Hoofse liefde

Is het niet vertederend, die openbare liefdesverklaring van Prins Laurent? Je moet er maar op komen: je liefde, hoogachting én dankbaarheid via een persbericht de wereld in sturen. Hoe bevredigend moet dat zijn voor Prinses Claire, zo verrast worden op haar veertigste verjaardag. Gelukkig weet ze niet dat het moeilijkste nog moet komen. Op je veertigste denk je nog dat de wereld aan je voeten ligt, of op z´n minst ooit zal liggen.

Toch heb ik zo mijn bedenkingen. Wanneer een man in het openbaar zijn liefde betuigt, voel ik soms een plaatsvervangende schaamte. Want meestal heeft die persoon dan iets goed te maken. Of hij staat onder druk van zijn vrouw. Sommige mannen zijn daar gevoelig voor. In dit geval tip ik op het laatste; ik denk namelijk dat Claire thuis de broek aan heeft. Hoe ze een paar jaar geleden op een persconferentie zelf het woord nam, Laurent verdedigde en hem daarna wegleidde, dat zegt genoeg. Misschien wil ze daar nu iets voor terug hebben?

Dan de vorm. Een persbericht! Dat maakt het zo afstandelijk. Is dat niet meer iets voor Koning Filip? Alhoewel, als ik denk aan dat verloren kusje op het balkon… ik zie het hem nog niet doen. Wil Laurent zich geliefd maken bij de bevolking? Is dit zijn idee van werken aan zijn imago? Het is in ieder geval al beter dan tijdens een interview met je eigen vrouw zeggen dat je graag eens in dialoog wil gaan met alle dieren van de wereld. Die intellectuele rijkdom van spreken met een inktvis!

Ach, hij wil het zo graag goed doen. Maar hij had zijn bericht beter op Facebook gepost. Wie weet hoeveel likes hij daar nog had gekregen.

Advertenties

Mannen en auto´s

“En, hoeveel kilometer heb je nu al met deze auto gereden?” vraagt mijn man geïnteresseerd. Onze vrienden hebben ons afgehaald en we zijn met z´n vieren onderweg naar een restaurant. We gaan weer een verjaardag vieren.
“Vierhonderdvijftigduizend” antwoordt zijn vriend met een zekere trots. Mijn man knikt met gepaste bewondering.
“Ik ben er laatst nog mee naar de keuring geweest. Vier keer ben ik terug moeten gaan, maar ik heb hem er door gekregen. Want ik ben niet van plan hem te gaan afdanken. Ons busje hebben we ook nog altijd. Twintig jaar is het nu, zo oud als onze jongste dochter. Ben ik ook pas mee naar de keuring geweest, allez, met de bus.” Hij denkt er duidelijk met plezier aan terug. “Ik had wat lucht uit de banden gelaten. Dan valt het niet zo op dat de vering niet meer al te best is. Ze maakten wel een opmerking over die banden, maar toen heb ik zo langs mijn neus weg tegen die mannen daar gezegd: ̔ Goh, wat is dat nu, ik heb er laatst nog naar gekeken. ̓ En dat was niet gelogen, hè.” Hij glimt van tevredenheid.
“Mijn auto heb ik nu acht jaar”, zegt mijn man, “en ik ben ook van plan hem zo lang mogelijk te houden. Het is een comfortabele wagen en hij rijdt nog goed. Het enige waar ik niet tegen kan, is dat die lichten zo dikwijls kapot gaan. En die nieuwe lampjes steken, dat is toch altijd zo´n gefroemel. Ik geraak er altijd bij gewond. Ingrid staat al klaar met de pleisters wanneer ik weer naar binnen kom.”
Ik meng me in het gesprek. “Dat zegt hij nu wel, nog lang rijden met die auto. Maar iedere keer dat ie een lampje moet vervangen begint ie te vloeken en te tieren. Auto´s zijn gebruiksartikelen en die moeten functioneren, vindt hij. Ik voel het al aankomen. Dit jaar is zeker weer autosalon? En een auto kopen, dat betekent voor hem niet: een testrit maken, keihard onderhandelen en toch nog eens nadenken. Dat is waarschijnlijk rapper gebeurd dan een lampje vervangen.”