zijn om daar aan te weerstaan. Met de regelmaat van de klok komt hier dus een krat wijn aan. De hele kelder ligt vol en op gezette tijden verdwijnt P. om zijn flessen te tellen of triomfantelijk net dat éne, perfect passende wijntje boven te halen. Ik heb dat niet graag. Twee alkoliekers in mijn omgeving vind ik wel genoeg. Maar als hij nu onverhoopt watersommelier zou worden… misschien doe ik dan ook wel wat water bij de wijn.