Benen, lijsten en Claudio

Teleurstelling van de week:   Wanneer mijn zussen een daguitstap maken naar de Belgische kust komen ze mooi egaal gebruind op armen én benen terug naar huis. Ik heb de afgelopen dagen in Italië doorgebracht, heb zon gehad van ´s morgens tot ´s avonds en het is weer niet gelukt. Mijn benen zijn nog altijd wit. Ik zal niet zeggen melkflessenwit, maar het scheelt toch niet veel.

Compliment van de week: De gastheer van onze B&B zei bij ons vertrek zo tussen neus en lippen dat wij bij hem op de witte lijst staan. Als we willen mogen we dus nog eens terug komen. En dat wil in zijn geval wat zeggen.

Bekentenis van de week: Ik hád verliefd kunnen worden. Op Claudio. Geef toe, de naam alleen al.

We belden aan, troffen niemand thuis en teleurgesteld liepen we terug naar onze auto. Opeens dook er toch iemand op. Verrast keek ik hem aan en hield mijn adem in. Hij leek wel uit de film weggelopen, deze mooie, mannelijke man. Een zwarte veeg liep schuin over zijn hoekige gezicht en zijn grijze T-shirt zat vol zweetvlekken. Zijn haren staken alle kanten op en zijn handen waren vuil. Maar hij had zo´n lieve ogen en hij lachte zo mooi, een beetje verlegen bijna. En zijn witte tanden schitterden zo aantrekkelijk in zijn bruinverbrande kop. Uitgebreid excuseerde hij zich voor zijn vieze uiterlijk. Alsof dat me ook maar iets kon schelen. Hij kwam recht uit zijn wijngaard, zei hij, hij was daar aan het werk, en of we rond een uur of twee konden terugkomen? Natuurlijk konden we dat.  P. had zich vast voorgenomen op onze laatste vakantiedag van Claudio´s rode wijn te proeven en ik had er niets op tegen Claudio nog een tweede keer te mogen zien.

Fris gewassen, in een bruin T-shirt dat over zijn gespierde borstkas spande, zat hij in zijn cantina voor ons aan een tafeltje. Teder opende hij drie flessen, gaf er een beetje uitleg bij en ging verder zo liefdevol met zijn wijn om dat ik dacht… nee, ik ga niet zeggen wat ik dacht. Zijn wijn smaakte hemels, al kan ik nu niet meer met zekerheid zeggen waar het aan lag. Dat vond P. ook en dus kochten we ervan. We betaalden en namen afscheid.  Het speet me dat ik geen enkele reden kon verzinnen om nog langer te blijven. De aanblik van Claudio had ik gemakkelijk nog een paar uur langer kunnen verdragen. Dromerig stapte ik terug naar buiten. Boven op het balkon liep een kleine, grijze hond luid keffend heen en weer. Een man met een nerveuze, keffende hond, dacht ik terwijl ik naar omhoog keek, ai, mensen lijken meestal op hun hond, of omgekeerd. Op slag waren mijn ontluikende gevoelens voor Claudio bekoeld.

wijngaard Claudio

Advertenties

Kiezen aan de kassa

Samen naar de supermarkt gaan is iets wat mijn man en ik zelden doen, maar het kómt voor. Meestal op vakantie – wanneer het weer goed is en een picknick midden in de natuur heel aanlokkelijk lijkt maar ons plots invalt dat we geen eten of drinken bij hebben. Tussen haakjes, voor die picknick zitten we niet meer avontuurlijk op een dekentje of op de rand van de opengeslagen kofferbak van onze auto; nee nee, tegenwoordig nemen we keurig plaats in campingstoelen.

In de grote Franse supermarkt voelen we ons een beetje verloren. Na enige koerswijzigingen komen we gelukkig bij de baguettes terecht. Boter, kaas en fruit liggen in de buurt; aan water is er ook geen gebrek. De wijn laten we, ascetisch als we zijn, links liggen en eensgezind lopen we naar de kassa. En daar verandert mijn man in iemand die ik niet herken. Mijn hele getrouwde leven heb ik gedacht dat hij iemand is die een keuze maakt en dan pal achter zijn keuze gaat staan. Dat heeft hij met zijn werk gedaan, met mij en met de plaatsen waar we woonden. Maar bij die kassa weet hij me toch nog te verrassen. Hij snelt naar de rij die volgens hem het kortste is om daar te gaan aanschuiven. Ongeduldig ter plaatse trappelend ziet hij, denkt hij, dat de rij naast de onze veel sneller geholpen wordt en hij rolt onze inkoopwagen daar naartoe. Ondertussen houdt hij alle andere kassa´s scherp in het oog. Ineens schiet hij weer naar een andere rij. En ik, slaafs als een hondje, overal maar achter hem aan. Het is geen doen en het helpt ook niet. Omstandig begin ik uit te leggen hoe ik daarmee omga. Ge moet van te voren uw tijd nemen, zeg ik vermanend, voordat ge gaat aanschuiven moet ge goed kijken wat er allemaal op de band en in die wagens ligt, dan kiest ge een rij en ge gaat ervoor. Nooit veranderen. Het is eigenlijk gewoon gelijk ge tot nu toe hebt geleefd, voeg ik er bemoedigend aan toe. Kies. Kies en bemin dan uw keuze.

DSC_0147

Huppelpas

Van Dale

De wijnen die ik graag drink heten Chardonnay en Tempranillo. Dat heeft mijn man me laatst verteld en hij kan het weten. En daarom heb ik, toen ik ergens Tempranillo zag staan, en procenten, via het internet een bestelling geplaatst. De nieuwe Van Dale heb ik ook online besteld. Naar het schijnt wordt dat nog een collector´s item.

Ik kom thuis en vind een briefje van een verzendfirma. Ze hebben iets afgeleverd bij onze nieuwe buren en in huppelpas vertrek ik naar hiernaast. Joepie, denk ik, zo rap, lang leve internet!
Ja, ze heeft iets aangenomen, vertelt mijn Duitse buurvrouw als ik aanbel. “Ik trek vlug mijn jas aan, dan … ”
“Ha”, onderbreek ik haar verheugd, “dat zal mijn Dikke Van Dale zijn. Pas gisteren besteld en kijk eens, nu al hier!”
Ze kijkt me bevreemd aan. “Het zijn wel twee pakketten”, zegt ze voorzichtig. “En ze zijn zwaar. Zal ik helpen dragen?”
“Tja”, antwoord ik vrolijk, “dan zullen ze hem over die twee pakketten verspreid hebben, zeker. Die Van Dale heet niet voor niets de dikke, hé.” Ik knipoog nog net niet. “Wil je ze misschien bovenop elkaar in mijn armen leggen, dan kan ik het verder wel alleen. Ik hoef er toch niet ver mee te lopen.” Typisch, denk ik terwijl ik mijn armen uitstrek, die Duitsers ook,  kennen nu toch geen van allen hun talen. Beseffen niet hoe rijk onze Nederlandse woordenschat wel is en hoe dik daarom ons woordenboek.

Ze staat er wat bedremmeld bij en kijkt me indringend aan. Of ik echt geen hulp nodig heb. “Maar nee”, stel ik haar gerust en draai me zwierig om. “Dankjewel” roep ik nog over mijn schouder en langs de straat strompel ik terug naar huis. Want het is toch zwaarder dan ik dacht. Hijgend zet ik de pakketten op de keukentafel, hang mijn jas over een stoel en verschiet me een ongeluk. Er staan afbeeldingen van flessen op de verpakking. Daar kun je echt niet naast kijken en dat heeft mijn nieuwe buurvrouw vast ook niet gedaan.

Ik durf niet te denken aan wat zij moet hebben gedacht.

Feest in de tent

Al meer dan een uur zit ik hier aan mijn bureau te prullen. Op de achtergrond klinkt muziek van Mark Knöpfler. Maar het helpt niet, ik geraak maar niet in schwung. Mijn papieren heb ik al drie keer van links naar rechts en weer terug geschoven. In een halfslachtige poging wat te werken heb ik mijn laptop tien centimeter meer naar voren getrokken. Alle reclame balpennen die hier rondslingeren heb ik uitvoerig getest en mijn potlood is geslepen.
Ik verstuur nog een bericht naar de kinderen en ondertussen luister ik met een half oor naar wat er buiten aan de gang is. Want het is druk bij onze buren en ik wil op tijd weten of er vanavond gaat gefeest worden of niet. Ze hebben in hun tuin namelijk twee partytenten opgezet. Twee! En ik weet van niets! Inwendig borrelt het als een vulkaan. Ze kunnen ons toch op zijn minst eens komen vertellen wanneer het lawaai hier gaat losbarsten, denk ik verontwaardigd. Dat jong volk heeft ook geen manieren meer. Snappen die dan niet dat je, als je weet waar je aan toe bent, je daar ook op kunt voorbereiden. Door weg te gaan bijvoorbeeld. Of zelf lawaai te maken, zoals Simon Vestdijk. Ik heb ooit eens gelezen dat die alleen maar kon schrijven wanneer de stofzuiger langs hem stond te loeien. Zie, daar kan ik me nu eens perfect in vinden. Ik zet de radio vaak oerend hard, gewoon om de geluiden buiten niet te horen.

De bel gaat. Er staat een jong koppel aan de deur. De buren. Of ik al gezien heb dat ze twee partytenten hebben opgesteld? Ja? Dan zal ik al wel gedacht hebben dat ze iets te vieren hebben, zeker?
“Ja,” vertelt de jongeman me fier, “we trouwen morgen. En we willen ons nu al verontschuldigen voor al het lawaai dat op jullie af gaat komen.” Onder de welwillende blik van zijn toekomstige overhandigt hij me een fles rode wijn. “Ach,” roep ik verheugd, “van harte geluk gewenst! Dat was toch helemaal niet nodig geweest! Bovendien, morgen zijn we niet thuis!” Ik straal en grijp de fles al vast.

Bruisende toekomst

Roland Vanden Abeele, zo heet de eerste watersommelier van België. Is dat nu niet raar? Vroeger heb ik geleerd dat water kleurloos, geurloos en smaakloos is. En nu ineens een waterproever? Ik had nooit gedacht dat er iemand is die meer weet van water dan dat je er anderhalf liter per dag van moet drinken. Maar als je het zo leest, drink je tegenwoordig bij ieder gerecht, naast de aangepaste wijn, het aangepaste water. Exotisch water genoeg, zo blijkt, met en zonder bruis.
Zou het niks voor mijn man zijn? Want dat zou ik nu toch eens graag zeggen: mijn man is watersommelier. Natuurlijk kan ik het ook zelf nog worden. Watersommelière. Ach nee, klinkt toch heel anders. Laat mijn man het maar doen. Over een paar jaar gaat hij met pensioen en ik vind dat een mooie invulling van zijn tijd. Hij zal veel moeten reizen, misschien zelfs een secretaresse nodig hebben (mij) en veel moeten proeven. Dat kan alvast geen kwaad en hij zou ten minste iets te vertellen hebben.

Ooit heeft mijn man gezworen geen wijnkelder aan te leggen. Zo iets dikkenekkerigs, nee, daar deed hij niet aan mee. Hij vond het veel leuker om wijn in de wijnhandel te gaan halen en uitgebreid met de eigenaar te bespreken welke wijn het best zou passen bij het gerecht dat ik ging koken. Hij heeft het jaren volgehouden maar sinds we geabonneerd zijn op de Knack, krijgen wij ook post van de Wijnbeurs. En niks zo verleidelijk als die bijna wekelijkse reclame voor wijn. Aanbiedingen dat ze daar hebben! Ge moet wel zot zijn om daar aan te weerstaan. Met de regelmaat van de klok komt hier dus een krat wijn aan. De hele kelder ligt vol en op gezette tijden verdwijnt P. om zijn flessen te tellen of triomfantelijk net dat éne, perfect passende wijntje boven te halen. Ik heb dat niet graag. Twee alkoliekers in mijn omgeving vind ik wel genoeg. Maar als hij nu onverhoopt watersommelier zou worden… misschien doe ik dan ook wel wat water bij de wijn.