Heerlijk relaxed

Ik ga niet graag naar de kapper. Dat heb ik nooit graag gedaan. Je moet er voor de spiegel zitten en kunnen babbelen over niets – twee dingen waar ik een hekel aan heb. Sommige mensen vinden het ontspannend en leggen al weken van te voren hun afspraak vast. Bij mij werkt dat niet. Ik kan toch nu nog niet voorspellen of ik over een paar weken niet in een of andere flow zit. Een schrijfflow of een leesflow, ik zeg  maar iets. Allemaal veel belangrijker dan de kapper.

Het maken van een afspraak is daarom eerder een impulsieve daad. Meestal gaat het als volgt: we zitten in de auto, op weg naar vrienden of familie. Ik klap het autospiegeltje open om te kijken of er niks tussen mijn tanden zit en hoe mijn haar ligt. Vervolgens verschiet ik me een ongeluk. Ik weet het, de meeste mensen controleren hun uiterlijk al van te voren. Ik vergeet zoiets. Niet dat ik nooit in de spiegel kijk. Alleen, ik zie mezelf dan niet. Omdat er dan veel interessantere dingen voor mijn geestesoog verschijnen. Ik denk dat dat een beschermingsmechanisme is. Maar goed, pas in de auto merk ik dat mijn haren ofwel als een hoed op mijn hoofd staan ofwel zo futloos hangen als tulpen die al een paar dagen droog staan. Meteen neem ik me voor een afspraak te maken. Morgen als het kan. Meestal lukt dat ook.

Vanmorgen zat ik in Jean-Marie´s Hairshop voor een muurhoge spiegel. De kapper excuseerde zich, hij kon niet veel praten. Geen gebabbel over het weer of vakantie, dacht ik blij, nu kan ik met goed fatsoen heerlijk relaxed zitten zwijgen. Opgelucht keek ik in de spiegel. En zag dat ik hoognodig mijn schoenen eens moest poetsen. Dat die grijze broek van Witteveen echt niet meer kan. En dat mijn figuur, vooral in zittende houding, zeer te wensen over laat, zelfs onder een zwarte schort. Ik werd niet goed. Ik heb mijn ogen dicht geknepen en heb gedaan of ik sliep. Anderhalf uur lang. Heel ontspannend, zo´n bezoekje aan de kapper.

Advertenties

Pikdonker

Misschien heb ik wel een voorspellende gave! Zou dat kunnen? Dat zoiets op latere leeftijd nog naar boven komt? Samen met opvliegers, bijvoorbeeld? Want nog maar pas schrijf ik aan een fictief verhaal over een stroompanne en ploep, gaat hier het licht uit. Gelukkig is de batterij van mijn laptop helemaal opgeladen en kan ik gewoon verder gaan met tikken.

Pikdonker

Onderweg naar de benedenverdieping stokt de lift en stopt. Zuster Theresa laat haar rozenkrans los, opent haar ogen en zet een stap naar voren. Oei, zo donker, schrikt ze en deinst terug. Het koude zweet breekt haar uit. En waarom gaan die deuren nu niet open? Moet ik nog ergens op duwen? Oh God, ik zal toch niet tussen twee verdiepingen zijn blijven hangen? Ze staat helemaal alleen in de lift en voelt haar knieën slap worden. Rustig blijven, probeert ze zichzelf te kalmeren, goed door de neus ademen en vooral niet panikeren.

Ze was met haar gezicht naar de deur gaan staan, herinnert ze zich, en het bedieningspaneel bevond zich links daarvan. Met haar vlakke handen begint ze de wand af te tasten. Ze vindt het paneel en duwt wild op iedere knop die ze onder haar vingers krijgt. Er gebeurt niets. Geen alarm, geen licht, niets. De lift is niet meer in beweging te krijgen en de deuren blijven dicht. ‘Zo verdomd donker ook’, roept ze vertwijfeld en richt meteen haar blik naar boven. ‘Excuseer lieve Heer’, prevelt ze, ‘pikdonker. Of nee, stikdonker.’

Hijgend leunt ze tegen de wand. Het moet een stroompanne zijn. Jezus, Maria, Jozef. Het is woensdagavond en sluitingstijd – wie weet hoe lang dat hier nog gaat duren. Misschien zelfs tot morgen! Ze zal in ieder geval nooit op tijd terug kunnen zijn in het klooster, bedenkt ze en wordt wat wit om de neus. Ze had gezegd dat ze naar de wachtdienst van de tandarts in de stad moest, wat ook waar was, maar ze had er niet bij verteld dat ze daarna ook nog naar het Kaufhof zou gaan. Even naar de schoenenverdieping op de eerste etage en van daaruit naar de voedselafdeling op de benedenverdieping. Gewoon, eens kijken wat er zoal in de wereld te koop is tegenwoordig. Twee minuten een paar schoenen met een hak dragen, en misschien, heel misschien, een reep Lindtchocolade op de kop tikken. Een petieterig klein reepje maar. God zou het wel begrijpen en het haar vergeven, had ze gedacht, zeker als ze een rozenkrans extra zou bidden.

Niet dus. Ze heeft te lang met die rode pumps rondgelopen. Ze grijpt naar haar rozenkrans, begint hardop te bidden en  terwijl ze traag langs de wand naar beneden zakt, vullen haar ogen zich met tranen. Die chocolade kan ze nu wel vergeten.

Blijven schrijven

De paus was moe. Levenslang had hij gekregen en opeens deelde hij mee dat hij zijn tijd niet kon uitzitten. De kracht om zijn ambt nog goed uit te oefenen ontbrak hem, zei hij, en hij vroeg invrijheidstelling. Ik kon het me heel goed voorstellen. Al dat reizen, al dat aan- en omkleden, steeds die rode schoenen aan en uit, het moest hem gewoon te veel geworden zijn. Hij wilde wel blijven schrijven, liet hij weten.

De aankondiging kwam in februari 2013, bij het begin van de vasten. Het was een moeilijk moment voor mij. Want het is me met de paplepel ingegeven: doorbijten, volhouden, nooit opgeven. En plots gebeurde er zoiets: de hoogste morele instantie zag het niet meer zitten. Kort van te voren had Beatrix al troonsafstand gedaan en toen gaf de paus het ook nog eens op. Je zou voor minder van je geloof afvallen.

Ik wist niet meer hoe ik de vasten zou kunnen volhouden, zo zonder paus. De moed zonk me in de schoenen bij de gedachte aan al die dingen die ik me had voorgenomen: elke dag studeren, opgewekt mijn huishoudelijke taken doen, de hele dag mindfull rondlopen en regelmatig schrijven. Om nog maar te zwijgen van mijn dieet. Als ik dat allemaal alleen zou moeten doen, midden in een geloofscrisis, het zou me nooit lukken. Gelukkig was er toen mijn buurvrouw. Voorzichtig vroeg ze of ik zin had samen te gaan weightwatchen, dan was tenminste het probleem van het dieet al van de baan. En zo begonnen we punten te tellen, gingen al eens wat vaker wandelen en stuurden berichtjes naar elkaar over ieder gram die ervan af ging. Of eigenlijk over iedere gram die er bij haar vanaf ging. Niet bij mij. Mijn geest was gewillig, maar mijn vlees was zwak.

Ik kreeg oprecht medelijden met de paus. Want die had dat nooit eens kunnen doen, met de buurvrouw afspreken en van gedachten wisselen. Altijd had hij er alleen voor gestaan. Zijn broer woonde te ver weg en op zijn butler kon hij ook niet rekenen. Hopelijk heeft hij het schrijven tenminste kunnen volhouden. Ik weet nu zelf hoeveel plezier dat geeft. Hij heeft een trouwe groep lezers en een buitenverblijf waar hij zich kan terugtrekken, maar of dat genoeg is? Weer zo heel alleen? Soms denk ik, ik wou ik dat ik zijn buurvrouw was. Ik zou wel weten wat ik hem zou voorstellen. “Uwe Heiligheid”, zou ik dan voorzichtig vragen, “Uwe Heiligheid, wat denkt u, zin om lid te worden van een schrijfclub?”

Tornado

of de gedachten van een klein meisje

Sinterklaas_114332

Stomme Sinterklaas! Nu heeft hij wéér een pop gebracht. Ik wil geen pop. Een pijl en boog heb ik gevraagd. En heel veel boeken. Natuurlijk heb ik in mijn brief geschreven dat ik graag een pop zou hebben. Ik ben tenslotte een meisje, zegt mama, en meisjes wensen altijd een pop. Maar ik dacht dat Sinterklaas alles wist. Heeft hij dan niet gezien dat ik nooit met poppen speel?

Hij heeft niet goed naar mijn tekening gekeken. Anders had hij het wel begrepen. Voor de zekerheid had ik ze nochtans vorige week al in mijn schoen gelegd. Er staat een indiaan op, naast een wigwam vol met boeken. Hij heeft een pijl en boog in zijn hand en die wigwam staat bij de boom in de Vijverstraat waar Rita en ik altijd in klimmen. Nee, ik geloof niet meer dat Sinterklaas mijn vriend is en al mijn geheimste wensen kent.

Bovendien, het is een lelijke pop. Veel te groot en met koude ogen. En die haren! Grijze haren! Met zo´n pop kan je toch geen moedertje spelen, zoals mijn zusjes altijd doen. Ik denk dat ik haar Claudia zal noemen.

Als ik dan al een pop moet krijgen, waarom dan geen Emmy? Mijn zusje heeft een Emmy gekregen toen ze in het ziekenhuis lag. Dat was pas een mooie pop. Met een lief gezichtje en blauwe ogen die open en toe gaan en met blond haar in twee staartjes. Ik heb altijd al staartjes willen hebben, maar mama zegt, als ze bij drie kindertjes iedere morgen de haren moet gaan vlechten, dat is toch wel heel veel werk.

Maar ja, wat kan je eigenlijk verwachten van iemand die altijd op een witte schimmel zit? Het woord alleen al. Schimmel. Die zal nogal over de daken rijden, bij weer en wind. Waarom geen mooi, zwart paard, zoals Tornado van Zorro? Sinterklaas heeft toch ook een Zwarte Piet? Staat die rode mantel beter bij wit misschien? Weet je wat ik denk? Dat Sinterklaas helemaal niet bestaat…

Zuivere onderbroek

Mijn nieuwe, hoge schoenen staan stil verwijtend op de vloer in de gang. Ze zijn al dagen geleden tegen vocht behandeld en willen gedragen worden. Hun kleur is niet alledaags en de sokken die ik in mijn kast heb liggen, passen er absoluut niet bij. Dat is natuurlijk niet van levensbelang, maar toch. Op naar het Kaufhof, dus.

Omdat ik mijn handen vol heb en niets van het rek kan nemen zonder iets te laten vallen, hef ik mijn rechtervoet vijftig centimeter omhoog en houd mijn nieuwe schoenen tegen eventueel in vraag komende sokken. Aanleiding voor twee Vlaamse dames om halt te houden en over voetbal te beginnen. De ene is rond en blond. Ze ziet er vief uit. Ze praat ook vief. De andere maakt een bruingrijze indruk en staat er gebogen naast, alsof ze steeds in dekking moet gaan.

“Ge weet”, vertelt de blonde geanimeerd, “onze oudste is bij de voetbal. En het is ne goeie ook, ze willen hem van overal komen halen. Maar die trainingen. Vier keer per week en dan nog wedstrijden. Weet gij wel hoeveel was ik heb?”
“Mmm.”
“En onderbroeken dat die gasten nodig hebben. Op die leeftijd doen ze niks als douchen. En iedere keer een zuivere onderbroek aan. Ik heb er moeten bijkopen, zoveel als die van ons er op een week nodig heeft.”
“Mmm.”
“Deze morgen heb ik, terwijl hij onder de douche stond, zijn boterhammen gesmeerd. Er moest ook nog een banaan bij zijn brooddoos. Plus twee zuivere onderbroeken. Want na school gaat hij direct door naar de training.”
“Oh?”
“Op dinsdag heeft hij ook sport op school. Dat is daarna ook douchen, hup, een ander onderbroek aan, dan naar de training, douchen en weer een zuiver broekske aan. Als hij vanavond nog naar zijn lief moet, dan is dat weeral douchen, nog eens een proper… dat zijn er onderhand vier op een dag.”
“Hm.”
“Allez, ik hoor het al. Gij interesseert u niet voor onderbroeken.”
“Mwaa.”
“Zullen we dan doorlopen? Geef die met haar groene schoenen maar een duw. Ze heeft hier nu wel lang genoeg zo gestaan.”

Altijd kiezen voor de mooie

Sommige schoenenwinkels in Aken zijn zo saai dat je daar gemakkelijk door kunt lopen zonder in de verleiding te komen die schoenen daar ook werkelijk te willen hebben. En saaie winkels zijn goed om deprimerende gedachten te verdrijven. Ik word daar soms zelfs blij van: ergens buiten stappen zonder iets te hebben gekocht. Weer niets wat mijn kinderen na mijn dood moeten opruimen, denk ik dan.

In diep gepeins verzonken loop ik door zo´n schoenenwinkel. De luide stem van een jonge vrouw ergens in het midden van de winkel doet me opkijken. ‘Ja, welke neem ik nu?’ hoor ik haar bijkans radeloos vragen. ‘De mooie of de gemakkelijke?’ Ze werpt een gekwelde blik op haar vriendin, die naast haar op een bankje zit. De vriendin haalt haar schouders op. ‘Ja zeg,’ antwoordt ze ongeduldig. ‘Welke vrouw vraagt zich nu zoiets af. Dat doe ik nooit, hoor. Je moet altijd kiezen voor de mooie. Altijd. Je moet het natuurlijk zelf weten, maar als je het me dan toch vraagt… Wie mooi wil zijn, moet pijn lijden. Die spreuk ken je toch. Dat houd ik mezelf ook altijd voor en dan is de keus snel gemaakt, niet?’ De verkoopster knikt instemmend en legt de gemakkelijke ijverig terug in de doos.

Allez, meiske toch, denk ik. Dat is je beste idee ook niet geweest, deze vriendin meenemen op schoenenjacht. Je vriendin aanraden pijn te lijden, wie doet dat nu. Die heeft echt niet het beste met jou voor. Die wil toch alleen maar dat je boertig rond strompelt, eksterogen krijgt en van ellende je schoenen moet uitdoen wanneer jullie samen uitgaan. Die wil alles, behalve dat jij met mooie schoenen de show zou kunnen stelen.

Voor wie maken wij, vrouwen, ons eigenlijk mooi? Voor de mannen? Waarom volgen we dan de mode, zelfs wanneer die mode echt niet sexy is? Of vinden mannen bijvoorbeeld sneakers en kapotte jeans aantrekkelijk, en weet ik dat weer niet? Willen we misschien alleen maar concurreren met andere vrouwen? Als het al niet gaat met ons figuur, dan maar met de kleren en de schoenen?

De kreet van Zalando

Wie bestelt er nu schoenen op het internet. Boeken tot daaraan toe, maar schoenen! Laatst zaten we hier met z´n allen aan tafel en hoorde ik dat mijn zonen en hun vriendinnen dat regelmatig doen. Bij Zalando. Vandaag besteld, morgen geleverd, zeiden ze. En hoe leuk dat is, na het werk, thuis, op je gemak alles passen. Wanneer het tegenvalt, vertelden ze, stuur je alles gewoon weer terug. Zonder kosten. Goh, ik wil niet weten hoeveel schoenen er in onze contreien onderweg zijn. Ja zeg, hoe vies is dat. Wie heeft die allemaal aan gehad? Zo zal voetschimmel zich wel verspreiden. Want ik geloof nooit dat iedereen thuis propere sokjes aantrekt om schoenen te passen. Het is voor mij ook een kwestie van principes. Al die mistoestanden bij firma´s als Amazon en Zalando, daar wil ik niks mee te maken hebben.

Schoenen dus. Heel Aken en omstreken heb ik afgeschuimd, op zoek naar blauwe schoenen met een hak. Blauw is het probleem niet, wel die hak. Die mag niet te laag zijn, maar ook niet te hoog. Uiteindelijk had ik de juiste gevonden, helaas niet meer verkrijgbaar in mijn maat. Nee, ze kon ze ook niet meer bestellen, zei de verkoopster. Stiekem heb ik daarna thuis op mijn computer Zalando aangeklikt. Gewoon, om eens te kijken of ze die pumps daar wel in mijn maat hadden en die verkoopster eens goed de waarheid te kunnen vertellen.
Het was echt niet mijn bedoeling iets te bestellen. Absoluut niet, kwestie van principes. Maar keus dat ze daar hebben! En toen heb ik me verlaagd. Voor ik het goed en wel besefte had ik drie paar in mijn winkelmandje liggen. De bestelling verliep vlot en ze zouden de volgende dag leveren. Op de praktijk. Ik wist alleen nog niet of ik me wel zou kunnen inhouden als die jonge man uit het reclamefilmpje aan de balie zou verschijnen.

Het was niet nodig in hysterisch gekrijs uit te barsten. Hij was lang niet zo knap als die kerel op televisie. Hij was ook ouder. En de geur die hij meebracht had veel weg van stinkende kaas.

IMG-20140902-WA0000

Très français

We zijn er geraakt, in Tours, Tours aan de Loire. En het bevalt ons hier goed. Ons hotel is centraal gelegen en we kunnen alles te voet doen.
Op weg naar de kathedraal wandelen we langs een kleine, sjieke boetiek. Ik ben juist aan het uitleggen waarom ik het kleed dat ik onlangs heb gekocht écht niet kan dragen wanneer onze zoon trouwt. Dat het te simpel is en kijk, in Frankrijk hebben ze toch veel mooiere kleren! En dan spreek ik nog niet over de schoenen!
Soldes staat er in grote, rode letters op de deur en het venster van de etalage. Het kan niet anders, wijs ik, dat is een boodschap van hierboven. P. begrijpt het en stapt lijdzaam mee naar binnen. Ik moet van zo’ n gelegenheden gebruik maken want winkelen is nu niet bepaald zijn lievelingsbezigheid. Soit, mijn speurende blik valt meteen op een mouwloze blauwe jurk. Ik haal hem van de stang, zoek een pashokje en trek hem aan. Hierbinnen is geen spiegel te bekennen en ik móet dus wel weer naar buiten komen. Mijn man heeft niet echt veel commentaar. Ik zie het al, die wil gewoon zo snel mogelijk weer weg. Dan sluipt de verkoopster dichterbij. Ze monstert me van boven tot onder en gaat eens links en rechts van mij staan. Die jurk, vraagt ze, heeft u die zelf uitgezocht? En met een ongelovige blik voegt ze eraan toe: en meteen de juiste maat gevonden? Waarna ze zich tot mijn man wendt: hij past als gegoten, nietwaar, deze jurk, echt iets voor de morfologie van uw vrouw. Argwanend kijk ik nog eens goed in de spiegel. Morfologie, denk ik weifelend, zeggen ze dat niet van walvissen?
Een bijpassend jasje heeft ze ook nog. Dat het een maat kleiner is dan de jurk, is een prettige bijkomstigheid. Ze dribbelt om me heen, plukt hier eens aan en trekt daar nog iets recht. Ze begint bijna te kirren en vindt het geheel très français. Klinkt sierlijk. Daar stel ik me iets heel elegants bij voor. Iets voor een trouwfeest. Nu de schoenen nog…

Suikerwafels

Overdag gaat het nog, maar ´s nachts! Die koffer, twintig kilo mag die maar wegen! Ik was van dertig uitgegaan maar op de papieren staat dat het er maar twintig mogen zijn. Voor zo´n verre reis! Na veel gewoel in de nacht van vrijdag op zaterdag heeft mijn man voor mijn en zijn gemoedsrust de koffer van de zolder gehaald en hem op de weegschaal gezet. Vijf kilo, alleen al voor die koffer! Ik wou een andere gaan kopen, maar dat was blijkbaar iets te veel van het goede.

Gisteren heb ik proefgepakt en ik kwam aan ruim achttien kilo. De gevraagde suikerwafels – klinkt dat nu niet een heel klein beetje naar heimwee? – zijn dan nog niet ingepakt en ik moet nog beslissen welke boeken ik wil meenemen. En die schoenen! Die zorgen pas voor problemen! Ik ga logeren in het hotel waar mijn zoon op de marketingafdeling werkt en ik kan hem toch niet te schande maken. Daarom had ik eerst mijn rokken, kleedjes, korte en lange broeken uit de kast gehaald en er daarna de bijpassende schoenen bij gezet. Acht paar, zonder badslippers. Hoe ga ik die nog allemaal in die koffer proppen?

Vannacht werd ik wakker en zag ineens het licht. Ik moet gewoon andersom redeneren. Niet beginnen met mijn kleren en daar het passende schoeisel bij uitzoeken. Nee, ik moet denken over wat ik precies ga doen en daar de juiste schoenen voor meenemen. Dan pas kan ik de bijpassende outfit kiezen.
Ik moet iets hebben voor de reis zelf, schoenen die ik makkelijk aan en uit kan doen. Die draag ik, die hoeven niet in de koffer. Om op het resort rond te lopen neem ik mijn gewone sandalen mee. Badslippers voor aan het zwembad en op het strand. Iets sjiekers voor als we ´s avonds uit eten gaan. En vaste schoenen voor op die boot en dat eiland waar we naar toe gaan. Voilà, het aantal schoenen is tot de helft herleid. En een wasserij hebben ze daar ook. Oef, kunnen die suikerwafels, dat boek over Spinoza en “Hoe te leven” toch nog mee.