Oervertrouwen

Bid jij? Het is een pijnlijke vraag en het antwoord is ook vaak pijnlijk. Bidden geldt als kinderlijk en kinderachtig. Omdat het voor de meeste mensen de eerste kennismaking was met het geloof en omdat bidden zonder een soort kinderlijk oervertrouwen niet werkt. Bidden is spreken met God, maar God antwoordt niet. Spreken met Hem geldt dus als verdacht en naïef. Het is iets uit lang vervlogen tijden – iets wat niet meer past in onze moderne, geseculariseerde samenleving.

….

Bidden betekent: geluk, ongeluk en wensen uitspreken in gebaren en in taal. We doen het vooral in extreme situaties. Bij het begin van het leven of het einde ervan. Het vermijdt dat we sprakeloos worden. Er is niets wat we niet mogen zeggen of vragen. We mogen God zelfs aanklagen. Waarom vragen we, en hoe lang? Waarom ik? In het gebed is er geen censuur. Is dat geloven? Misschien is dat niet belangrijk. Ook ongelovigen kunnen  bidden. Het belangrijkste van het gebed is misschien wel dat diegene die vragen stelt, aanklaagt of iets wenst, niet resigneert. Hij is al begonnen iets te ondernemen tegen dat wat hem of anderen wordt aangedaan.

Dit is een vrije vertaling van een tekst* die ik gisteren heb gelezen. Bidden zorgt ervoor dat we vreugde en verdriet niet verzwijgen, leerde ik. Ook ongelovigen bidden en bidden wil zeggen dat je niet berust. Mooi en passend voor deze tijd, dacht ik. Bidden is zo gek nog niet.

Vandaag belde ik iemand op om naar haar gezondheidstoestand te informeren. Ze is gelovig en daarom wou ik vragen: Bid jij nog? Maar ik durfde niet. Want het is een pijnlijke vraag en het antwoord is ook vaak pijnlijk. ‘Van een paar dingen heb ik geluk’, zei ze in de loop van het gesprek. ‘Ik kan goed slapen en ik stel al die vragen niet: waarom ik, waarom nu, en hoe lang dit nog gaat duren.’ Ik was er erg van aangedaan en of ze nu wel bidt of niet, is niet meer relevant. Ze had hoop uitgesproken, en een groot vertrouwen.

 

* uit Der andere Advent 2016/17: Da hilft nur Beten van Heribert Prantl

Advertenties

Gefluister

Het was hoog tijd dat ik er een kocht. Want vanaf begin februari heb je, wanneer je Aken met de auto wil binnen rijden, een groen vignet nodig. Een paar dagen geleden ging ik dan ook naar een tankstation hier in de buurt. Daar belandde ik in een lange wachtrij. En ik moet zeggen, dat schept een band. Buiten, midden in de winter, staan aanschuiven zorgt ervoor dat je je onwaarschijnlijk snel verbonden voelt met alle wachtenden voor en achter je. Het weer alleen al is een dankbaar thema. Als je dan ook nog eens allemaal hetzelfde doel hebt, het bemachtigen van een groen vignet, kan de sfeer niet meer stuk.

De man voor me spreekt Duits. Hij zegt dat hij van Eupen komt en dat hij blij is dat het niet sneeuwt. En of ik weet hoeveel zo´n vignet kost? En hoe lang dat ding geldig is? Terwijl we verder naar voren schuiven, mengt de vrouw achter me zich in het gesprek. In het Frans. Ze woont in Verviers, vertelt ze. Zij spreekt over haar dochters, de man over zijn zonen en ik over mijn taal. Het wordt steeds leuker, daar met ons drietjes. Opeens, we zijn nog volop bezig onze vriendschapsband te verstevigen, gaat er gefluister door de rij. Alle ogen richten zich op een vrouw die na het tanken haar auto gewoon aan de tankzuil heeft laten staan en nu ook mee aanschuift. Haar wagen verspert de toegang tot twee andere zuilen maar ze lijkt zich van geen kwaad bewust. Na tien minuten, het gemor bereikt stilaan zijn hoogtepunt, komt de eigenaar van het tankstation naar buiten gevlogen. Wild zwaaiend vraagt hij van wie die Range Rover daar is. De vrouw kijkt voor zich uit, alsof ze met dit alles niets te maken heeft. Wanneer de omstaanders haar als de schuldige aanwijzen, kan ze niet anders dan de rij verlaten en haar auto verplaatsen. Met haar lange haren voor haar ogen sluit ze even later lijdzaam de rij. Weer begint het gefluister. Psst, och, misschien … ook niks aan doen, want kijk, blond …

IMG_0334

Ongenode gasten

voeten grote liggende boeddha
Nog onder de indruk van de fraai bewerkte voeten van de grote liggende Boeddha in Yangon, de hoofdstad van Myanmar, rijden we met de auto weer weg. Onze gids ziet dat er in een zaal aan de linkerkant van de straat een bruiloft aan de gang is en stelt ons voor dit eens met eigen ogen te aanschouwen. Hij springt uit de auto en vraagt bij het feestende gezelschap na of we mogen komen kijken. Niet wetend wat ons te wachten staat, lopen we met z´n vieren onwennig achter hem aan. De ruimte waar we binnen komen lijkt op een kleine parochiezaal.

De nieuwbakken echtelieden staan dicht naast elkaar en lachen ons verlegen toe. De vrouw draagt een lange, paarse jurk met een witte voile erover. Ze heeft zich mooi opgemaakt en een witte gelaatscrème doet haar gezicht glanzen. Veel Aziatische vrouwen zweren bij een bleke huid. Haar man draagt een wit hemd dat hij in zijn longyi, een soort wikkelrok, heeft gestopt. Zijn bril is het enige moderne dat we hier zien.

We begrijpen elkaars taal niet maar uit alles blijkt hoe welkom we zijn. We mogen door de zaal lopen en alles bekijken. Overal liggen doeken. Kommetjes met eten staan op lage tafeltjes en familieleden zitten lukraak verspreid. Of we willen mee eten? Oei, we zijn nog maar pas in Myanmar en kennen de geplogenheden hier niet. Is het beledigend wanneer we zo´n uitnodiging afslaan? We wisselen een snelle blik uit met onze vrienden en besluiten de mensen hier toch maar alleen te laten verder feesten. Dan blijkt dat ze ons niet meteen willen laten gaan. We moeten en zullen nog op de foto, eerst samen met het bruidspaar en daarna met twee jongere zussen. Vrolijk kwijten we ons van onze taak en wuiven lachend naar de camera.

Onze gids vertelt ons dat dit een gelukkig huwelijk wordt. Zeker weten. Zo´n verrassing op je huwelijksdag is daar de voorbode van. En het kan kloppen, want nog nooit heb ik twee mensen zo zien stralen bij het binnenkomen van vier ongenode gasten.