Fantasie

Stel, zegt hij, stel, je wint een schrijfweek. En je mag kiezen waar je naartoe gaat. Want het is de uitdrukkelijke bedoeling dat je je woonplaats verlaat. Kom, vooruit, vertel eens, hoe ziet die plek eruit?

Het tollen begint. Die trullo in Puglia. Alleen al dat uitzicht daar. Tot in Martina Franca kan je kijken! De hele dag buiten zitten, een eigen zwembad, fijne buren. Of nee, te gezellig, en dan komt er van schrijven ook weer niks. Een gîte in Varengeville-sur-mer! Elke dag wandelen langs de Atlantische Oceaan. De kerk, de hortensiatuin en Bois des Moutiers nog eens bezoeken. Hoewel, dan wil hij vast ook een paar dagen mee. En het is míjn schrijfweek. Ha, ik weet het. Een huisje in Ierland. Op de plek die we afgelopen zomer tijdens onze rondreis bezochten en waarvan ik toen al dacht: hier kom ik terug. Helemaal alleen kom ik hier terug om een week lang te lezen en te schrijven – misschien dat het hier weer lukt.
Ik kan het me al helemaal voorstellen. Het is herfst – ik houd van de herfst en al zijn kleuren – en in een kleine cottage niet ver van de zee staat mijn opengeklapte laptop op een lange, houten tafel. Naast mijn laptop ligt een blok A4-papier met hoge ruiten. Ik wil mijn denkproces bijhouden en dat kan ik alleen door met de hand te schrijven. A4 moet het zijn en hoge ruiten, geen vierkantjes of lijnen, want het is me nog nooit gelukt op iets anders mijn gedachten neer te schrijven. Mijn lievelingspen ligt er bovenop. Hij is gevuld met koningsblauwe inkt. Ik heb geen andere kleur. Rood is me te frivool, groen te harmonieus en zwart te definitief. Koningsblauw heeft iets verhevens en hoopvols, iets wat voor mijn gevoel goed bij schrijven past.
Op het uiteinde van de tafel ligt een stapel boeken – een paar oude, vertrouwde en een paar nieuwe. De oude heb ik nodig voor mijn eigen boek, de nieuwe zijn voor alle avonden dat ik me nestel in een hoge, geruite leunstoel bij de haard, de geur snuif van brandend hout en met mijn voeten op een bankje geniet van een glas rode wijn. Ik lees, staar filosofisch in de vlammen en iedere avond, net voordat ik ga slapen, luister ik naar Spiegel im Spiegel van Arvo Pärt.

Twee keer per dag ga ik wandelen, ´s ochtends na het ontbijt en ´s avonds voor het donker wordt. Zodra ik buiten kom, ruik ik de zilte, koele lucht. Het waait maar het regent niet, een hele week regent het niet, en boven me hangen de meest wonderbaarlijke wolkenpartijen. Vol overgave kijk en luister ik naar de zee en de wind. Mijn fantasie slaat op hol, wat een geluk, mijn fantasie slaat op hol, en ik haast me terug naar mijn cottage om te schrijven. Elke dag ga ik tot een uur of zeven door. Ik vergeet te eten en te drinken, ik schrijf en ik schrijf en ik schrijf. Eindelijk.

 

Geen houden meer aan

Het geld brandde in mijn zak. Niet letterlijk natuurlijk. Het lag alleen al veel te lang te wachten. Ik had er de juiste bestemming nog niet voor gevonden en daar werd ik vreselijk ongedurig van. Het mocht van mezelf niet aan iets frivools opgaan, zoals ermee naar een casino gaan bijvoorbeeld. De verleiding om bijvoorbeeld eens te dobbelen, was nochtans groot. Toegeven aan een andere kortstondige bevrediging van behoeftes kwam ook niet in vraag. Geen nieuwe kleren dus en ook geen midweek in een klooster. Voor een echt kunstwerk was het niet genoeg en een nieuwe keukenmachine had ik pas gekocht. Ik heb wat afgepeinsd, hoor. Want het moest iets moois zijn, iets van mij alleen en iets waar ik lang plezier van zou kunnen hebben. En ineens wist ik het. Een vulpen zou het worden. Ik houd van schrijven met een vulpen. Een vulpen is het verlengstuk van je geest en je hand. Ze doet je nadenken over wat en hoe je schrijft, en deelt al je emoties. Een vulpen toont karakter.

Eens het besluit genomen was er geen houden meer aan. Ik vertrok naar een winkel in Aken en vergaapte me aan de pennen in de etalage. Maar zo´n pen koop je niet op het zicht. Ze moet niet alleen mooi zijn, ze moet ook goed in de hand liggen en aangepast zijn aan de druk waarmee je schrijft. Ik stapte dus naar binnen en sprak een verkoopster aan. Ze wist wel niet meteen wat ik bedoelde toen ik probeerde uit te leggen dat ik een vulpen zocht voor mezelf en dat ik er geen wilde met zo´n brutale overgang. Na wat gefrons van haar kant en wat gebarentaal van mijn kant toonde ze me verschillende modellen die ik allemaal op witte blaadjes mocht uitproberen. Ik heb er wel drie volgeschreven, geloof ik, vooraleer ik de juiste gevonden had.

Bij de kassa stond een jongeman. Of ik wilde dobbelen? Door drie dobbelstenen te werpen kon ik tot 18 procent korting krijgen! Oei, dacht ik, wat nu, vond ik dobbelen niet te frivool? Meteen daarna heb ik gegooid.

vulpen

Twijfelgeval

boekenbeurs

Mijn liefde voor het lezen ontstond ergens halverwege de eerste klas. In een hoekje van de woonkamer draaide ik op een vrijdagavond dromerig rond in onze zwarte zetel, een soort Berend Boudewijn televisiestoel. Eerst naar links, dan naar rechts. Opeens kwam mijn vader binnen. Hij had iets voor me meegebracht. Een boek! Een boek, voor mij alleen! Het was groot, A4-formaat, en op de laatste bladzijde stond het begin van een stripverhaal. Moeizaam begon ik te lezen en ontdekte iets nieuws. Deel uitmaken van de wereld betekende niet dat je eropuit moest. Leven kon je ook in je hoofd, in een hoekje met een boekje.
De eerste jaren van de lagere school ging ik iedere zondag, na de mis, naar de dorpsbibliotheek waar meester Gerits de scepter zwaaide. Hij en hij alleen besliste welk kind wat mocht lezen. Pietje Puk, Pinkeltje of Wipneus en Pim. De Vijf, Pim Pandoer of Arendsoog. Ik leende steevast het maximum aantal boeken en had in recordtempo alle boeken gelezen. Met zijn persoonlijke en uitdrukkelijke toestemming mocht ik naar de bibliotheek van het centrum. Ik was nogal verlegen en mijn tante ging mee om me daar in te schrijven.
Rond mijn zeventiende kreeg ik mijn eerste, echte liefdesbrief. Hoopvol scheurde ik de enveloppe open. Hij had met vulpen geschreven! Dit was iemand met de juiste gevoelens voor het geschreven woord! Maar bij het lezen van de eerste regels kwam ook de eerste ontgoocheling: een dt-fout! Het deed pijn aan mijn ogen. En even later las ik au waar ou had moeten staan! Ik begon te twijfelen en heb hem in het weekend ondervraagd. Mijn hele toekomst stond op het spel. Hoe hij me ervan heeft kunnen overtuigen dat het snelheidsfoutjes waren, het blijft mij een raadsel.

Ik lees nog altijd graag en ieder jaar, wanneer de boekenbeurs in Antwerpen opent, sta ik in dubio. Wat een zaligheid, zoveel boeken bij elkaar! En al die bekende schrijvers die daar signeren! Maar zo´n massa volk! En moeten kiezen tussen honderden boeken! Ach nee, denk ik dan, ik blijf liever thuis. In een hoekje met een boekje.