Waarom het hier zo stil is

Het windspel aan de achterdeur tingelt. Mijn man komt binnen. Hij hangt zijn jas in de kast, ziet dat de tafel nog niet gedekt is maar gaat toch zitten om alvast wat papieren na te kijken. Terwijl ik aan het aanrecht sta en de sla laat zwieren, begint hij het gesprek.
‘En, wat hebt gij vandaag zoal gedaan?’
‘Niks’, antwoord ik kortaf.
‘Hoe, niks?’
Slecht gezind begin ik op te sommen. ‘Naar het gemeentehuis geweest, die documenten wegbrengen. Drie machines was laten draaien en een cd bij bol.com besteld. Die stofzuiger probéren te bestellen maar daarvoor moest ik eerst die security code van de Visakaart activeren, wat om de een of andere reden niet gelukt is. Stom internet. Opnieuw een code aangevraagd maar dat duurt minstens drie dagen vooraleer ik die krijg. Nog wat online overschrijvingen gedaan. Dat is het zowat. Oh, en veel nagedacht. Over alles wat ik niet doe. En toen was de dag om.’
‘Ge zult nog wel wat meer gedaan hebben’, zegt hij verstrooid.
Ik grommel nog wat verder. ‘Ik begrijp niet hoe dat komt. Vroeger ging ik meer mee naar de praktijk, reed soms vier keer op en af naar Aken voor de kinderen, kookte alle dagen vers, het huishouden was keurig aan de kant, allez, meestal toch, en dan had ik nog tijd en energie over voor van alles en nog wat. En tegenwoordig! Dit jaar heb ik nog maar twee keer gelei gemaakt. Paardenbloemgelei in het voorjaar en kerstgelei in het najaar! Niks krijg ik gedaan en toch ben ik ´s avonds stikkapot!’
‘Ja’, zegt hij, iets alerter nu, ‘toen waart ge ook wel twintig jaar jonger.’
Even later vraagt hij heel voorzichtig: ‘Hebt ge nog iets voor uw blog geschreven of verder gewerkt aan dat vervolgverhaal voor de schrijfclub?’
‘Niks nieuws geschreven, nee’, zeg ik, nog net niet snauwend. ‘Voor dat fictieve verhaal  nog eens gelezen wat ik al heb. Ik kan dat niet, schrijven. Ik heb niet genoeg fantasie. En voor mijn blog, tja, de dingen die me écht bezighouden… ge kunt toch niet alles zomaar op het internet smijten.’

Ik zet het eten op tafel en we praten verder. Over vreugde en verdriet, over kleine en grote rimpelingen, die mij, ons, heel erg in beslag nemen maar die ik niet met iedereen kan of wil delen. Over een nieuw evenwicht, dat ik daarin nog moet vinden.

Daarom dus is het hier zo stil.

Advertenties

Tsunami

De Olympsiche Spelen hebben iets magisch. Vooral voordat ze begonnen zijn. Iedere keer neem ik me voor toch zeker het zwemmen en atletiek te gaan volgen. Als het kan ook het schoonspringen, turnen en judo. Weer op de hoogte zijn van de beste tijden en de nieuwste technieken, al die prachtige lichamen kunnen bewonderen, mogen genieten van gebalde competitiedrang en saamhorigheid, het wordt gewoon een feest, denk ik dan.

Ze zijn nu een paar dagen bezig, de Spelen in Rio, en menig uur heb ik al voor de televisie doorgebracht. Jammer genoeg kan ik er tot nu toe niet veel van navertellen. Blijkbaar ben ik ondertussen zo op rampspoed geconditioneerd dat ik alleen nog weet dat het been van de Franse turner Samir Ait Said na een oefensprong in een wel heel akelige hoek stond, dat de Nederlandse wielrenster Annemiek Van Vleuten zo zwaar ten val kwam dat ze voor dood bleef liggen, en dat de Belgische Karine Donckers tijdens de cross-country van haar paard duikelde. De naam van dat paard klonk heel exclusief. Ik dacht nog, da´s een mooie om zo eens in een gesprek te laten vallen. Toch ben ik hem weer vergeten. Ik erger me teveel en ergernis is niet goed. Je verliest dan andere, belangrijkere dingen uit het oog. Maar ik kan er niks aan doen. Die tsunami aan woorden die wij als kijker en toehoorder over ons heen moeten laten gaan, begint me echt de keel uit te hangen. En waarom moeten ze tegenwoordig met z´n tweeën verslag uitbrengen? Het commentaar wordt er voor mijn part niet beter van. Zijn de televisiemakers zo bang voor stiltes? Ik zou het echt niet erg vinden, wanneer er wat meer gezwegen werd bij sport op televisie. Dat geleuter en geteuter is soms niet te harden. De gouden medaille van Greg van Avermaet (heb ik blijkbaar toch ook onthouden en oh ja, Dirk van Tichelt won brons!) heeft van zijn glans verloren, alleen al omdat de commentatoren de tijd tussen zijn overwinning en het uitreiken van de medaille moesten of wilden volpraten.  Ze hadden beter wat meer mooie natuurbeelden laten zien. Met op de achtergrond een diepe, eerbiedige stilte.

Gevallen steken

Stel u voor: iemand zit ergens buiten op een terras. In Hasselt, zeg maar. Het is begin april en ze geniet van haar kopje koffie. Naast haar zitten twee vriendinnen druk te praten en heftig te gesticuleren. Maar de wind zit verkeerd. Ze kan het gesprek niet goed volgen. Wat ze niet hoort, fantaseert ze er dan maar bij.

– Dat Herman daar nu ook weet van heeft! Meestal ligt hij al lang te knorren wanneer Reyers Laat begint. Maar laatst was Isolde Lasoen daar om de actie dertig dagen stilte te promoten. En voor die madam kon meneer ineens wel wakker blijven!

– Isolde Lasoen?

– Die drumster, je weet wel, van Daan. Ja zeg, als ik bij Daan moest drummen zou ik ook nood hebben aan wat stilte!

– Je bent gewoon jaloers. Ik zie het, het groen komt uit je ogen!

– En toen stelde Herman voor dat wij meedoen en in april ook elke dag tien minuten stilte inweven. Hij klonk als Dirk de Wachter. Ínweven. Alsof het leven een breiwerk is!

– Daar zeg je iets. Een warm wollen vestje, in verschillende kleuren. Mooi glad gebreid, een rij rechts en een rij averechts. Met af en toe een kabel of een stukje ribbelsteek.

– Jouw leven misschien! Dat van mij is een grijze sjaal van gevallen steken. Een aaneenschakeling van grote gaten geluidloosheid. Hoeveel soorten stiltes je bij ons kan horen! En dan is het nog niet genoeg!

– Maar ik zal hem hebben. Wat denkt hij wel. Vanaf nu zwijg ik. Heel april. Dertig dagen lang. En ik doe niks dat geluid maakt. Dat hij het terras zélf maar met de hogedrukreiniger te lijf gaat. Mij kan die groenaanslag geen barst schelen. Van geen kanten!

– Denk je dat dat gaat lukken?

– Wat lukken?

– Dat hij dit jaar het terras hogedrukreinigt? En dat jij dan je mond houdt?

– Begin jij nu ook al? Ik dacht dat jij mijn vriendin was?

– Mijnheer, kunnen wij betalen? Twee koffies en twee broodjes gezond. Ieder apart alstublieft.

Onbetaalbare stilte

Zie mij hier nu liggen. De hele zaal ruikt naar opgedroogd zweet en niet-gelucht-zijn. Naar bokken en paarden en Zweedse banken. Niet bepaald een oord van ontspanning. En daar lig ik dan: op een vieze, blauwe mat in Aken, op zoek naar mezelf. Nog een geluk dat ik mijn eigen badhanddoek heb meegebracht.

Na drie kwartier power-yoga maken we ons klaar voor een fantasiereis. We drukken onze rug plat tegen de mat, sluiten gewillig onze ogen en laten onze voeten lichtjes uit elkaar vallen. Onze handen rusten discreet op de buik, want de buik is de bron van alle energie. In de verte klinkt muziek van klankschalen en met een kunstmatig lome stem verlangt de yogaleraar dat we onze ledematen één voor één ontspannen. Zo jong nog, moet die deze hoop vrouwen hun innerlijke rust teruggeven? Als dat maar lukt. Beetje buitenlands type, donkere huid en donkere ogen. Een getraind lichaam in een nauwaansluitende, witte joggingbroek. Niet onaantrekkelijk, alhoewel, die heupen zijn misschien íetsje te breed naar mijn smaak.
Van onder naar boven, of was het nu van buiten naar binnen? Ik kan niet meer volgen, zijn we al bij de schouders of nog bij de benen? Wordt dit een groepsgebeuren en moet ik in het Duits meereizen of is het individueel en mag het in het Nederlands? Ik piep eens naar links en naar rechts. Niemand beweegt. Ik knijp mijn ogen weer dicht en besluit in mijn moedertaal te gaan relaxen. Water vind ik goed passen bij het Nederlands, bergen verbind ik meer met het Duits. De Atlantische oceaan dan maar.
Elegant spring ik over en door de golven en krachtig crawl ik in mijn mooiste badpak door het blauwgroene water. Niets heerlijker dan dit. Boven me zie ik een eindeloze, stralend blauwe hemel. Gedragen door het zoute water zwem ik even rustig schoolslag, ik kijk wat om me heen en geniet van de vrijheid. Niemand anders in de buurt en vooral: geen geluid. Onbetaalbaar, zo´n stilte.

Een luide snurk laat me opschrikken uit mijn mooie droom. Ik wil naar huis. Groepsreizen liggen me uiteindelijk toch niet zo.