Het duizelt mij

Ben ik blij dat ik al jaren een deugdelijk rijbewijs heb. Als ik nu nog een rijexamen zou moeten afleggen – ik weet niet of ik nog zou slagen. Het was vroeger al op het randje. Hoewel, daar ga ik best niet over uitweiden. Wat ik wel kwijt wil: de geruchten dat de examinatoren in die tijd zo streng waren dat ze je zelfs lieten zakken wanneer ze vonden dat je haar niet goed lag, kan ik niet bevestigen. Ik heb op mijn praktijkexamen heel wat stommiteiten mogen uithalen vooraleer ik moest terug draaien om een afspraak te gaan maken voor een volgende poging.

Een theoretische test over mijn kennis van verkeersborden en de verkeersreglementen zou ik, mits een paar uur studie, misschien nog met succes kunnen afleggen. Maar me in het verkeersgewoel storten om een examinator te bewijzen dat ik in staat ben een min of meer foutloos parcours af te leggen, nee, ik geloof nooit dat me dat nog zou lukken. Want soms duizelt het mij. Dan lijkt het alsof ik door een woud van louter verkeersborden rijd. Laatst heb ik eens geprobeerd alle borden te tellen die ik tegenkom op mijn weg van de stad terug naar huis, een autorit van zo´n acht kilometer. Het ging niet. Ik raakte pardoes de tel kwijt, zo snel volgden ze elkaar op. Ineens merkte ik zelfs allerlei borden op die ik voordien nooit had gezien. Verward reed ik verder. Stonden die daar al lang? Ja, eigenlijk moest het wel, zo nieuw zagen ze er nu ook weer niet uit. Je moest je schamen, dacht ik, al die informatie, allemaal voor jouw veiligheid, en jij rijdt daar zo achteloos aan voorbij. Al snel begon ik me te ergeren. Want hoe veilig is dat eigenlijk? Constant naar verkeersborden moeten kijken en steeds weer nieuwe aanwijzingen krijgen? Of ben ik soms de enige die daarvan in de war geraakt, vroeg ik me even later af. Is mijn geest niet meer flitsend genoeg? Een diepe treurnis overviel me. Toen doemde het volgende verkeersbord voor me op. Was ik nu echt aan het duizelen? Of liet het gewoon zijn hoofd wat hangen?

IMGP0001

Voor de veiligheid

In de krant van vanmorgen lees ik dat België Facebook op de vingers tikt in verband met zijn privacybeleid. Facebook controleert ons surfgedrag en dat vinden wij niet leuk. Als bezitter van een Facebookaccount heb ik daar mijn toestemming voor gegeven, dat weet ik wel, maar het nog eens zwart op wit lezen bezorgt me een beklemmend gevoel. Als ik ook nog aan die online leesclub van Mark Zuckerberg denk, voel ik de slagaders in mijn hals hevig kloppen. Mark is de baas over een sociaal netwerk met meer dan één miljard gebruikers. Wanneer hij op zijn site om de twee weken een boek voorstelt, heeft dat grote gevolgen. Voor de boekenmarkt en voor onze hersenen. Dat kan niet anders. Zijn invloed wordt alsmaar groter en dat maakt me bang.

In een volgend artikel gaat het over een bedrijf dat toestelletjes produceert die het rijgedrag in de auto registreren en online doorspelen aan verzekeringen. De verzekeraar biedt dit apparaatje aan zijn klanten aan en in ruil krijgt de klant een korting op zijn premie. Allemaal in ons eigen belang. Ja, ja, het zal wel.

Ik heb zin de krant weg te gooien. Maar ik lees de krant digitaal en mijn iPad tegen het behang smijten lijkt me niet meteen hét idee van de dag. Ik fop er alleen mezelf maar mee. Dus zucht ik even diep (dat kan ik goed) en met een vastberaden veeg over het scherm sluit ik de krant.

Die controle overal, ik word daar paranoïde van. Overal zie ik Big Brother. Vanuit mijn computer loert hij alle dagen naar mij. Hij zit in de chip van mijn bankkaart. Via camera´s en allerhande toestellen weet hij waar ik ben en wat ik doe. Zogezegd voor mijn veiligheid en mijn materiële en geestelijke welzijn. Ondertussen pluist hij mijn hele gedrag uit en gebruikt de informatie om me te manipuleren.

Er komt reclame voor Anna voorbij. Ongevraagd, hier op mijn scherm. Wat denken ze wel. Anna komt hier niet in huis. Geen sprake van. Want Anna, die slimme thermostaat, dat is vast het zusje van Big Brother.