De balk

Foto door Kenneth Carpina op Pexels.com

Een vrouw rijdt naar de stad om vóór sluitingstijd nog snel de laatste sinterklaasinkopen te doen. Chagrijnig van al het corona-gedoe in de winkels kart ze een uur later terug naar huis. Vóór haar rijdt een SUV. Ze houdt niet van SUV’s. Vooral niet in de stad. Het zijn immers terreinwagens – gemaakt om over ruwe, onverharde wegen te rijden. En zulke wegen heb je in de stad per definitie niet. Ze gelooft best dat ze de bestuurder een gevoel van veiligheid geven maar ondertussen ergeren wel alle andere weggebruikers zich groen en geel. Omdat ze teveel plaats innemen en het zicht versperren. Deze permitteert het zich ook nog zonder licht te rijden.
Ze flitst twee keer kort na elkaar met haar grootlichten. De sufferd aan het stuur merkt niets en rijdt gewoon verder. Ter hoogte van het benzinestation waarschuwt ze hem nog een keer. Heeft die kerel soms splinters in zijn ogen?
Na honderd meter probeert ze het een derde keer en eindelijk floepen zijn stadslampen aan. Tevreden met haar sociale reflex – ze heeft hem toch maar fijn voor ongelukken behoed – slaat ze bij de groentekiosk linksaf. Hoewel ze de bocht maar al te goed kent, komt ze bijna in de berm terecht. Nu wordt er ook al bespaard op de straatlantaarns.
Opzij van haar huis lijkt het veel duisterder dan anders. Pas wanneer ze pal voor de garagedeur staat, merkt ze het. Haar lichten branden niet.

Mysterie

De statistieken op WordPress bekijken is een interessante bezigheid. Van elk bericht dat ik plaats, kan ik nagaan hoe vaak en in welk land het wordt bekeken. Ik weet nooit wíe er leest, maar weet wel dat er in Nederland evenveel gelezen wordt als in België. Ik kan ook zien dat mijn blog elke dag wordt aangeklikt. Dat verblijdt me zeer en voor iemand die dit jaar nog maar vier berichten heeft geplaatst, vind ik dat een hele eer.
Een paar jaar geleden schreef ik elke week iets. Ik had mezelf die discipline opgelegd, wat soms moeite kostte maar vaak ook niet. En toch ben ik nu al een hele tijd aan het slabakken. Zo schrik ik ervan dat het alweer van oktober geleden is dat ik nog iets publiceerde.
Ik moet wel toegeven, het is soms moeilijk. Veel onderwerpen zijn de revue al gepasseerd en ik merk dat ik met het ouder worden niet meer zo de behoefte voel mijn mening over bijvoorbeeld de actualiteit in het openbaar te ventileren. Of het misschien niet meer durf. Nochtans, ik kan me nog altijd hevig opwinden over wat er zoal gaande is in de wereld. Dat begint vaak al ´s morgens vroeg bij het ontbijt, wanneer ik de krant nog maar opensla. Wanneer het gaat over een nieuwe wetgeving rond abortus en euthanasie in ons land, bijvoorbeeld, krijg ik hartkloppingen en moet ik oppassen niet te beginnen roepen. Mijn man heeft dat niet graag, dus mompel ik maar wat. Zulke belangrijke ethische kwesties eens rap door een regering in lopende zaken laten behandelen, dat zouden ze moeten boycotten. Zo normaal als het wordt leven en dood als een medische act te zien. De zelfbeschikking ten top gevoerd. Waarom mogen geboorte en dood niet moeilijk zijn? Waar blijft het mysterie? Straks hoeven we over niets nog te filosoferen – leven en dood worden per vingerknip voor ons geregeld.
Eigenlijk wou ik er hier niets over zeggen. Het zijn maar gemompelde gevoelens, bedenkingen. De bedenkingen van een ouder worden vrouw, een moeder en een oma, die soms versteld staat van wat er rond haar gebeurt en daar niet altijd raad mee weet. Vergeet ze dus maar.

P.S.: Om over mysteries te spreken: afgelopen zaterdag hebben we Sinterklaas gevierd. Het was een mooie dag, een dag om nooit te vergeten. Soms ben ik heel dankbaar om wat ik allemaal mag meemaken.

Tornado

of de gedachten van een klein meisje

Sinterklaas_114332

Stomme Sinterklaas! Nu heeft hij wéér een pop gebracht. Ik wil geen pop. Een pijl en boog heb ik gevraagd. En heel veel boeken. Natuurlijk heb ik in mijn brief geschreven dat ik graag een pop zou hebben. Ik ben tenslotte een meisje, zegt mama, en meisjes wensen altijd een pop. Maar ik dacht dat Sinterklaas alles wist. Heeft hij dan niet gezien dat ik nooit met poppen speel?

Hij heeft niet goed naar mijn tekening gekeken. Anders had hij het wel begrepen. Voor de zekerheid had ik ze nochtans vorige week al in mijn schoen gelegd. Er staat een indiaan op, naast een wigwam vol met boeken. Hij heeft een pijl en boog in zijn hand en die wigwam staat bij de boom in de Vijverstraat waar Rita en ik altijd in klimmen. Nee, ik geloof niet meer dat Sinterklaas mijn vriend is en al mijn geheimste wensen kent.

Bovendien, het is een lelijke pop. Veel te groot en met koude ogen. En die haren! Grijze haren! Met zo´n pop kan je toch geen moedertje spelen, zoals mijn zusjes altijd doen. Ik denk dat ik haar Claudia zal noemen.

Als ik dan al een pop moet krijgen, waarom dan geen Emmy? Mijn zusje heeft een Emmy gekregen toen ze in het ziekenhuis lag. Dat was pas een mooie pop. Met een lief gezichtje en blauwe ogen die open en toe gaan en met blond haar in twee staartjes. Ik heb altijd al staartjes willen hebben, maar mama zegt, als ze bij drie kindertjes iedere morgen de haren moet gaan vlechten, dat is toch wel heel veel werk.

Maar ja, wat kan je eigenlijk verwachten van iemand die altijd op een witte schimmel zit? Het woord alleen al. Schimmel. Die zal nogal over de daken rijden, bij weer en wind. Waarom geen mooi, zwart paard, zoals Tornado van Zorro? Sinterklaas heeft toch ook een Zwarte Piet? Staat die rode mantel beter bij wit misschien? Weet je wat ik denk? Dat Sinterklaas helemaal niet bestaat…

Port voor de Sint

sinterklaas
De kinderen zijn nog klein. We zijn pas van België naar Duitsland verhuisd en we wonen in de stad in een appartement. Ze zijn ijverig bezig met een tekening voor Sinterklaas.
Onze zes-jarige zoon maakt zich zorgen. “Sinterklaas zal toch wel weten dat wij nu in Aken wonen?”
“Sinterklaas weet toch alles.” Zijn broertje klinkt vol vertouwen.
“En hoe gaat hij hier binnen geraken? Dat dak is toch veel te hoog voor zijn paard? ”

Ik weet zelf nog niet goed hoe we hier met Sinterklaas zullen omgaan. Of we de mythische betovering rond die Heilige Man die alles weet, alles kan en zoveel geeft, kunnen bewaren. Heimwee duikt in alle hevigheid op.
Met z´n allen aan het televisiescherm gekluisterd zitten voor de aankomst van Sinterklaas in Antwerpen, het is voorbij. We kunnen de juiste zender hier niet krijgen en nergens in Duitsland komt er een stoomboot met waaiende wimpels uit Spanje aan. Voorbij is het om ter hardst zingen met neefjes en nichtjes van Sinterklaas kapoentje. De hoopvolle spanning of Sinterklaas en Zwarte Piet in levende lijve langs zullen komen, het is allemaal verleden tijd. Hier verkleedt zich niemand en klopt er niemand op de deur. In de hele stad valt geen Sint of Piet te bespeuren. Zelfs geen hulp-Sint. In de Kindergarten wordt Sinterklaas compleet verwaarloosd; fluisteren de vriendjes zelfs dat de ouders … Hier brengt het Christkind de cadeautjes. Hoe komen ze erbij, denk ik, uitgerekend het Kindje Jezus, dat daar maar in zijn kribbe ligt en geen vin verroert.

Het was lastig Sinterklaas in ere te houden. Maar het is ons gelukt. Ondanks de tegenberichten bleven onze kinderen nog lang in hem geloven. Op 5 december zetten ze met glanzende ogen en plechtige gebaren hun bord. Ze legden er een wortel en een klontje suiker in, zeulden met een emmer water voor het paard en schonken Port in voor de Sint. De volgende ochtend bewees steeds opnieuw dat Sinterklaas wel degelijk bestond. Want wat daar op de tafel lag, dat zouden papa en mama nooit of nooit voor hen kopen.