Waarom het hier zo stil is

Het windspel aan de achterdeur tingelt. Mijn man komt binnen. Hij hangt zijn jas in de kast, ziet dat de tafel nog niet gedekt is maar gaat toch zitten om alvast wat papieren na te kijken. Terwijl ik aan het aanrecht sta en de sla laat zwieren, begint hij het gesprek.
‘En, wat hebt gij vandaag zoal gedaan?’
‘Niks’, antwoord ik kortaf.
‘Hoe, niks?’
Slecht gezind begin ik op te sommen. ‘Naar het gemeentehuis geweest, die documenten wegbrengen. Drie machines was laten draaien en een cd bij bol.com besteld. Die stofzuiger probéren te bestellen maar daarvoor moest ik eerst die security code van de Visakaart activeren, wat om de een of andere reden niet gelukt is. Stom internet. Opnieuw een code aangevraagd maar dat duurt minstens drie dagen vooraleer ik die krijg. Nog wat online overschrijvingen gedaan. Dat is het zowat. Oh, en veel nagedacht. Over alles wat ik niet doe. En toen was de dag om.’
‘Ge zult nog wel wat meer gedaan hebben’, zegt hij verstrooid.
Ik grommel nog wat verder. ‘Ik begrijp niet hoe dat komt. Vroeger ging ik meer mee naar de praktijk, reed soms vier keer op en af naar Aken voor de kinderen, kookte alle dagen vers, het huishouden was keurig aan de kant, allez, meestal toch, en dan had ik nog tijd en energie over voor van alles en nog wat. En tegenwoordig! Dit jaar heb ik nog maar twee keer gelei gemaakt. Paardenbloemgelei in het voorjaar en kerstgelei in het najaar! Niks krijg ik gedaan en toch ben ik ´s avonds stikkapot!’
‘Ja’, zegt hij, iets alerter nu, ‘toen waart ge ook wel twintig jaar jonger.’
Even later vraagt hij heel voorzichtig: ‘Hebt ge nog iets voor uw blog geschreven of verder gewerkt aan dat vervolgverhaal voor de schrijfclub?’
‘Niks nieuws geschreven, nee’, zeg ik, nog net niet snauwend. ‘Voor dat fictieve verhaal  nog eens gelezen wat ik al heb. Ik kan dat niet, schrijven. Ik heb niet genoeg fantasie. En voor mijn blog, tja, de dingen die me écht bezighouden… ge kunt toch niet alles zomaar op het internet smijten.’

Ik zet het eten op tafel en we praten verder. Over vreugde en verdriet, over kleine en grote rimpelingen, die mij, ons, heel erg in beslag nemen maar die ik niet met iedereen kan of wil delen. Over een nieuw evenwicht, dat ik daarin nog moet vinden.

Daarom dus is het hier zo stil.

Advertenties

Fantasie

Stel, zegt hij, stel, je wint een schrijfweek. En je mag kiezen waar je naartoe gaat. Want het is de uitdrukkelijke bedoeling dat je je woonplaats verlaat. Kom, vooruit, vertel eens, hoe ziet die plek eruit?

Het tollen begint. Die trullo in Puglia. Alleen al dat uitzicht daar. Tot in Martina Franca kan je kijken! De hele dag buiten zitten, een eigen zwembad, fijne buren. Of nee, te gezellig, en dan komt er van schrijven ook weer niks. Een gîte in Varengeville-sur-mer! Elke dag wandelen langs de Atlantische Oceaan. De kerk, de hortensiatuin en Bois des Moutiers nog eens bezoeken. Hoewel, dan wil hij vast ook een paar dagen mee. En het is míjn schrijfweek. Ha, ik weet het. Een huisje in Ierland. Op de plek die we afgelopen zomer tijdens onze rondreis bezochten en waarvan ik toen al dacht: hier kom ik terug. Helemaal alleen kom ik hier terug om een week lang te lezen en te schrijven – misschien dat het hier weer lukt.
Ik kan het me al helemaal voorstellen. Het is herfst – ik houd van de herfst en al zijn kleuren – en in een kleine cottage niet ver van de zee staat mijn opengeklapte laptop op een lange, houten tafel. Naast mijn laptop ligt een blok A4-papier met hoge ruiten. Ik wil mijn denkproces bijhouden en dat kan ik alleen door met de hand te schrijven. A4 moet het zijn en hoge ruiten, geen vierkantjes of lijnen, want het is me nog nooit gelukt op iets anders mijn gedachten neer te schrijven. Mijn lievelingspen ligt er bovenop. Hij is gevuld met koningsblauwe inkt. Ik heb geen andere kleur. Rood is me te frivool, groen te harmonieus en zwart te definitief. Koningsblauw heeft iets verhevens en hoopvols, iets wat voor mijn gevoel goed bij schrijven past.
Op het uiteinde van de tafel ligt een stapel boeken – een paar oude, vertrouwde en een paar nieuwe. De oude heb ik nodig voor mijn eigen boek, de nieuwe zijn voor alle avonden dat ik me nestel in een hoge, geruite leunstoel bij de haard, de geur snuif van brandend hout en met mijn voeten op een bankje geniet van een glas rode wijn. Ik lees, staar filosofisch in de vlammen en iedere avond, net voordat ik ga slapen, luister ik naar Spiegel im Spiegel van Arvo Pärt.

Twee keer per dag ga ik wandelen, ´s ochtends na het ontbijt en ´s avonds voor het donker wordt. Zodra ik buiten kom, ruik ik de zilte, koele lucht. Het waait maar het regent niet, een hele week regent het niet, en boven me hangen de meest wonderbaarlijke wolkenpartijen. Vol overgave kijk en luister ik naar de zee en de wind. Mijn fantasie slaat op hol, wat een geluk, mijn fantasie slaat op hol, en ik haast me terug naar mijn cottage om te schrijven. Elke dag ga ik tot een uur of zeven door. Ik vergeet te eten en te drinken, ik schrijf en ik schrijf en ik schrijf. Eindelijk.

 

Memories

Telkens wanneer ik All Kinds of Everything van Dana op de radio hoor, moet ik denken aan die keer dat ik samen met Lizzy, mijn buurmeisje en vriendinnetje, voor de eerste keer naar het Eurovisiesongfestival mocht kijken. Ik was meteen weg van Dana, zij van Julio Iglesias. Dat moet in 1970 zijn geweest – ik was dus negen en Lizzy tien.

Een paar jaar tevoren was Lizzy vanuit Australië naar België gekomen. Australië was echt heel ver. Mijn vader had het me laten zien. Hij had een sinaasappel uit onze witte fruitschaal genomen, had hem tussen zijn duim en twee vingers gehouden en gezegd dat dat de aardbol was. Als jij dáár woont, zei hij terwijl hij een speldenknop boven in de sinaasappel stak, dan woonde Lizzy dáár, en hij stak er onderaan een tweede in. Ze hing helemaal ondersteboven. Hoe zoiets kon, begreep ik niet.

Lizzy kwam uit een heel ander gezin dan dat van mij. Haar moeder reed iedere dag naar Nederland om daar te gaan werken en haar vader was altijd thuis. Haar vader was heel veel ouder dan haar moeder. Hij dronk nooit koffie, alleen maar zwarte thee met melk. Dat hij niet echt haar vader was, wél de man van haar moeder, vond ik moeilijk te begrijpen. Lizzy sprak Engels met haar vader en Nederlands met haar moeder. Ze had een eigen kamer waar we veel knutselden, op haar bed lagen te lezen en honderduit babbelden. Zelden werd er aandacht aan ons besteed, iets waarvan ik toen alleen de voordelen zag.

Na de lagere school in Lommel moest Lizzy naar een internaat in Engeland. Onze levens begonnen meer en meer uit elkaar te lopen maar als we elkaar in de vakanties terugzagen was het alsof ze nooit was weggeweest.  In 1974 is het gezin plots weer uit onze straat vertrokken. Niemand wist waarheen. Een nieuw thuisadres heb ik nooit gekregen – ik kon alleen maar naar het internaat in Engeland schrijven. Ze heeft een paar keer terug geschreven, maar haar brieven waren zo afstandelijk en nietszeggend dat ik er niet goed raad mee wist.

Het voelt alsof er toen iets niet is afgemaakt en loslaten heb ik nooit goed gekund. Daarom heb ik een paar maanden geleden een zoekertje op het internet geplaatst. Tot mijn grote verbazing heeft iemand van Memories, een programma op de Nederlandse televisie dat mensen die elkaar uit het oog zijn verloren weer bij elkaar probeert te brengen, daarop gereageerd. Jammer genoeg liet die mevrouw me laatst weten dat ze Lizzy niet hebben kunnen opsporen. Mijn teleurstelling was groot en ik weet nog niet goed hoe ik verder moet zoeken. Maar ergens voelde ik ook iets van opluchting. Stel je voor dat ik met al mijn emoties op televisie was gekomen..

Klik hier om Julio Iglesias te beluisteren

Blijven schrijven

De paus was moe. Levenslang had hij gekregen en opeens deelde hij mee dat hij zijn tijd niet kon uitzitten. De kracht om zijn ambt nog goed uit te oefenen ontbrak hem, zei hij, en hij vroeg invrijheidstelling. Ik kon het me heel goed voorstellen. Al dat reizen, al dat aan- en omkleden, steeds die rode schoenen aan en uit, het moest hem gewoon te veel geworden zijn. Hij wilde wel blijven schrijven, liet hij weten.

De aankondiging kwam in februari 2013, bij het begin van de vasten. Het was een moeilijk moment voor mij. Want het is me met de paplepel ingegeven: doorbijten, volhouden, nooit opgeven. En plots gebeurde er zoiets: de hoogste morele instantie zag het niet meer zitten. Kort van te voren had Beatrix al troonsafstand gedaan en toen gaf de paus het ook nog eens op. Je zou voor minder van je geloof afvallen.

Ik wist niet meer hoe ik de vasten zou kunnen volhouden, zo zonder paus. De moed zonk me in de schoenen bij de gedachte aan al die dingen die ik me had voorgenomen: elke dag studeren, opgewekt mijn huishoudelijke taken doen, de hele dag mindfull rondlopen en regelmatig schrijven. Om nog maar te zwijgen van mijn dieet. Als ik dat allemaal alleen zou moeten doen, midden in een geloofscrisis, het zou me nooit lukken. Gelukkig was er toen mijn buurvrouw. Voorzichtig vroeg ze of ik zin had samen te gaan weightwatchen, dan was tenminste het probleem van het dieet al van de baan. En zo begonnen we punten te tellen, gingen al eens wat vaker wandelen en stuurden berichtjes naar elkaar over ieder gram die ervan af ging. Of eigenlijk over iedere gram die er bij haar vanaf ging. Niet bij mij. Mijn geest was gewillig, maar mijn vlees was zwak.

Ik kreeg oprecht medelijden met de paus. Want die had dat nooit eens kunnen doen, met de buurvrouw afspreken en van gedachten wisselen. Altijd had hij er alleen voor gestaan. Zijn broer woonde te ver weg en op zijn butler kon hij ook niet rekenen. Hopelijk heeft hij het schrijven tenminste kunnen volhouden. Ik weet nu zelf hoeveel plezier dat geeft. Hij heeft een trouwe groep lezers en een buitenverblijf waar hij zich kan terugtrekken, maar of dat genoeg is? Weer zo heel alleen? Soms denk ik, ik wou ik dat ik zijn buurvrouw was. Ik zou wel weten wat ik hem zou voorstellen. “Uwe Heiligheid”, zou ik dan voorzichtig vragen, “Uwe Heiligheid, wat denkt u, zin om lid te worden van een schrijfclub?”

Liefde en actie

Zojuist heb ik mijn jaarhoroscoop gelezen. Op http://www.libelle.nl. Niet dat ik daar in geloof maar stel! Er staat dat ik dit jaar veel contacten zal leggen, zowel professioneel als privé. En na de zomer gaat mijn leven in een echte stroomversnelling komen. Op het einde van het jaar moet ik zelfs een belangrijke beslissing nemen. Hoe spannend is dat!

De voorspellingen voor mijn liefdesleven:
Tussen 18/2 en 12/3 is er een onverwachte ontmoeting. Ha, ik heb voldoende reden om aan te nemen dat het op de 18de zelf al gaat gebeuren. Dan moet ik namelijk ´s morgens naar Heerlen, ´s middags naar Aken en ´s avonds naar Maastricht. Ik ben benieuwd!
Van 25/5 tot 17/6 doet de tijd zijn werk. Dat geloof ik best. Alleen te hopen dat niet álles dan gaat hangen.
Van 13/7 tot 5/8 laat je je hart spreken. Alsof ik dat niet altijd doe. Maar goed. Het zal wel willen zeggen dat ik mijn verstand even uitschakel. God weet wat daarvan nog gaat komen – dat zeggen ze er wel weer niet bij.
Van 31/8 tot 23/9 is het een toptijd voor de liefde. Zo, de vakantieperiode ligt blijkbaar ook al vast. En ik weet nog van niks.
Vanaf 8/12 staan je enkele verrassingen te wachten. Oei oei, ze zullen toch wel prettige verrassingen bedoelen?

De voorspellingen in verband met actie:
Tot 3/1 ga je recht op je doel af. 3/1 is al voorbij. En als ik al een doel had, ben ik er vast niet recht op afgegaan. Ik maak nogal eens omtrekkende bewegingen.
Van 7/3 tot 27/5 moet je oppassen dat je je niet vergaloppeert. Tja, die kans zit er dik in. Het wordt nog druk. Alhoewel, ik kan ook heel goed rusten.
Van 3/8 tot 27/9 is het belangrijk om goed te luisteren. Ja zeg, dat is toch altijd belangrijk! Maar inderdaad, augustus en september zijn belangrijke maanden. Veel herdenkingen. Van levenden en van doden.
Van 10/11 tot 19/12 maak je kennis met een andere cultuur. Oh jeetje, zullen we dan toch een vluchteling opnemen? Of ga ik weer verhuizen? Is dat misschien die belangrijke beslissing die ik tegen het einde van het jaar moet nemen?
Hierin blink je uit: je bent een kei in het onderhouden van boeiende vriendschappen, met mensen van diverse pluimage en verschillende achtergronden. Het zou maar saai zijn als iedereen hetzelfde was. En ik ben bang voor verlies. Dus, ja, ik doe mijn best om al mijn boeiende vriendschappen te onderhouden. En daar hoort regelmatig schrijven bij.

Tot binnenkort!

Rimpel(d)ingen

Ieder jaar opnieuw koop ik een adventskalender, of iets wat daar op lijkt, en ieder jaar opnieuw neem ik me voor me tijdens de advent dagelijks wat te bezinnen. Over God en de wereld, over wat ik nodig heb en wat niet, en over hoe het anders moet of kan. Over geloof, hoop en liefde. Soms lukt het, soms niet.

Dit jaar is het me bijzonder slecht gelukt. De eerste adventszondag lijkt nog maar twee dagen geleden en nu staat Kerstmis al weer voor de deur. Met al die boodschappen die ik nog moet doen, al dat eten dat nog moet worden gekookt, en al die feesten waar onze aanwezigheid wordt verwacht, zal er ook niet meer veel tijd overschieten voor inspirerende of terugblikkende gedachten. Maar een klein overzicht van wat er op Rimpelingen gebeurde, kan er nog wel vanaf.

In 2015 heb ik 43 berichten gepubliceerd. Dat is niet elke week, maar het scheelt toch niet veel. Die berichten worden door steeds meer mensen in steeds meer binnen- en buitenland gelezen en alle mondelinge en schriftelijke reacties daarop doen me  geweldig veel deugd. Jullie zijn een trouw publiek en daarvoor dank ik jullie uit het diepste van mijn hart.

Het bericht Februari 2015 was dit jaar de nummer één. Ook de volgende columns behoren tot de vijf meest gelezen berichten: Kervelsoep van gisteren, Très sympa , Wist ik veel en Nieuwe potten. Als ik de statistieken zo bekijk – jullie geloven nooit hoe plezant dat is – kom ik tot de conclusie dat jullie het liefst iets lezen over mijn persoonlijke ervaringen. Dat stemt tot nadenken. Zijn jullie echt zo nieuwsgierig? Of vinden jullie het leuk, gewoon omdat het allemaal zo herkenbaar is? En meer nog, wat ga ik met deze informatie doen?

Het is een goed rimpeljaar geweest. Ik beleef zelf veel plezier aan het schrijven en ben van plan daar nog even mee door te gaan. Maar voorlopig gaat de pauzeknop even in. Toch wat column schrijven betreft. Ik ga volop genieten van mijn gezin, familie en vrienden. Eventueel sámen wat bezinnen – misschien lukt dat zelfs nog beter dan alleen. Bij leven en welzijn duik ik dan ergens in januari weer op. Tot dan!


 kerstmis

Ik wens jullie gezellige kerstdagen en een heel gelukkig Nieuwjaar!

Ich wünsche Euch frohe Weihnachten und ein glückliches neues Jahr!

I wish you a Merry Christmas and a Happy New Year!

Joyeux Noël et une bonne Année!

Geen houden meer aan

Het geld brandde in mijn zak. Niet letterlijk natuurlijk. Het lag alleen al veel te lang te wachten. Ik had er de juiste bestemming nog niet voor gevonden en daar werd ik vreselijk ongedurig van. Het mocht van mezelf niet aan iets frivools opgaan, zoals ermee naar een casino gaan bijvoorbeeld. De verleiding om bijvoorbeeld eens te dobbelen, was nochtans groot. Toegeven aan een andere kortstondige bevrediging van behoeftes kwam ook niet in vraag. Geen nieuwe kleren dus en ook geen midweek in een klooster. Voor een echt kunstwerk was het niet genoeg en een nieuwe keukenmachine had ik pas gekocht. Ik heb wat afgepeinsd, hoor. Want het moest iets moois zijn, iets van mij alleen en iets waar ik lang plezier van zou kunnen hebben. En ineens wist ik het. Een vulpen zou het worden. Ik houd van schrijven met een vulpen. Een vulpen is het verlengstuk van je geest en je hand. Ze doet je nadenken over wat en hoe je schrijft, en deelt al je emoties. Een vulpen toont karakter.

Eens het besluit genomen was er geen houden meer aan. Ik vertrok naar een winkel in Aken en vergaapte me aan de pennen in de etalage. Maar zo´n pen koop je niet op het zicht. Ze moet niet alleen mooi zijn, ze moet ook goed in de hand liggen en aangepast zijn aan de druk waarmee je schrijft. Ik stapte dus naar binnen en sprak een verkoopster aan. Ze wist wel niet meteen wat ik bedoelde toen ik probeerde uit te leggen dat ik een vulpen zocht voor mezelf en dat ik er geen wilde met zo´n brutale overgang. Na wat gefrons van haar kant en wat gebarentaal van mijn kant toonde ze me verschillende modellen die ik allemaal op witte blaadjes mocht uitproberen. Ik heb er wel drie volgeschreven, geloof ik, vooraleer ik de juiste gevonden had.

Bij de kassa stond een jongeman. Of ik wilde dobbelen? Door drie dobbelstenen te werpen kon ik tot 18 procent korting krijgen! Oei, dacht ik, wat nu, vond ik dobbelen niet te frivool? Meteen daarna heb ik gegooid.

vulpen

Zeer vereerd

liebsteraward

Ik viel bijna van mijn stoel toen ik het las. De schrijfster van “Denkgedachten” heeft mij genomineerd voor de Liebster award. Ergens was ik al eens een blogpost over deze award tegen gekomen maar dat ikzelf daar ooit voor in aanmerking zou komen, wel, daar had ik in de verste verte geen rekening mee gehouden. Bij deze: mijn hartelijke dank daarvoor. Wie had dat ooit gedacht: mijn Rimpelingen op de lijst der genomineerden. Hoe sjiek is dat!

Dat was dus mijn eerste reactie. En zoals het meestal gaat: allengs volgde daar een tweede op.

Bij prijsuitreikingen hebben de genomineerden zo hun verplichtingen. Meestal zitten ze met hun hele entourage en in hun beste kleren breed lachend in de zaal. Ze applaudisseren voor iedereen mee, kijken blij verrast en gunnen werkelijk iedereen de prijs. Kortom, ze doen alsof. In blogland ligt dat anders. Ik zit hier heel alleen te grijnzen van contentement en het kan niemand schelen of ik mijn kamerjas, een jurk of een broek aanheb. Denk ik toch. Wij, bloggers en columnisten, hebben met z´n allen lak aan schone schijn. De buitenkant doet er voor ons niet toe. Maar die binnenkant! Het echte leven! Dáár zijn we naar op zoek. Dat is wat ons interesseert. Wat gaat er allemaal om in die kopjes van alle anderen?

Ik ben echt heel blij met mijn nominatie. Zeer vereerd. Maar die verplichtingen… Dat ik nu op al die intieme vragen moet antwoorden en er zelf moet gaan bedenken. Het was nooit mijn bedoeling mezelf helemaal bloot te geven. Ik wil toch alleen maar dat iedereen nieuwsgierig blijft naar wat ik schrijf, geschreven heb of ooit nog ga schrijven. Mezelf typeren kan ik niet en mijn dromen en verlangens wil ik niet expliciet meedelen. Ik weet niet op welk dier ik lijk. Ik wil het zelfs niet weten. Op mijn toverkunsten zit ook niemand te wachten, geloof me vrij. Alles wat ik kwijt wil, staat in mijn columns. Daar kun je lezen hoe ongestructureerd, verstrooid, nieuwsgierig en verwonderd ik soms ben. Hoe en wat ik denk. En bovenal, dat ik heel graag schrijf.

Wordt vervolgd.

Dan ben je gezien

Strijken is niet mijn favoriete bezigheid. Van strijken slaan mijn gedachten op hol. En meestal naar de verkeerde kant. Hoe dat komt, weet ik niet goed. Het is waarschijnlijk iets wat van moeder op dochter overgaat, want mijn zussen staan er ook niet om te springen.

In lakens heb ik me nooit druk gemaakt. Die worden gewassen, gedroogd en meteen terug op het bed gelegd. Maar alles wat terug de kast in moet, wordt zorgvuldig gestreken. Ik kan echt heel slecht tegen slordige en onopgeruimde kasten.
De zorg voor handdoeken en zakdoeken heb ik vroeger regelmatig gedelegeerd. Jongens moeten het huishouden ook leren, vind ik. Stoffen zakdoeken gebruikten we trouwens op een bepaald moment bijna niet meer, vanwege onhygiënisch. Maar al die andere dingen… Soms werd ik er wanhopig van en dat voortdurend malen in mijn hoofd maakte het er niet beter op. Er bleef ook steevast iets in de wasmand liggen. Dat ene, laatste stuk was er altijd te veel aan.

Toen de kinderen nog klein waren, streek ik nogal eens op vrijdagavond. Ze mochten dan wat langer opblijven en zaten in de woonkamer aan de televisie gekluisterd terwijl ik stond te strijken en met een half oog meekeek. Heen en weer ging het strijkijzer en heen en weer gingen mijn gedachten. Onze jongste heeft toen eens met een bang gezichtje gevraagd waarom ik zo streng keek. Of ik héél boos was? “Maar nee”, heb ik vlug gezegd, “dat is toch mijn gewone gezicht, voor als ik wat moet nadenken.”

Sinds ik van Emma Crebolder, een Nederlandse dichteres, hoorde dat ze een of andere routineklus gaat opknappen wanneer ze vast zit met het schrijven, strijken bijvoorbeeld, kijk ik er wat positiever tegenaan. En warempel, de gedachten blijven stromen, maar anders. Creatiever. De mand raakt de laatste tijd ook altijd leeg. Wat me wel nog dwarszit, zijn die papieren zakdoekjes. Want als je vergeet ze vóór het wassen uit de broekzakken te halen, dan ben je gezien. Die resten plakken geweldig aan alle andere kleren. Gisteren nog meegemaakt. Ik kreeg acuut heimwee naar stoffen zakdoeken. Als dat geen goed idee is…

Op de buiten

Soms heb ik spijt dat ik weer op het platteland ben komen wonen. Want wat ik zocht, was rust en ruimte. Ondertussen is Hergenrath bijna dicht gebouwd en van rust kan ik ook niet echt spreken. Altijd en overal hoor ik machines. De hele dag door. Gras- en bosmaaiers. Cirkelzagen. Minigravers. Drilboren. Hogedrukreinigers en bladblazers. De bevrediging die dat werken met elektrische apparaten geeft, lijkt recht evenredig met het lawaai dat ze maken.

Dan zijn er de honden. Eigenlijk heb ik niks tegen die dieren, de meesten zijn best lief. Het zijn er gewoon wat veel. Ook kan ik maar niet begrijpen, waarom mensen een eigen hond willen hebben, hem bijna als hun kind behandelen, en hem dan in de publieke ruimte zijn behoefte laten doen. Dat ze die hondenpoep eens zelf bijhouden, denk ik dan. Kinderen laat je toch ook eerst thuis naar het toilet gaan, vooraleer je ermee gaat wandelen. En dat die eigenaren af en toe eens zeggen dat hun hond stil moet zijn. Dat blaft er maar op los. Die honden kunnen er natuurlijk niks aan doen, maar die baasjes…

Ik vraag me ook af waarom mensen een kat willen hebben en die dan de hele dag in de tuinen van de buren laten rondstruinen. Omdat katten van hun vrijheid houden en ze niet de hele dag binnen kunnen zitten? Oké. Maar waarom moeten ze dan, en het zijn er dagelijks een stuk of vier, in míjn tuin rondstruinen en hun behoefte tussen míjn planten doen? Hoe zit het met míjn vrijheid?

Muziek, ook nog zoiets. In Kelmis werd vorige dinsdag, 21 juli, tot in de vroege uren gevierd. Dat kan ik getuigen. Tot overmaat van ramp begon afgelopen weekend de kermis in Hergenrath. En ze gaan ervoor, hoor. Vanochtend tot half vier. Ik kan daar niet tegen. Ik word wild als ik wil slapen en de hele tijd ritmische doef-doefgeluiden hoor. En niet in de aangename zin. Vanochtend ben ik dan ook heel slecht gehumeurd opgestaan. Schrijf het van je af, dacht ik, schrijf het van je af. En voilà, het gaat al beter. Leve de buiten!