Laat ze maar

Een paar jaar geleden verkondigde ik nog: nooit, nooit van mijn leven reis ik buiten Europa. Ik zou er gif op hebben ingenomen. En áls, zei ik dan, áls, dan naar New England. Voor de Indian Summer. De nadelen van een lange reis, oververmoeid en geradbraakt naar huis komen, leken me niet tegen de voordelen te kunnen opwegen. Al die ervaringen waar iedereen zo mee dweepte en die ze me nooit meer zouden kunnen afnemen, ik had er geen behoefte aan. Waar al die mensen toch mee bezig zijn, dacht ik toen. Reizen van het een naar het ander, nooit tot rust komen, ach, laat ze maar. Ik doe er mooi niet aan mee. Boeken genoeg over al die vreemde oorden en lange zandstranden, mompelde ik tegen mezelf. En op televisie krijg ik vast meer te zien dan jullie in het echt. Ik reis wel in mijn hoofd. Dat zei ik niet, maar ik dacht het wel.

Tot onze middelste zoon naar Phuket vertrok om er te gaan wonen en werken. Niet zomaar op reis, nee, werken ging ie daar, met een echt contract van twee jaar. En wat doe je als ouders dan? Juist, ja. Je gooit alle principes overboord en reist hem achterna. Om eens te kijken hoe het leven en werken daar is en wat hem nu zo boeit aan zo´n land als Thailand. Ondertussen zit hij daar voor zijn derde jaar. En geloof het of niet, maar binnenkort vertrek ik in mijn eentje voor twee weken naar Thailand. Mijn naasten verschieten zich een ongeluk. Gij? Alleen?

De vlucht is geboekt en ik ga logeren in het hotel waar onze zoon werkt. Gisteren heeft hij laten weten dat ik mijn fitness-outfit (!) moet meebrengen. In het hotel wordt blijkbaar ook Pilates en yoga aangeboden. En hij vroeg of ik bang ben op een speedboot – hij wil een weekendje Ko Lanta boeken. Nu, dan kent hij zijn moeder toch niet goed. Want ik heb eens op het internet gekeken. Het zeewater is er constant 29 graden, en die lange, witte zandstranden, daar heb ik toch wel wat voor over…

Advertenties

Onbetaalbare stilte

Zie mij hier nu liggen. De hele zaal ruikt naar opgedroogd zweet en niet-gelucht-zijn. Naar bokken en paarden en Zweedse banken. Niet bepaald een oord van ontspanning. En daar lig ik dan: op een vieze, blauwe mat in Aken, op zoek naar mezelf. Nog een geluk dat ik mijn eigen badhanddoek heb meegebracht.

Na drie kwartier power-yoga maken we ons klaar voor een fantasiereis. We drukken onze rug plat tegen de mat, sluiten gewillig onze ogen en laten onze voeten lichtjes uit elkaar vallen. Onze handen rusten discreet op de buik, want de buik is de bron van alle energie. In de verte klinkt muziek van klankschalen en met een kunstmatig lome stem verlangt de yogaleraar dat we onze ledematen één voor één ontspannen. Zo jong nog, moet die deze hoop vrouwen hun innerlijke rust teruggeven? Als dat maar lukt. Beetje buitenlands type, donkere huid en donkere ogen. Een getraind lichaam in een nauwaansluitende, witte joggingbroek. Niet onaantrekkelijk, alhoewel, die heupen zijn misschien íetsje te breed naar mijn smaak.
Van onder naar boven, of was het nu van buiten naar binnen? Ik kan niet meer volgen, zijn we al bij de schouders of nog bij de benen? Wordt dit een groepsgebeuren en moet ik in het Duits meereizen of is het individueel en mag het in het Nederlands? Ik piep eens naar links en naar rechts. Niemand beweegt. Ik knijp mijn ogen weer dicht en besluit in mijn moedertaal te gaan relaxen. Water vind ik goed passen bij het Nederlands, bergen verbind ik meer met het Duits. De Atlantische oceaan dan maar.
Elegant spring ik over en door de golven en krachtig crawl ik in mijn mooiste badpak door het blauwgroene water. Niets heerlijker dan dit. Boven me zie ik een eindeloze, stralend blauwe hemel. Gedragen door het zoute water zwem ik even rustig schoolslag, ik kijk wat om me heen en geniet van de vrijheid. Niemand anders in de buurt en vooral: geen geluid. Onbetaalbaar, zo´n stilte.

Een luide snurk laat me opschrikken uit mijn mooie droom. Ik wil naar huis. Groepsreizen liggen me uiteindelijk toch niet zo.