Afbeelding

Ademloos

Een maand of twee geleden kocht ik een nieuwe agenda, of nee, twee agenda´s om precies te zijn, een persoonlijke en, hoewel ons huishouden nog maar uit twee personen bestaat, een gezinskalender, iets waar lange tijd geen behoefte aan bestond omdat ik alle afspraken van ieder lid van ons gezin kon onthouden, daar zelfs prat op ging, maar spijtig genoeg vanaf het ogenblik dat ik begon te studeren en te schrijven niet meer zo goed functioneerde, immers, studeren en schrijven zijn twee activiteiten die veel concentratie vragen, en geloof het of niet, maar zelfs om je verbeelding te laten spreken moet je je kunnen concentreren en daar hoort afspraken in je hoofd prenten absoluut niet bij, met als gevolg dat ik nu ieder jaar in november een agenda koop, een agenda die aan verschillende criteria moet voldoen: hij hoort in elke handtas te passen, een buigzame kaft te hebben en glad en wit papier, plus een indeling over twee bladzijden zodat je wanneer je hem openslaat meteen een overzicht hebt van de hele week, wat je hele gemoed in één klap kan doen opklaren, alleszins het mijne, zo keurig en net als mijn afspraken in mijn agenda staan, sommige in potlood en andere in de kleur van mijn lievelingspen, gewoon omdat ik maar niet kan besluiten waarmee ik liever schrijf (ofschoon ik me daarover ook wel weer kan ergeren), omdat, tja, potlood heeft iets provisorisch, nietwaar, alsof het nog niet zeker is wat er staat, wat me enerzijds bij het schrijven goed van pas komt, me anderzijds in mijn kalender zo kan spijten voor de afspraak die ik heb gemaakt, terwijl het koningsblauw van mijn pen iets verhevens heeft, edoch niet bij iedere afspraak past, maar goed, in november heb ik dus twee agenda´s gekocht, een gezinskalender waarin mijn man heel af en toe iets schrijft, en een persoonlijke, een duurzame, recycleer- en composteerbaar lees ik op de achterkant, in het juiste formaat en met een buigzame kaft, alleen, het papier is niet wit maar beige gespikkeld, en ook niet glad, omdat het is gemaakt van snelgroeiend en -drogend gras, waarmee ik niet wil zeggen dat ik daarover struikel, duurzaam is duurzaam, nochtans weet ik vandaag niet goed of ik hem nog wel zo leuk vind, hij ziet er zo leeg uit, en hoewel die weinige afspraken die erin staan zorgen voor perspectief, me het gevoel geven dat ik toch nog iets van een sociaal leven leid, confronteert hij me er ook mee dat dat leven zich hoofdzakelijk afspeelt op het internet, op Zoom, FaceTime en Skype, beneemt hij me soms zelfs de adem, met als gevolg dat ik dan weer mijn heil moet zoeken op Youtube, bij Yoga with Adrienne, om op mijn sportmat in de woonkamer samen met acht miljoen andere gebruikers mijn ademhalingsoefeningen te doen.  

Laat ze maar

Een paar jaar geleden verkondigde ik nog: nooit, nooit van mijn leven reis ik buiten Europa. Ik zou er gif op hebben ingenomen. En áls, zei ik dan, áls, dan naar New England. Voor de Indian Summer. De nadelen van een lange reis, oververmoeid en geradbraakt naar huis komen, leken me niet tegen de voordelen te kunnen opwegen. Al die ervaringen waar iedereen zo mee dweepte en die ze me nooit meer zouden kunnen afnemen, ik had er geen behoefte aan. Waar al die mensen toch mee bezig zijn, dacht ik toen. Reizen van het een naar het ander, nooit tot rust komen, ach, laat ze maar. Ik doe er mooi niet aan mee. Boeken genoeg over al die vreemde oorden en lange zandstranden, mompelde ik tegen mezelf. En op televisie krijg ik vast meer te zien dan jullie in het echt. Ik reis wel in mijn hoofd. Dat zei ik niet, maar ik dacht het wel.

Tot onze middelste zoon naar Phuket vertrok om er te gaan wonen en werken. Niet zomaar op reis, nee, werken ging ie daar, met een echt contract van twee jaar. En wat doe je als ouders dan? Juist, ja. Je gooit alle principes overboord en reist hem achterna. Om eens te kijken hoe het leven en werken daar is en wat hem nu zo boeit aan zo´n land als Thailand. Ondertussen zit hij daar voor zijn derde jaar. En geloof het of niet, maar binnenkort vertrek ik in mijn eentje voor twee weken naar Thailand. Mijn naasten verschieten zich een ongeluk. Gij? Alleen?

De vlucht is geboekt en ik ga logeren in het hotel waar onze zoon werkt. Gisteren heeft hij laten weten dat ik mijn fitness-outfit (!) moet meebrengen. In het hotel wordt blijkbaar ook Pilates en yoga aangeboden. En hij vroeg of ik bang ben op een speedboot – hij wil een weekendje Ko Lanta boeken. Nu, dan kent hij zijn moeder toch niet goed. Want ik heb eens op het internet gekeken. Het zeewater is er constant 29 graden, en die lange, witte zandstranden, daar heb ik toch wel wat voor over…

Onbetaalbare stilte

Zie mij hier nu liggen. De hele zaal ruikt naar opgedroogd zweet en niet-gelucht-zijn. Naar bokken en paarden en Zweedse banken. Niet bepaald een oord van ontspanning. En daar lig ik dan: op een vieze, blauwe mat in Aken, op zoek naar mezelf. Nog een geluk dat ik mijn eigen badhanddoek heb meegebracht.

Na drie kwartier power-yoga maken we ons klaar voor een fantasiereis. We drukken onze rug plat tegen de mat, sluiten gewillig onze ogen en laten onze voeten lichtjes uit elkaar vallen. Onze handen rusten discreet op de buik, want de buik is de bron van alle energie. In de verte klinkt muziek van klankschalen en met een kunstmatig lome stem verlangt de yogaleraar dat we onze ledematen één voor één ontspannen. Zo jong nog, moet die deze hoop vrouwen hun innerlijke rust teruggeven? Als dat maar lukt. Beetje buitenlands type, donkere huid en donkere ogen. Een getraind lichaam in een nauwaansluitende, witte joggingbroek. Niet onaantrekkelijk, alhoewel, die heupen zijn misschien íetsje te breed naar mijn smaak.
Van onder naar boven, of was het nu van buiten naar binnen? Ik kan niet meer volgen, zijn we al bij de schouders of nog bij de benen? Wordt dit een groepsgebeuren en moet ik in het Duits meereizen of is het individueel en mag het in het Nederlands? Ik piep eens naar links en naar rechts. Niemand beweegt. Ik knijp mijn ogen weer dicht en besluit in mijn moedertaal te gaan relaxen. Water vind ik goed passen bij het Nederlands, bergen verbind ik meer met het Duits. De Atlantische oceaan dan maar.
Elegant spring ik over en door de golven en krachtig crawl ik in mijn mooiste badpak door het blauwgroene water. Niets heerlijker dan dit. Boven me zie ik een eindeloze, stralend blauwe hemel. Gedragen door het zoute water zwem ik even rustig schoolslag, ik kijk wat om me heen en geniet van de vrijheid. Niemand anders in de buurt en vooral: geen geluid. Onbetaalbaar, zo´n stilte.

Een luide snurk laat me opschrikken uit mijn mooie droom. Ik wil naar huis. Groepsreizen liggen me uiteindelijk toch niet zo.