Woorden en daden

Onze zoon en zijn vriendin hebben een tent gekocht. Een werptent. Ik had er nog nooit van gehoord en had zo mijn bedenkingen. Als het maar niet wégwerp is, dacht ik ongerust. Zo´n klein pakketje, ik geloof nooit dat daar een degelijke tent inzit. Tot hij glunderend demonstreerde hoe je zo´n ding opengooit en pijlsnel opzet. In twee minuten was het geflikt en de tent zag er meer dan behoorlijk uit.

Toen ze terugkwamen van hun vakantie moest de tent weer worden opgesteld om ze terug proper te krijgen en fatsoenlijk te laten drogen. Mijn zoon en zijn vriendin wonen op een appartement en het was dus niet meer dan logisch dat dat hier zou gebeuren. Het poetsen gebeurde op het terras. Daarna werd de tent naar de garage gesleurd om ze daar een nacht te laten drogen. Wij zouden ze de volgende dag weer samenvouwen.  “Zo gemakkelijk als iets”, zei onze zoon terwijl zijn vriendin overtuigend knikte. “Het wijst zich vanzelf. Papa, gij gaat dat zeker kunnen. Kijk, ge moet hieraan trekken, die gele gesp aan die andere daar vastmaken, dan hetzelfde met de oranje riempjes. Daarna gewoon alles samenvouwen, in de hoes steken en hupsakee. En als er onverwachts problemen zouden zijn, dan staat hier nog een afbeelding.”

Energiek begonnen we eraan. Een vol kwartier hebben we met dat kreng geworsteld. Mijn man met daden, ik met woorden. Het wou maar niet lukken en gefrustreerd haalde ik er een YouTube-filmpje bij. Zes keer hebben we het bekeken, maar niks. Tot we door hadden dat je ín die tent moest kruipen om die gele gesp helemaal achteraan te pakken te krijgen en er met dat ding in de hand weer uit moest komen. Dat je die tent bijna binnenste buiten moest draaien, dan het geheel in een acht moest buigen en die acht weer tot een cirkelvormig iets in mekaar moest drukken. Om daarna dat cirkelvormig iets in een hoes te frommelen. Het zweet stond onder onze oksels en in ons haar. Bij mij van het aanvuren en bijsturen, bij mijn man van het daadwerkelijke samenvouwen, duwen en trekken. Maar het is gelukt. In twee minuten (en een beetje), heb ik via WhatsApp laten weten. Omdat je nooit mag liegen.

tent

Advertenties

Benen, lijsten en Claudio

Teleurstelling van de week:   Wanneer mijn zussen een daguitstap maken naar de Belgische kust komen ze mooi egaal gebruind op armen én benen terug naar huis. Ik heb de afgelopen dagen in Italië doorgebracht, heb zon gehad van ´s morgens tot ´s avonds en het is weer niet gelukt. Mijn benen zijn nog altijd wit. Ik zal niet zeggen melkflessenwit, maar het scheelt toch niet veel.

Compliment van de week: De gastheer van onze B&B zei bij ons vertrek zo tussen neus en lippen dat wij bij hem op de witte lijst staan. Als we willen mogen we dus nog eens terug komen. En dat wil in zijn geval wat zeggen.

Bekentenis van de week: Ik hád verliefd kunnen worden. Op Claudio. Geef toe, de naam alleen al.

We belden aan, troffen niemand thuis en teleurgesteld liepen we terug naar onze auto. Opeens dook er toch iemand op. Verrast keek ik hem aan en hield mijn adem in. Hij leek wel uit de film weggelopen, deze mooie, mannelijke man. Een zwarte veeg liep schuin over zijn hoekige gezicht en zijn grijze T-shirt zat vol zweetvlekken. Zijn haren staken alle kanten op en zijn handen waren vuil. Maar hij had zo´n lieve ogen en hij lachte zo mooi, een beetje verlegen bijna. En zijn witte tanden schitterden zo aantrekkelijk in zijn bruinverbrande kop. Uitgebreid excuseerde hij zich voor zijn vieze uiterlijk. Alsof dat me ook maar iets kon schelen. Hij kwam recht uit zijn wijngaard, zei hij, hij was daar aan het werk, en of we rond een uur of twee konden terugkomen? Natuurlijk konden we dat.  P. had zich vast voorgenomen op onze laatste vakantiedag van Claudio´s rode wijn te proeven en ik had er niets op tegen Claudio nog een tweede keer te mogen zien.

Fris gewassen, in een bruin T-shirt dat over zijn gespierde borstkas spande, zat hij in zijn cantina voor ons aan een tafeltje. Teder opende hij drie flessen, gaf er een beetje uitleg bij en ging verder zo liefdevol met zijn wijn om dat ik dacht… nee, ik ga niet zeggen wat ik dacht. Zijn wijn smaakte hemels, al kan ik nu niet meer met zekerheid zeggen waar het aan lag. Dat vond P. ook en dus kochten we ervan. We betaalden en namen afscheid.  Het speet me dat ik geen enkele reden kon verzinnen om nog langer te blijven. De aanblik van Claudio had ik gemakkelijk nog een paar uur langer kunnen verdragen. Dromerig stapte ik terug naar buiten. Boven op het balkon liep een kleine, grijze hond luid keffend heen en weer. Een man met een nerveuze, keffende hond, dacht ik terwijl ik naar omhoog keek, ai, mensen lijken meestal op hun hond, of omgekeerd. Op slag waren mijn ontluikende gevoelens voor Claudio bekoeld.

wijngaard Claudio

Napoleonbollen en vreemde bedden

Wanneer wij in de zomer met de auto op vakantie gaan, speelt zich iedere keer opnieuw hetzelfde scenario af. De voorbereidingen verlopen meestal prima. De koffers staan de avond tevoren omzeggens klaar, de wasmand is leeg en mijn man komt goed gezind naar huis. Geld omwisselen hoeft niet meer. Wat een geluk dat wij de Euro hebben, zeggen we tegen elkaar, reizen binnen de Europese Unie is nogal wat simpeler geworden. We heffen het glas en klinken op een zorgeloze vakantie. Er eens even tussenuit, het heeft zijn charme, vinden we allebei.

De miserie begint in de auto, nadat ik me goed heb geïnstalleerd, de juiste CD heb ingeschoven en vergenoegd om me heen begin te kijken. Zoals ieder jaar schrik ik dan opeens van al die auto´s, allemaal tot aan de nok toe volgepakt, sommigen met een autokoffer boven op het dak, anderen met fietsen achterop. Ontzet bekijk ik al die caravans, bussen en mobilhomes. Allemaal rijden ze in dezelfde richting. Onze richting. Existentiële vragen komen op en laten zich niet terugdringen. Wat doe ik hier eigenlijk? Kijk toch eens, het lijkt wel een volksverhuizing. En daar zitten wij middenin. Vrijwillig. Waarom zijn we niet thuis gebleven? Zo fijn als het daar is. En daar kunnen we tenminste in ons eigen bed gaan liggen. God weet hoeveel mensen hebben al geslapen in die vreemde bedden waar wij naar toe gaan. Viezerds met voetschimmel. Mensen met diarree. En daar betálen wij ook nog voor. Nerveus grijp ik naar een Napoleonbol met citroensmaak. IJverig sabbelend vraag ik me af wat de perfecte vakantie zou zijn. Wat zoek ik eigenlijk en ga ik het wel vinden? Moet een mens nu echt op reis om zijn innerlijke rust te vinden? Waar zijn we met z´n allen toch mee bezig, dat we zo hoognodig ons eigen leven voor een paar weken willen ontvluchten? Ik bijt mijn Napoleonbol stuk. De scherpe kanten raken mijn wang en huig. Blaise Pascal, die ouwe filosoof, denk ik, hij had verdorie gelijk. Zei het al in de zeventiende eeuw, dat alle ellende begonnen is toen de mens niet meer thuis kon blijven.  De volgende keer hebben ze me zo niet meer, protesteer ik inwendig. Volgende zomer blijf ik thuis.

Mijn molentje draait zo twee dagen aan een stuk en er gaan heel wat Napoleonbollen aan op. Dan valt het stil. Ik begin te genieten, bouw misschien niet alle stress af, maar laad alleszins mijn batterijen op. Mentaal en fysiek afstand nemen is zo slecht nog niet.

Napoleonbol en geld

 

Kiezen aan de kassa

Samen naar de supermarkt gaan is iets wat mijn man en ik zelden doen, maar het kómt voor. Meestal op vakantie – wanneer het weer goed is en een picknick midden in de natuur heel aanlokkelijk lijkt maar ons plots invalt dat we geen eten of drinken bij hebben. Tussen haakjes, voor die picknick zitten we niet meer avontuurlijk op een dekentje of op de rand van de opengeslagen kofferbak van onze auto; nee nee, tegenwoordig nemen we keurig plaats in campingstoelen.

In de grote Franse supermarkt voelen we ons een beetje verloren. Na enige koerswijzigingen komen we gelukkig bij de baguettes terecht. Boter, kaas en fruit liggen in de buurt; aan water is er ook geen gebrek. De wijn laten we, ascetisch als we zijn, links liggen en eensgezind lopen we naar de kassa. En daar verandert mijn man in iemand die ik niet herken. Mijn hele getrouwde leven heb ik gedacht dat hij iemand is die een keuze maakt en dan pal achter zijn keuze gaat staan. Dat heeft hij met zijn werk gedaan, met mij en met de plaatsen waar we woonden. Maar bij die kassa weet hij me toch nog te verrassen. Hij snelt naar de rij die volgens hem het kortste is om daar te gaan aanschuiven. Ongeduldig ter plaatse trappelend ziet hij, denkt hij, dat de rij naast de onze veel sneller geholpen wordt en hij rolt onze inkoopwagen daar naartoe. Ondertussen houdt hij alle andere kassa´s scherp in het oog. Ineens schiet hij weer naar een andere rij. En ik, slaafs als een hondje, overal maar achter hem aan. Het is geen doen en het helpt ook niet. Omstandig begin ik uit te leggen hoe ik daarmee omga. Ge moet van te voren uw tijd nemen, zeg ik vermanend, voordat ge gaat aanschuiven moet ge goed kijken wat er allemaal op de band en in die wagens ligt, dan kiest ge een rij en ge gaat ervoor. Nooit veranderen. Het is eigenlijk gewoon gelijk ge tot nu toe hebt geleefd, voeg ik er bemoedigend aan toe. Kies. Kies en bemin dan uw keuze.

DSC_0147

Liefde en actie

Zojuist heb ik mijn jaarhoroscoop gelezen. Op http://www.libelle.nl. Niet dat ik daar in geloof maar stel! Er staat dat ik dit jaar veel contacten zal leggen, zowel professioneel als privé. En na de zomer gaat mijn leven in een echte stroomversnelling komen. Op het einde van het jaar moet ik zelfs een belangrijke beslissing nemen. Hoe spannend is dat!

De voorspellingen voor mijn liefdesleven:
Tussen 18/2 en 12/3 is er een onverwachte ontmoeting. Ha, ik heb voldoende reden om aan te nemen dat het op de 18de zelf al gaat gebeuren. Dan moet ik namelijk ´s morgens naar Heerlen, ´s middags naar Aken en ´s avonds naar Maastricht. Ik ben benieuwd!
Van 25/5 tot 17/6 doet de tijd zijn werk. Dat geloof ik best. Alleen te hopen dat niet álles dan gaat hangen.
Van 13/7 tot 5/8 laat je je hart spreken. Alsof ik dat niet altijd doe. Maar goed. Het zal wel willen zeggen dat ik mijn verstand even uitschakel. God weet wat daarvan nog gaat komen – dat zeggen ze er wel weer niet bij.
Van 31/8 tot 23/9 is het een toptijd voor de liefde. Zo, de vakantieperiode ligt blijkbaar ook al vast. En ik weet nog van niks.
Vanaf 8/12 staan je enkele verrassingen te wachten. Oei oei, ze zullen toch wel prettige verrassingen bedoelen?

De voorspellingen in verband met actie:
Tot 3/1 ga je recht op je doel af. 3/1 is al voorbij. En als ik al een doel had, ben ik er vast niet recht op afgegaan. Ik maak nogal eens omtrekkende bewegingen.
Van 7/3 tot 27/5 moet je oppassen dat je je niet vergaloppeert. Tja, die kans zit er dik in. Het wordt nog druk. Alhoewel, ik kan ook heel goed rusten.
Van 3/8 tot 27/9 is het belangrijk om goed te luisteren. Ja zeg, dat is toch altijd belangrijk! Maar inderdaad, augustus en september zijn belangrijke maanden. Veel herdenkingen. Van levenden en van doden.
Van 10/11 tot 19/12 maak je kennis met een andere cultuur. Oh jeetje, zullen we dan toch een vluchteling opnemen? Of ga ik weer verhuizen? Is dat misschien die belangrijke beslissing die ik tegen het einde van het jaar moet nemen?
Hierin blink je uit: je bent een kei in het onderhouden van boeiende vriendschappen, met mensen van diverse pluimage en verschillende achtergronden. Het zou maar saai zijn als iedereen hetzelfde was. En ik ben bang voor verlies. Dus, ja, ik doe mijn best om al mijn boeiende vriendschappen te onderhouden. En daar hoort regelmatig schrijven bij.

Tot binnenkort!

Très sympa

image

Het is lang geleden, maar de laatste weken heb ik nog eens echt het gevoel dat ik urlaubsreif ben. Wat wil zeggen dat ik aan vakantie toe ben. Met alles wat er de laatste tijd gebeurt, of, wat soms nog erger is, niet gebeurt, is het maar goed dat we een vakantie hebben geboekt.

Ik verheug me ontzettend op de verandering van décor. Toch heb ik weer aanpassingsproblemen. Wanneer we naar onze reisbestemming onderweg zijn, vraag ik me, net als anders, de hele tijd af waarom we toch met z’n allen altijd weer willen vluchten. Waarom zo veel mensen zo’ n behoefte hebben aan weg-zijn. Waarom ik niet rustig thuis gebleven ben.

We logeren in een chambres d’hôtes in Frankrijk en ik heb me aardig aangepast. Vanuit onze kamer kijken we op het zwembad en genieten van het weidse uitzicht. We zijn hier met ons gat in de boter gevallen. Of beter nog, in de hele Franse keuken. ’s Avonds tovert onze gastvrouw namelijk een menu op tafel, olala. Ik denk wel enigszins verontrust aan mijn weegschaal, wat die gaat aangeven wanneer ik terug thuis ben, maar kan toch niet nee zeggen wanneer Brigitte ’s ochtends vraagt of we weer mee dineren. En zo zitten we vrijwel iedere avond met tien mensen aan één grote tafel en converseren, zo goed en kwaad als het gaat, in het Frans over vakanties, koken en eten. Iedereen vindt hier alles très sympa.

’s Ochtends zitten we met diezelfde mensen aan het ontbijt. Iedere dag bakt onze gastvrouw iets bijzonders. Verloren brood, brioche of pannekoeken. We kregen zelfs al een Brusselse wafel. Gelukkig zitten we aan aparte tafeltjes en zowat iedere ochtend denk ik dan aan onze zoon. Aan hoe hij met zijn klas op uitwisseling ging naar Bretagne en thuis nog braakneigingen kreeg toen hij vertelde hoe zijn gastfamilie ontbeet. Ze besmeerden hun baguette en sopten die dan in een grote tas koffie. Dat doen ze hier ook. Het enige goede eraan is dat ik nu begrijp waarom Franse tassen zo groot zijn. Die Brusselse wafel, die moet daar ook in passen.

Boterham met ei

vakantie

Mijn ouders zijn nooit met ons op vakantie geweest. Gek eigenlijk, mijn vader was leraar en had heel juli en augustus vrij. Of misschien was het juist daarom. Hij moest er niet hoognodig eens even tussenuit. Mijn moeder had ook geen behoefte aan op vakantie gaan. Een hotel voor het hele gezin konden of wilden ze zich niet veroorloven en een woning huren was maar een verplaatsen van het huishouden. Een caravan of mobilhome kwam al helemaal niet in vraag. Trouwens, het was toch nergens zo goed als in Lommel. Wél maakten we af en toe een daguitstap. Bij voorkeur naar de Ardennen.

We vertrokken altijd op een gezond, normaal uur. Het was tenslotte vakantie. Terwijl wij aan tafel zaten te ruziën over wie van ons dit keer in het midden moest gaan zitten, maakte mijn moeder de picknick klaar. Sandwiches met kaas of gekookte hesp en grijze boterhammen met gebakken ei. Een fles limonade en koekjes. Natte washandjes, een keukenhanddoek. Alles verdween in een grote tas; wij, drie meisjes, gingen braaf achter in de Saab zitten en we vertrokken. In mijn herinnering zat ik altijd met mijn hoofd tegen het zijraampje stilletjes naar de lucht kijken. Aan elkaars haren trekken deden we nooit.

Soms hadden we een echt doel, zoals de Grotten van Han. Bij aankomst rolden we één voor één uit de auto en aten onze broodjes bij het open kofferdeksel van de auto. Thuis kregen we het niet in ons hoofd boterhammen met koud, gebakken ei te eten, maar op verplaatsing waren ze altijd even lekker. Van die grotten weet ik niet meer veel.

Soms vertrokken we op goed geluk – op zoek naar een leuk plekje om gezellig te gaan picknicken. Zelden hebben we zo´n plekje gevonden. Toch niet in de Ardennen. Meestal moest de picknick wachten tot laat in de namiddag, tot we weer bijna thuis waren. Dan stopten we in Kattenbos en legden een groen, geruit deken op het zwarte zand. Dan snoof ik de vertrouwde geur van dennennaalden, at mijn boterham met gebakken ei en dacht: het is nergens zo goed als in Lommel.

Beste mijnheer Jambon,

De afgelopen tijd heeft u in verband met terreurbestrijding contact gehad met Engeland. U bent er zelfs voor naar Londen gereisd! Eigenlijk val ik politici niet graag lastig maar ik worstel nu al een paar dagen met de volgende vragen. Hoe lang van te voren werd uw reis geboekt? En hoe lang bent u gebleven? Had u van te voren meegedeeld wanneer u terug zou komen?

Een paar jaar geleden besloten mijn man en ik spontaan met onze eigen auto naar het Lake District te reizen. Wij vinden Engeland mooi en slecht weer hebben we daar ook nog nooit gehad. Omwille van onze thuissituatie konden wij ons vertrek niet echt plannen en wilden we ook de vrijheid behouden onze terugkeer spontaan te organiseren. We hadden alleen de eerste overnachting geboekt.
We waren al twee keer eerder vanuit Calais maar Engeland gereisd en wisten dat dat via die Eurotunnel nogal meevalt. Ze gaan daar met tijdstippen van geboekte overtochten heel flexibel om. Op een maandag zijn we ´s morgens vertrokken en rond een uur of negen waren we in Calais. De Fransen keken raar op toen ze merkten dat we niet van tevoren hadden geboekt en het ticket werd daarom een pak duurder. Maar bon, voor onze vrijheid hebben we wel wat over. Toen we in de rij verderop stonden aan te schuiven, pikten de Engelsen ons eruit. Wij moesten aan de kant. Een vriendelijke mevrouw begon vragen te stellen. Hoe heet u, mijnheer? Hoe is de relatie met die mevrouw? Wat voor werk doet u? Wat doet mevrouw? Van wie is die auto? Hoe oud is die? Waar heeft u hem gekocht? Waar gaat u naar toe? Wat gaat u daar doen? Waarom heeft u niet van te voren geboekt? En wanneer komt u terug? Daarna vroeg ze onze papieren en de papieren van de auto. Het vragenspelletje begon opnieuw. De auto werd gescand, de kofferruimte moest open, onze koffer en toilettas werden onderzocht. De klep van de kofferruimte moest omhoog. Daarna vroeg ze waar we gingen overnachten. En dat was ons geluk, dat we de bevestiging hadden van een boeking voor één nacht in het Lake District. Eerlijkheidshalve: ze is de hele tijd vriendelijk gebleven. Ik denk dat het nog iemand was die haar werk graag deed.

Ik bedoel maar, mijnheer Jambon. Ik vond wat ons in Calais is overkomen een aanslag op mijn vrijheid. Wij wilden ons, als vrije mensen, gewoon vrij kunnen bewegen binnen Europa. Vertrekken wanneer we willen en terugkomen wanneer we willen. Slapen waar we willen. Maar dat was te veel gevraagd. Is dat wat u voor ogen staat? Het voorbeeld van Engeland volgen en alle mensen als mogelijke terroristen behandelen? Want dat gevoel gaven ze ons. En dat is niet wat ik voor ogen heb; ik wil niet dat de angst van anderen mijn leven bepaalt. Ik wil leven als een vrij mens – in een vrij Europa.

Met vriendelijke groet,

Feestdagen

De kerstdagen en de laatste dagen van het jaar zijn een periode van bezinning. We staan even stil bij wat is geweest en maken goede voornemens voor wat komen gaat. Tussen haakjes: mijn diepste gedachten of wensen ga ik hier níet met jullie delen. Jullie weten al genoeg van mij.
Wél is het hier op zijn plaats jullie te vertellen hoe het met mijn blog is gegaan. Sinds het begin, december 2013, heb ik 55 berichten geplaatst, wat wil zeggen dat ik mijn voorgenomen ritme van één column per week heb kunnen volhouden – zelfs toen ik op vakantie was. Mijn interpretatie: oef, ik heb dus toch een beetje discipline.
De statistieken (jullie moesten eens weten hoe spannend dat is, die statistieken bekijken!) tonen ook aan dat mijn blog 7405 keer werd bezocht. Met een gemiddelde van 20 views per dag zijn mijn verwachtingen ruimschoots overtroffen! Mijn interpretatie: yes, ik doe volgend jaar verder.

Ik wil jullie hierbij dan ook van harte bedanken voor het lezen en het delen van mijn columns. Het was zó fijn de reacties te lezen of in een gesprek te horen hoe sommigen zitten te wachten op het verschijnen van een bericht! Complimenten krijgen is leuk en werkt motiverend!

Toch gooi ik de riem er even af. Ik moet me nog geestelijk voorbereiden op Kerstmis en Nieuwjaar. Voor veel mensen is dit de moeilijkste tijd van het jaar. Alleen-zijn of dierbaren moeten missen valt op zulke dagen nog zwaarder dan anders. Bovendien brengt al die verplichte gezelligheid niet altijd het beste in een mens naar boven. Daarom wens ik iedereen goede moed en veel uithoudingsvermogen! Probeer toch maar te genieten, wees lief voor elkaar en tot in 2015!

Spreek-kunst

De voorbereidingen op de vakantie draaien op volle toeren. De wasmachine wordt keer op keer gevuld, de droogkast begint al lichtjes te kreunen en het strijkijzer staat te stomen. Zoals altijd wil ik alle was aan de kant hebben voordat we op reis vertrekken. Het lijkt wat dwangneurotisch, maar alles moet proper netjes in de kast liggen voor het geval er tijdens onze afwezigheid brand uitbreekt of een overstroming plaatsvindt. Want voor water en vuur heb ik veel respect. Stel je voor dat de brandweer moet uitrukken! En wie weet wat die brandweermannen gaan rondbazuinen wanneer er bij ons nog vuile onderbroeken in de wasmand zouden liggen! Natuurlijk besef ik ook wel dat die onderbroeken, als zo´n ramp echt mocht gebeuren, mijn laatste zorg zullen zijn. Maar zo ben ik nu eenmaal opgevoed: Gods oog en dat van de dorpsgenoten is overal.

Muziek van Mumford and Sons klinkt luid door het huis – strijken gaat zo heel wat vlotter. Opeens komt mijn man naar binnen gestormd. Het zweet staat op zijn voorhoofd en druppelt langs zijn neus naar beneden. Zijn haar piekt alle kanten uit en hij snuift van opgekropte woede. Dat belooft niet veel goeds en voorzichtig vraag ik wat er aan de hand is. Ik meen iets te horen over water en bloed en Tours maar ik begrijp er niets van. Blijkt dat hem het zweet is uitgebroken toen hij het navigatiesysteem van zijn nieuwe auto mondeling de opdracht wou geven de route naar Tours voor te stellen. Nu hád hij die gebruiksaanwijzing eens goed bekeken en dan zoiets! Tours! Tours! Tours aan de Loire! heeft hij naar het spraakgestuurde navigatiesysteem geroepen, maar het wou niet luisteren. Komt me bekend voor. Ik voel me ook vaak als een roepende in de woestijn. Terwijl ik rustig verder strijk, verschijnt het tafereel in al zijn glorie voor mijn ogen. Ik zie hem al zitten, achter het stuur van zijn auto, wild gebarend en luidkeels communicerend met iemand die niet reageert. En met een beetje, echt, met maar een heel klein beetje leedvermaak denk ik: weet ie eindelijk ook eens hoe dat voelt.