Halve prijs

Twee weken Thailand zonder een of andere vorm van massage, dat kunnen we echt niet maken. We buigen ons over het aanbod in ons hotel en met het oog op de lange vlucht naar huis de volgende dag kiezen mijn vriendin en ik voor een voetreflexmassage. We krijgen halve prijs en gaan resoluut voor een vol uur. Ik maak telefonisch een afspraak en regel dat we in dezelfde kamer kunnen behandeld worden. Dat lijkt me leuk. Wij tweeën kunnen dan, zittend op een massagetafel met onze voeten in de schoot van een masseuse, ontspannen nog wat keuvelen.

Iets voor vier komen we aan. Twee zacht pratende dames vragen ons op een stoel te gaan zitten en onze voeten in een kom water te zetten. Ze scrubben onze voeten en drogen ze even later liefdevol weer af. Daarna begeleiden ze ons naar de twee massagetafels en vragen of we onze kleren willen uitdoen. Verbaasd kijken we elkaar aan. Voetmassage – zonder kleren? Nee, nee, gebaren we, mét kleren. We strekken ons uit op de tafel, onze ogen worden bedekt en er komt er een grote badhanddoek over ons heen.

Langzaam begint de therapeute mijn onderbenen te masseren. Zweterig lig ik in mijn zomerkleed onder de grote, witte handdoek. Ik kan niets zien en communicatie met mijn vriendin zit er ook niet in. Ik merk hoe zachte muziek de ruimte vult en langzaam geef ik me over aan de bedreven handen. Er wordt gedrukt, geprikt en gewreven. Mijn gedachten zweven weg en ik geniet. Hier ga ik als herboren uitkomen, dat voel ik nu al. Mijn rechtervoet is klaar, nu de linker nog. Roerloos lig ik af te wachten. Opeens wordt mijn gezicht vrij gemaakt en wordt de handdoek weggenomen. Met knipperende ogen kijk ik naar mijn vriendin. Mompel iets van “halve prijs, dus maar één voet, of wat?”

“Ik denk dat je geslapen hebt. Ik heb je zeker drie keer horen snurken…”

Trisara voeten

Advertenties

Niks nieuws

Voorzichtig stel ik voor naar de stad te rijden. Ik weet dat hij bij dit mooie weer liever de tuin ingaat, maar als ik het verstandig aanpak, krijg ik hem  misschien wel mee. Als we nu vertrekken, zeg ik monter, dan is het daar nog niet te druk en hebt ge namiddag nog tijd genoeg om in de tuin werken. En ja, het lukt. Hij trekt zijn schoenen alvast aan.

– Wat wilt ge daar eigenlijk gaan doen?

– Euh, eens wat rondkijken. Koffietje drinken. Misschien een short kopen.

– Een short? Sinds wanneer wilt gij een short?

– Zeg! Denkt ge dat ik daar niet meer mee sta, soms?

– Nee, nee. Dat heb ik toch niet gezegd. Dat maakt gij er nu weer van. Maar ik dacht dat ge vanaf nu alleen nog maar rokken en kleedjes ging dragen. Hebt ge gisterenavond nog gezegd, hoe gemakkelijk zoiets eigenlijk zit . Niks dat spant aan uwe buik, en …

– Ja, gísteren. En vandaag vind ik dat ik een nieuwe short nodig heb. Voor Thailand, voor wanneer we met die boot naar dat eiland gaan. Ge denkt toch niet dat ik weeral in een kleedje op zo´n speedboot kruip, zeker. En die gele short, die ben ik precies toch wat moe gezien. Hoelang zou ik die al hebben.

– Alsof dat ertoe doet, hoelang ge iets hebt. Als het nog goed is en het past nog, dan hebt ge niks nieuws nodig.

– Jaja. Die ken ik, die redenering van u. Trouwens, een nieuwe korte broek voor u is eigenlijk nog dringender. Die van u is nog ouder dan die van mij. En ze zakt af.

– Niks korte broek. Ik doe alleen nog lange broeken aan daar. Met al die muggen.

– Muggen? Hebt gij al ooit éne muggenbeet gehad? Ik ben hier degene met de muggenbeten, niet gij.  Ze moeten uw bloed niet. Maar goed, als gij geen korte broek wilt dragen, dan zweet gij u maar kapot in uw jeans. Voor mij niet gelaten.

– Allez, vertrekken we nu nog?

– Och, laat maar. Mijn goesting is al over.

 Opgewekt trekt hij zijn schoenen uit en doet zijn rubberlaarzen aan.

Hoofdrekenen en talen en al

2014-12-02 09.35.15
Afgelopen zondag had ik het zaag. Tot in de namiddag ging alles goed maar zo rond vier uur kreeg ik het.

Traditiegetrouw versier ik op de eerste zondag van de advent het hele huis. Ik had gouden sterren op de ramen geplakt en de houten engel buiten op de vensterbank gezet. Toen begon het. Die sterren keken mij ineens zo treurig aan.
“Voor wie of voor wat zou ik het huis nog versieren?”, vroeg ik beschuldigend aan mijn man, die nietsvermoedend voor een kopje koffie naar beneden kwam. “Het is te veel huis, hier wonen geen kinderen meer, die komen alleen nog op bezoek. Ik voel me op pensioen! Bovendien woont er een in Thailand!” En bwèèè – ik was vertrokken.
Mijn man ging in de verdediging. Onze ene zoon was toch langs gekomen, met de andere hadden we geskyped en nummer drie was de dag tevoren hier geweest! Ik moest mijn zegeningen eens leren tellen! En ik was toch goed bezig, met die schrijversacademie en mijn blog en mijn sociale contacten en de praktijk en al!
“Ja,” jammerde ik, “gij vindt ook alles goed wat ik doe, áls ik maar iets doe en vooral niet zaag, maar wie zegt dat ik dat allemaal kan? Ik wil schrijven maar weet niet of ik goed genoeg ben en ik ga nooit aan de bak komen en ik ben al veel te oud en vastgeroest en het leven is te moeilijk en hoe lang ga ik nog leven, en misschien ben ik morgen al dood, denkt maar aan Luc De Vos, en wat weet gij daar nu van?”
Hij keek me aan en zei: “Da´s waar, daar ken ik niks van. Maar als dit niet lukt dan probeert ge toch weer iets anders.” Hij kwam echt goed op dreef. “Wat gij allemaal in uw mars hebt! Hoofdrekenen en talen en al!” Toen aarzelde hij een beetje. “Behalve rijschoolinstructrice misschien. Als ge daarmee afkomt dan denk ik toch dat ik u ga tegenhouden. Want dat kunt ge de mensheid echt niet aandoen, gelijk gij u niet kunt concentreren in de auto.”
Wijselijk heb ik gezwegen en het eerste kaarsje aangemaakt.

Onvermoede horizonten

Twee jonge mannen liggen met hun hoofden dicht bij elkaar languit in onze zetel. Ze kijken samen naar iets op de laptop. De ene heeft zijn benen naar rechts uitgestrekt, de andere naar links. Lang geleden hebben we die sofa daar ook voor gekocht – om er met z´n vijven op te zitten of met z´n tweeën in te liggen.
Vanuit de keuken werp ik af en toe een blik op die jonge mannen. Twee van mijn drie zonen. Ik ben blij: V. is voor tien dagen hier! Ik moet ervan genieten want wie weet wanneer dat nog eens gaat gebeuren. Ondertussen denk ik ook aan Pascal Smet, de vorige minister van onderwijs, die vindt dat één op drie studenten in het buitenland zou moeten kunnen studeren. Zou hij zich bewust zijn van de gevolgen van zijn theorieën?

Want stel je eens even voor: een gezin met drie kinderen. Eén van die drie geniet ruimschoots van de mogelijkheden die zijn studie hem bieden. Hij studeert een semester in Hongkong, een half jaar in Amerika en loopt zes maanden stage in Ras al-Khaimah.

Het heeft voordelen voor de twee kanten, hoor je overal. Ze worden er zó zelfstandig van; je hebt gewoonweg geen idee. Je leert ze loslaten. Je gaat zelf reizen en dat verruimt ook jouw geest en opent onvermoede horizonten. En er bestaat toch zoiets als skypen en whatsappen? Afstanden zijn heus niet meer zo groot als vroeger.

Uiteraard wil de minister dat die éne student op drie zijn buitenlandse ervaring in zijn thuisland optimaal zal gaan inzetten. Dat is ook de bedoeling van die ouders: gewoon buitenlandse ervaring opdoen en dan terugkomen. Prachtige theorie, toch?

Maar opeens belanden ze in de praktijk. Hun zoon gaat werken in een groot en sjiek hotel in Thailand. Als ze geluk hebben, komt hij hen één keer per jaar opzoeken en gaan zij ook een keertje zijn kant op. Nu staan ze daar. De geest van hun zoon is al zo verruimd dat het de vraag is of hij ooit nog op een voor hen draaglijke afstand komt wonen.
photo

Waspoeder

Mijn vriendin en ik zijn uitgenodigd in het atelier van een zelfverklaarde kunstenares. Uit respect voor alle aanwezige kunstkenners spreken we op fluistertoon.

“Wat ik hier in zie? Hedendaagse kunst stond op de uitnodiging, het zal dus wel kunst zijn zeker? Eerlijk gezegd, ik kan er maar weinig mee aanvangen.”
“Misschien moeten we wat verder weg gaan staan.” Mijn vriendin gaat een paar pasjes achteruit en tuurt deskundig door de wimpers van haar half gesloten ogen.
“Die witte klodders daar op dat beige vlak, die lijken wel op waspoeder. Gemorst op de vloer van onze wasplaats, die heeft net dezelfde kleur. En dat takje daar heeft de vader van mijn zonen onder zijn schoenen hangen gehad. Alweer zijn voeten niet geveegd.”
“Het zou natuurlijk ook gips kunnen zijn. Iemand is gevallen en dit is het overschot na het spalken van een been.”
“Een maanlandschap misschien? Of het einde der tijden, iedereen is toch zo pessimistisch tegenwoordig. Troosteloos is het in ieder geval.”

“Nu moet ik toch weer aan mijn wasplaats denken. Hoe ik daar vroeger wel eens stond: radeloos huilend, want niet te overzien, die bergen was. Soms wel drie machines op een dag. Nu nog amper drie per week. Jaja, de jongste is ook de deur uit. Het einde van een tijdperk, zo lijkt het wel. Niet verder vertellen hè, maar om de moed er in te houden beeld ik me wel eens in dat ik een gevierd schrijfster ben. Het prototype van een nieuw rolmodel. Eerst echtgenote en moeder en op latere leeftijd nog een schitterende carrière uitgebouwd. Ik zie het al helemaal voor me. We moeten dan natuurlijk nog eens verhuizen, want ik moet in alle rust en stilte kunnen werken. Of nee, we wonen dan de ene helft van het jaar in België, de andere helft in Frankrijk. Thailand kan ook.”

“Goh, nu begrijp ik het: die strepen, die stellen drie wegen voor! Voor drie kinderen die ieder hun eigen weg gaan! En hoe ingenieus is de keuze van dat materiaal! Waspoeder! Reinigend en zuiverend, symbool van een nieuw begin.”

Boven ons hoofd

We zullen blij zijn wanneer ons gezin weer verenigd is. Onze middelste zoon, die in Thailand woont en werkt, laat weten dat hij in september verlof mag nemen om hier het huwelijk van zijn oudste broer bij te wonen. We verheugen ons, hebben wij gezegd. Maar boek alsjeblieft een vlucht die niet over Oekraïne gaat.

Want stel je toch eens voor. Je stapt als toerist op het vliegtuig, vlucht MH17. Iedereen passeert alle controles, zelfs die verdachte individuen die je voor je in de rij zag staan. Nadat je opgestegen bent, leun je enigszins relaxed achterover. Je doet je ogen dicht en begint alvast te dromen over je vakantiebestemming. Als de persoon naast je wat te luid wordt, zet je je koptelefoon op en bekijkt de ene film na de andere. Je denkt dat er niks meer kan gebeuren. De wereld is in orde.

Of je vertrekt voor je werk, mijmerend over je huidige leven. Alle luchthavens van de wereld heb je al gezien en je hebt mensen van alle soorten culturen ontmoet. Je bent dankbaar dat je in West-Europa leeft, een deel van de wereld waar er nu toch al meer dan vijftig jaar geen oorlog meer is. Dankbaar dat je zuiver water hebt en genoeg te eten, een dak boven je hoofd en geld voor nog meer dan dat.

En dan wordt het vliegtuig neergehaald. Een raket doorboort de machine. Razendsnel verandert heel het mens- en wereldbeeld van alle passagiers en plotseling zijn ze dood.

Het had onze zoon kunnen zijn, die daar in dat vliegtuig zat. Wij hadden het zelf kunnen zijn. Terreur komt nu wel heel dichtbij. Hoe is het mogelijk dat onschuldige burgers slachtoffer worden van zo´n daden? In deze tijd van wereldwijde afluisterpraktijken? Eigenlijk ken ik het antwoord wel. Het is mogelijk wanneer alles draait om gas en olie. Terreur is mogelijk omdat er altijd landen en handelaars zullen zijn die de technologie en de middelen leveren. Het is mogelijk omdat we op zo´n momenten even in shock zijn en dan gewoon weer overgaan tot de orde van de dag.

Motorbike-babe

Zwierig zwaai ik mijn rechterbeen over het zadel van de scooter. Gelukkig ben ik zo slim geweest mijn gele short voor dit weekend op Koh Lanta mee in te pakken.

Mijn zoon en ik vertrekken voor een bezoek aan Old Village en een vlindertuin. Gisteravond heeft hij al zijn overredingskracht gebruikt om mij zo ver te krijgen dat we met een scooter gaan rijden. Zonder vervoermiddel zullen we hier niet ver geraken, zei hij, en het is toch te gek om de hele tijd hier op het resort rond te hangen. Een auto huren voor zo’n korte tijd is te duur en trouwens, die dingen staan hier al voor de deur.

Ik zit nu bij hem achterop. Eerst wou ik niet. Ik vroeg of ik dan mee in de bochten moest gaan hangen en zei er al meteen bij dat ik dat niet kon, dat ik niet zo meegaand ben. Maar dat was niet de juiste vraag, begreep ik uit zijn draaiende ogen. Of ik er misschien liever alleen mee wou rijden? Bij dit links verkeer?

Bij de start klem ik me aan hem vast. Weemoed overvalt me. Waar is de tijd? Nog niet zo lang geleden zat hij bij mij achterop; ging hij waar ik ging. Zomaar ineens zijn de rollen omgekeerd. Ik vlieg op mijn eentje naar Thailand om bij hem te kunnen zijn en nu kruip ik ook nog op een scooter en laat me rijden.

Heel voorzichtig ontwijkt hij alle gaten in de weg en voortdurend kijkt hij in de spiegel. Ik voel me twintig nu en geniet. De kleuren zijn intenser dan bij ons. De hemel heeft werkelijk een hemelsblauwe kleur en ondanks de eeuwig blakende zon zie je alle soorten groen. De wind blaast in ons gezicht en de hitte is niet meer zo allesoverheersend.

Ik heb me goed gedragen, prijst hij me terwijl hij onze selfie op Facebook post. Helemaal niet zo schrikachtig als wanneer ik bij hem in de auto zit. En dat ik op een bepaald moment heb gevraagd of het niet wat sneller kan, daarvan is hij pas echt ondersteboven.

Motorbike Selfie

Scheidsrechtersfluitje

Thuis vind ik het maar lastig. Als je wil gaan tanken moet je eerst al uitzoeken aan welke zuil jouw soort brandstof voorradig is. Dan moet je nog proberen een plaatsje aan de juiste pomp te bemachtigen. Achteraf stinken je handen en het gevaar dat je de dop van de benzinetank op het dak van je auto laat liggen, is heel reëel. In mijn geval toch. Plus het kost een hoop geld.

Hier In Thailand lijkt tanken tot de zorgverlening te behoren. Wanneer we komen aangereden, staat een dame in uniform ons al op te wachten. Druk gesticulerend geeft ze aan waar we moeten gaan staan. Om haar gebaren kracht bij te zetten, blaast ze op een scheidsrechtersfluitje. Iemand anders komt aangelopen en vraagt welke brandstof we nodig hebben. Wij blijven zitten en V. drukt binnen in de auto op een knop om de brandstoftank te openen. Iedere auto hier is met zo’ n knop uitgerust. Terwijl de tank wordt gevuld, zet een derde persoon een reclamebord op de motorkap van de auto. We zouden ons eens kunnen vervelen. Als buitenlander snap je er natuurlijk geen jota van, maar goed, het is weer eens iets anders. Na een tijdje klopt er iemand zachtjes op het raampje en discreet wordt er afgerekend. Het reclamebord verdwijnt en we mogen weer verder rijden. We hebben minder dan de helft betaald van wat je bij ons moet betalen.
Mijn zoon merkt dat ik deze service wel kan waarderen en maakt van de gelegenheid gebruik om te antwoorden op het grote waarom. Zie je, mama, dat is het nu. Het is niet alleen het werk of het goede weer hier. Ze zijn hier altijd relaxed en vriendelijk, en dan die service! Nu maak je het zelf eens mee! Het is niet één ding waarom ik hier ben, het is de combinatie.

We geven de auto af om hem tijdens het lunchen te laten wassen. Wanneer we terugkomen, wrijven zes mensen hem met witte doeken droog. Een zevende richt geconcentreerd een soort föhn op de grille. Ik sta paf en met een veelbetekenende blik kijkt mijn zoon me breed lachend aan.

Laat ze maar

Een paar jaar geleden verkondigde ik nog: nooit, nooit van mijn leven reis ik buiten Europa. Ik zou er gif op hebben ingenomen. En áls, zei ik dan, áls, dan naar New England. Voor de Indian Summer. De nadelen van een lange reis, oververmoeid en geradbraakt naar huis komen, leken me niet tegen de voordelen te kunnen opwegen. Al die ervaringen waar iedereen zo mee dweepte en die ze me nooit meer zouden kunnen afnemen, ik had er geen behoefte aan. Waar al die mensen toch mee bezig zijn, dacht ik toen. Reizen van het een naar het ander, nooit tot rust komen, ach, laat ze maar. Ik doe er mooi niet aan mee. Boeken genoeg over al die vreemde oorden en lange zandstranden, mompelde ik tegen mezelf. En op televisie krijg ik vast meer te zien dan jullie in het echt. Ik reis wel in mijn hoofd. Dat zei ik niet, maar ik dacht het wel.

Tot onze middelste zoon naar Phuket vertrok om er te gaan wonen en werken. Niet zomaar op reis, nee, werken ging ie daar, met een echt contract van twee jaar. En wat doe je als ouders dan? Juist, ja. Je gooit alle principes overboord en reist hem achterna. Om eens te kijken hoe het leven en werken daar is en wat hem nu zo boeit aan zo´n land als Thailand. Ondertussen zit hij daar voor zijn derde jaar. En geloof het of niet, maar binnenkort vertrek ik in mijn eentje voor twee weken naar Thailand. Mijn naasten verschieten zich een ongeluk. Gij? Alleen?

De vlucht is geboekt en ik ga logeren in het hotel waar onze zoon werkt. Gisteren heeft hij laten weten dat ik mijn fitness-outfit (!) moet meebrengen. In het hotel wordt blijkbaar ook Pilates en yoga aangeboden. En hij vroeg of ik bang ben op een speedboot – hij wil een weekendje Ko Lanta boeken. Nu, dan kent hij zijn moeder toch niet goed. Want ik heb eens op het internet gekeken. Het zeewater is er constant 29 graden, en die lange, witte zandstranden, daar heb ik toch wel wat voor over…