Mannen snappen ook niks

“En, hoe was jouw dag?” Opgewekt gaat mijn man tegenover me aan tafel zitten.
Ik barst meteen los. “Ja, wat denk je, hoe was mijn dag! Gestudeerd, boodschappen gedaan, gekookt, en voor de rest niemand gehoord of gezien. Als jij dat leuk noemt!”
“Heb ik dat dan gezegd – dat je dat leuk moet vinden?”
“Nee, maar ik weet dat jij denkt dat ik het toch maar goed heb, alleen nog maar bezig zijn met dingen die ik graag doe. Jullie mannen snappen ook niks.”
“Wat moet ik dan nu weer snappen?”
“Ons huis is veel te groot en de tuin ligt er verwaarloosd bij en als we nog eens wat ouder zijn dan kunnen we dat allemaal niet meer aan en ik wil hier weg. Gewoon weg!” Lange uithaal: “En ik mis de kinderen zo!”
“De tuin verwaarloosd? Hoe kom je erbij? Hij heeft er nog nooit zo goed bij gelegen als nu!” Beledigd prikt hij in zijn eten. Weer heeft hij het niet begrepen.
“En in de krant lees ik iedere dag wel iets over wonen. Als we willen dat het voor de volgende generatie betaalbaar blijft, zullen we sneller naar een kleinere woning moeten verhuizen. De Engelsen doen dat toch ook?”
Hij schuift zijn bord weg en reageert stijfjes: “Je weet hoe ik daarover denk. Wij zijn daar nog helemaal niet aan toe.”
“Ja, maar ik kan hier écht niet blijven wonen, het huis is te groot en te leeg en ik kán het niet en ik wíl het niet en wat dénk je wel, alleen maar omdat jij hier nog werkt, en het is zinloos en de kinderen zijn de deur uit en …”
Het begint hem te dagen. Een avond vol zwijgen volgt.

De volgende dag komt onze oudste zoon even langs. Hij werkt aan een doctoraatsthesis over het meergeneratiehuis en uiteraard stimuleert hij mijn zoektocht naar een andere woning.
“En mama, heb je de link die ik gisteravond heb doorgestuurd al geopend?”
Ik kijk zijn vader even aan. “Jaah, maar ik vind het toch wat klein en er is zo weinig tuin bij.”